Artikel III.3, WER

Art. III.3. [1 Vergunningstelsels die in overeenstemming met artikel III.2 worden ingericht moeten gebaseerd zijn op criteria die beletten dat de bevoegde autoriteiten hun beoordelingsbevoegdheid op willekeurige wijze uitoefenen.
  Deze criteria zijn :
  1° niet discriminerend;
  2° gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;
  3° evenredig met die reden van algemeen belang;
  4° duidelijk en ondubbelzinnig;
  5° objectief;
  6° vooraf openbaar bekendgemaakt;
  7° transparant en toegankelijk.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  
Bron: Justel