Artikel XI.94, WER
Art. XI.94. [1 § 1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de paragrafen 2 en 3, is de datum van de indiening van een aanvraag voor verlenging van de duur de datum waarop de Dienst alle volgende documenten van de aanvrager heeft ontvangen :
1° een verklaring dat een verlenging van de duur wordt aangevraagd;
2° gegevens waaruit de identiteit van de aanvrager kan worden vastgesteld en die de Dienst in staat stellen met hem in contact te treden;
3° gegevens op grond waarvan het certificaat kan worden bepaald.
§ 2. Wanneer de aanvraag niet voldoet aan één of meer van de in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden, stelt de Dienst de aanvrager daarvan in kennis en biedt hem de gelegenheid aan om aan deze voorwaarden te voldoen en binnen een termijn van drie maanden opmerkingen voor te leggen.
Wanneer geen kennisgeving is gedaan omdat de gegevens die de Dienst in staat stellen in contact te treden met de aanvrager niet zijn ingediend, bedraagt de in het eerste lid bedoelde termijn drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Dienst ten minste één van de in paragraaf 1 bedoelde elementen voor het eerst heeft ontvangen.
§ 3. Wanneer aan één of meer van de in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden niet wordt voldaan in de aanvraag zoals deze aanvankelijk werd ingediend, is de datum van indiening, onder voorbehoud van de in tweede lid bepaalde bepalingen, de datum waarop aan alle in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
Wanneer aan één of meer van de voorwaarden bedoeld in het eerste lid niet binnen de door de Dienst vastgelegde termijn wordt voldaan, wordt de aanvraag geacht niet te zijn ingediend. Wanneer de aanvraag geacht wordt niet te zijn ingediend, geeft de Dienst de aanvrager, met opgaaf van de redenen, daarvan kennis.
§ 4. Wanneer aan alle in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, deelt de Dienst aan de aanvrager de datum van indiening die aan de aanvraag wordt toegekend, mee.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
1° een verklaring dat een verlenging van de duur wordt aangevraagd;
2° gegevens waaruit de identiteit van de aanvrager kan worden vastgesteld en die de Dienst in staat stellen met hem in contact te treden;
3° gegevens op grond waarvan het certificaat kan worden bepaald.
§ 2. Wanneer de aanvraag niet voldoet aan één of meer van de in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden, stelt de Dienst de aanvrager daarvan in kennis en biedt hem de gelegenheid aan om aan deze voorwaarden te voldoen en binnen een termijn van drie maanden opmerkingen voor te leggen.
Wanneer geen kennisgeving is gedaan omdat de gegevens die de Dienst in staat stellen in contact te treden met de aanvrager niet zijn ingediend, bedraagt de in het eerste lid bedoelde termijn drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Dienst ten minste één van de in paragraaf 1 bedoelde elementen voor het eerst heeft ontvangen.
§ 3. Wanneer aan één of meer van de in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden niet wordt voldaan in de aanvraag zoals deze aanvankelijk werd ingediend, is de datum van indiening, onder voorbehoud van de in tweede lid bepaalde bepalingen, de datum waarop aan alle in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
Wanneer aan één of meer van de voorwaarden bedoeld in het eerste lid niet binnen de door de Dienst vastgelegde termijn wordt voldaan, wordt de aanvraag geacht niet te zijn ingediend. Wanneer de aanvraag geacht wordt niet te zijn ingediend, geeft de Dienst de aanvrager, met opgaaf van de redenen, daarvan kennis.
§ 4. Wanneer aan alle in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, deelt de Dienst aan de aanvrager de datum van indiening die aan de aanvraag wordt toegekend, mee.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
Bron: Justel
