Artikel VII.77, WER
Art. VII.77.[1 § 1. Vooraleer de kredietovereenkomst te sluiten gaat de kredietgever over tot de [2 grondige]2 beoordeling van de kredietwaardigheid van de consument en gaat na of hij in staat zal zijn om zijn betalingsverplichtingen na te komen. Hij gaat eveneens over tot de [2 grondige]2 beoordeling van de kredietwaardigheid van de persoonlijke zekerheidsstellers.
Hiertoe is de kredietgever bovendien gehouden tot het raadplegen van de Centrale, behoudens in het geval van een overschrijding. De Koning stelt de nadere regels vast betreffende deze raadpleging.
De Koning bepaalt op welke wijze de kredietgever het bewijs levert van de raadpleging van de Centrale evenals de termijn gedurende welke dit bewijs dient bewaard te worden. [2 De voorwaarden inzake toegang tot de Centrale of elke ander bestand dat aangewend wordt om de kredietwaardigheid van de consument of een persoonlijke zekerheidssteller te beoordelen, of om na te gaan of deze kredietwaardigheid wordt gehandhaafd, mogen niet discriminerend zijn.]2
[2 De kredietgever zorgt er voor dat passende procedures en informatie waarop de kredietwaardigheidsbeoordeling is gebaseerd, wordt vastgelegd, gedocumenteerd en bijgehouden. Hij legt hiertoe in hoofde van iedere consument en, desgevallend, van de steller van een persoonlijke zekerheid, een kredietdossier aan waarin de informatie waarop de kredietwaardigheid is gebaseerd wordt vastgelegd, gedocumenteerd en bijgehouden.]2
Voor de toepassing van het eerste tot het derde lid houdt iedere wijziging van het kredietbedrag het sluiten van een nieuwe kredietovereenkomst in.
Bovendien is de kredietgever, voor de kredietovereenkomsten van onbepaalde duur, gehouden om elk jaar uiterlijk op de eerste werkdag volgend op de jaardag van het sluiten van de kredietovereenkomst de kredietwaardigheid van de consument te herbeoordelen op basis van een nieuwe raadpleging van de Centrale overeenkomstig de bepalingen van het eerste tot derde lid. Deze bepaling is niet van toepassing wanneer voor deze kredietovereenkomsten een nulstellingstermijn van minder dan of gelijk aan 1 jaar van toepassing is.
§ 2 De kredietgever mag slechts een kredietovereenkomst sluiten wanneer hij, gelet op de gegevens waarover hij beschikt of zou moeten beschikken, redelijkerwijze moet aannemen dat de consument in staat zal zijn [2 de verbintenissen]2 voortvloeiend uit de overeenkomst, na te komen.
Wanneer er in hoofde van een consument een wanbetaling(en) geregistreerd staat in de Centrale voor een totaal achterstallig bedrag van meer dan 1.000 euro in het kader van een consumentenkrediet [3 en/of een hypothecair krediet met een roerende bestemming]3 die niet werd afgelost dan kan een kredietgever geen nieuwe kredietovereenkomst sluiten. In de andere gevallen van een niet-afgeloste wanbetaling kan een kredietgever slechts een nieuwe kredietovereenkomst sluiten mits een bijzondere motivering in het kredietdossier.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2016-04-22/01, art. 7, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
(3)<W 2017-04-18/03, art. 8, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>
Hiertoe is de kredietgever bovendien gehouden tot het raadplegen van de Centrale, behoudens in het geval van een overschrijding. De Koning stelt de nadere regels vast betreffende deze raadpleging.
De Koning bepaalt op welke wijze de kredietgever het bewijs levert van de raadpleging van de Centrale evenals de termijn gedurende welke dit bewijs dient bewaard te worden. [2 De voorwaarden inzake toegang tot de Centrale of elke ander bestand dat aangewend wordt om de kredietwaardigheid van de consument of een persoonlijke zekerheidssteller te beoordelen, of om na te gaan of deze kredietwaardigheid wordt gehandhaafd, mogen niet discriminerend zijn.]2
[2 De kredietgever zorgt er voor dat passende procedures en informatie waarop de kredietwaardigheidsbeoordeling is gebaseerd, wordt vastgelegd, gedocumenteerd en bijgehouden. Hij legt hiertoe in hoofde van iedere consument en, desgevallend, van de steller van een persoonlijke zekerheid, een kredietdossier aan waarin de informatie waarop de kredietwaardigheid is gebaseerd wordt vastgelegd, gedocumenteerd en bijgehouden.]2
Voor de toepassing van het eerste tot het derde lid houdt iedere wijziging van het kredietbedrag het sluiten van een nieuwe kredietovereenkomst in.
Bovendien is de kredietgever, voor de kredietovereenkomsten van onbepaalde duur, gehouden om elk jaar uiterlijk op de eerste werkdag volgend op de jaardag van het sluiten van de kredietovereenkomst de kredietwaardigheid van de consument te herbeoordelen op basis van een nieuwe raadpleging van de Centrale overeenkomstig de bepalingen van het eerste tot derde lid. Deze bepaling is niet van toepassing wanneer voor deze kredietovereenkomsten een nulstellingstermijn van minder dan of gelijk aan 1 jaar van toepassing is.
§ 2 De kredietgever mag slechts een kredietovereenkomst sluiten wanneer hij, gelet op de gegevens waarover hij beschikt of zou moeten beschikken, redelijkerwijze moet aannemen dat de consument in staat zal zijn [2 de verbintenissen]2 voortvloeiend uit de overeenkomst, na te komen.
Wanneer er in hoofde van een consument een wanbetaling(en) geregistreerd staat in de Centrale voor een totaal achterstallig bedrag van meer dan 1.000 euro in het kader van een consumentenkrediet [3 en/of een hypothecair krediet met een roerende bestemming]3 die niet werd afgelost dan kan een kredietgever geen nieuwe kredietovereenkomst sluiten. In de andere gevallen van een niet-afgeloste wanbetaling kan een kredietgever slechts een nieuwe kredietovereenkomst sluiten mits een bijzondere motivering in het kredietdossier.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2016-04-22/01, art. 7, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
(3)<W 2017-04-18/03, art. 8, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>
Bron: Justel
