Artikel XV.66, WER

Art. XV.66.[1 Onverminderd de maatregelen omschreven door dit boek, door boek VII, titel 4, hoofdstuk 4 of door andere wetten of reglementen, kan de FSMA, wanneer zij een inbreuk vaststelt [2 op de bepalingen van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, met uitzondering van artikel VII.183, § 5, 4°,]2 of op de maatregelen genomen ter uitvoering daarvan, een kredietgever een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 2 500 euro en niet hoger dan 50 000 euro voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten.
   Zij kan een kredietbemiddelaar, onder dezelfde voorwaarden, een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 500 euro en niet hoger dan 25.000 euro voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten.
   De procedure waarin de artikelen 70 en volgende van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten voorzien, is van toepassing.
   De FSMA informeert de FOD Economie over de definitieve sancties die werden getroffen overeenkomstig het voorgaande lid.
   De dwangsommen en geldboetes opgelegd met toepassing van dit artikel worden ingevorderd ten bate van de Schatkist door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 11, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
  (2)<W 2018-07-30/47, art. 34, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  
Bron: Justel