Artikel VII.35, WER

Art. VII.35. [1 § 1. De betaler heeft het recht om gebruik te maken van een betalingsinitiatiedienstaanbieder teneinde toegang te krijgen tot betalingsinitiatiediensten, tenzij de betaalrekening niet online toegankelijk is.
  § 2. Wanneer de betaler uitdrukkelijk instemming verleent voor een overeenkomstig artikel VII.32 uit te voeren betaling, voert de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder de in paragraaf 3 van dit artikel vermelde handelingen uit teneinde het recht van de betaler om van de betalingsinitiatiedienst gebruik te maken, te waarborgen.
  § 3. De rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder, naast de voorwaarden bepaald in artikel 48 van de wet van 11 maart 2018 voor de betalingsinitiatiedienstaanbieder:
  a) verstrekt onmiddellijk na ontvangst van de betalingsopdracht van een betalingsinitiatiedienstaanbieder alle informatie over de initiëring van de betalingstransactie, alsmede alle informatie die toegankelijk is voor de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder met betrekking tot de uitvoering van de betalingstransactie, aan de betalingsinitiatiedienstaanbieder, of stelt deze informatie ter beschikking;
  b) behandelt de door de diensten van een betalingsinitiatiedienstaanbieder verzonden betalingsopdrachten niet anders, met name wat betreft termijn, voorrang of kosten, dan door de betaler rechtstreeks verzonden betalingsopdrachten, tenzij om objectieve redenen.
  § 4. Het aanbieden van betalingsinitiatiediensten mag niet afhangen van het bestaan van een contractuele relatie tussen de betalingsinitiatiedienstaanbieder en de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder voor dat doeleinde.]1
  ----------
  (1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>

  
Bron: Justel