Artikel VII.216/32, WER

Art. VII.216/32. [1 Het aval wordt op de wisselbrief of op een verlengstuk gesteld of wordt gegeven bij een afzonderlijke akte, die de plaats vermeldt waar het is gegeven.
   Het wordt uitgedrukt door de woorden "goed voor aval" of door enige andere daarmee gelijkstaande uitdrukking; het wordt door de avalgever ondertekend.
   De enkele handtekening van de avalgever, gesteld op de voorzijde van de wisselbrief, geldt als aval, behalve wanneer de handtekening die is van de betrokkene of van de trekker.
   In het aval moet worden vermeld voor wie het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor de trekker te zijn gegeven.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 111, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel