Artikel XV.31/3, WER

Art. XV.31/3.[1 § 1. De FSMA kan een kredietgever of een kredietbemiddelaar gelasten om, binnen de termijn die zij vaststelt, zich te voegen naar de bepalingen van [2 boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, met uitzondering van artikel VII.183, § 5, 4°]2, of naar de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering daarvan.
   § 2. Onverminderd de andere maatregelen waarin dit boek of boek VII, hoofdstuk 4 voorziet, kan de FSMA, als een persoon aan wie zij overeenkomstig § 1 een uitdrukkelijk bevel heeft opgelegd in gebreke blijft zich hiernaar te voegen binnen de termijn die hem werd toegekend, mits deze persoon zijn verweermiddelen kon doen gelden :
   1° haar standpunt inzake de inbreuk of de tekortkoming bekendmaken. De kosten van die bekendmaking zijn ten laste van de betrokken kredietgever of kredietbemiddelaar;
   2° de betaling van een dwangsom opleggen die voor de kredietgevers niet meer mag bedragen dan 5.000 euro per dag vertraging, noch in totaal 50.000 euro per inbreuk, en die voor de kredietbemiddelaars niet meer mag bedragen dan 500 euro per dag vertraging, noch in totaal 25.000 euro.
   § 3. In geval van hoogdringendheid kan de FSMA de maatregel bedoeld in § 2, 1° nemen zonder een voorafgaandelijk uitdrukkelijk bevel, mits de betrokken persoon voorafgaandelijk zijn verweermiddelen kon doen gelden.
   § 4. De dwangsommen opgelegd overeenkomstig dit artikel worden ingevorderd ten bate van de Schatkist door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 7, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
  (2)<W 2018-07-30/47, art. 32, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  
Bron: Justel