Artikel VII.39, WER

Art. VII.39. [1 De betalingsdienstaanbieder die het betaalinstrument uitgeeft, voldoet aan de volgende verplichtingen:
  1° hij zorgt ervoor dat de persoonlijke beveiligingsgegevens van ieder betaalinstrument niet toegankelijk zijn voor andere partijen dan de betalingsdienstgebruiker die gerechtigd is het betaalinstrument te gebruiken, onverminderd de verplichtingen van de betalingsdienstgebruiker overeenkomstig artikel VII.38;
  2° hij zendt geen ongevraagd betaalinstrument toe, tenzij een betaalinstrument dat reeds aan de betalingsdienstgebruiker is verstrekt, moet worden vervangen;
  3° hij zorgt ervoor dat te allen tijde passende middelen beschikbaar zijn om de betalingsdienstgebruiker in staat in te stellen een kennisgeving krachtens artikel VII.38, § 1, 2°, te doen of om deblokkering van het betaalinstrument te verzoeken op grond van artikel VII.37, § 2, laatste lid; de betalingsdienstaanbieder verstrekt de betalingsdienstgebruiker desgevraagd de middelen waarmee laatstgenoemde kan bewijzen, tot achttien maanden na de kennisgeving, dat hij een dergelijke kennisgeving heeft gedaan;
  4° hij biedt de betalingsdienstgebruiker de mogelijkheid de in artikel VII.38, § 1, 2°, bedoelde kennisgeving kosteloos te doen en brengt eventueel, voor zover er al kosten zijn, alleen de rechtstreeks aan dat betaalinstrument gerelateerde vervangingskosten in rekening;
  5° belet dat het betaalinstrument nog kan worden gebruikt, nadat de kennisgeving krachtens artikel VII.38, § 1, 2°, is gedaan;
  6° hij draagt het risico van het zenden van een betaalinstrument aan de betaaldienstgebruiker of het zenden van elk middel dat het gebruik ervan toelaat, in het bijzonder de gepersonaliseerde beveiligingsgegevens.]1
  ----------
  (1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>

  
Bron: Justel