Artikel XV.130/1, WER

Art. XV.130/1. [1 § 1. In geval van veroordeling wegens een inbreuk bepaald bij artikel XV.103, § 1, kan de rechtbank bevelen, op verzoek van de burgerlijke partij en op voorwaarde dat deze maatregel in verhouding staat tot de ernst van de inbreuk op het recht, dat de werktuigen die voornamelijk gediend hebben om het misdrijf te plegen en die verbeurdverklaard werden en de monsters van de goederen die inbreuk maken op het intellectuele eigendomsrecht, aan de houder van het recht worden toegewezen.
   § 2. De rechtbank kan ook, in geval van veroordeling wegens een inbreuk bepaald bij artikel XI.103, § 1, en rekening houdend met de ernst van de inbreuk, de vernietiging bevelen van de goederen die inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een bijzondere verbeurdverklaring, op kosten van de veroordeelde, zelfs als deze goederen geen eigendom zijn van de veroordeelde.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 17, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  
Bron: Justel