Artikel XIII.2, WER

Art. XIII.2. [1 De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven bestaat uit een voorzitter en uit effectieve leden, wier aantal, bij koninklijk besluit bepaald, ten hoogste zesenvijftig mag bedragen.
  De effectieve leden worden in even aantal benoemd onder de kandidaten die worden voorgedragen :
  1° enerzijds, door de meest representatieve organisaties uit de nijverheid, de diensten, de landbouw, de handel en het ambachtswezen en de niet-commerciële sector, die te dien einde dubbele lijsten opmaken van kandidaten, van wie een zeker aantal de kleine ondernemingen alsmede de gezinsondernemingen vertegenwoordigen;
  2° anderzijds, door de meest representatieve organisaties van de werknemers, zoals bedoeld in artikel 2, § 4, tweede lid, van de wet van 29 mei 1952 tot inrichting van de Nationale Arbeidsraad, die te dien einde dubbele lijsten opmaken van kandidaten, van wie een zeker aantal de verbruikscoöperaties vertegenwoordigen.
  De krachtens het tweede lid benoemde leden dragen, op dubbele lijsten, zes personen voor befaamd wegens hun wetenschappelijke of technische waarde.
  De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven telt evenveel plaatsvervangende als effectieve leden. Allen worden aangewezen op dezelfde wijze en benoemd bij koninklijk besluit.
  Vertegenwoordigers van de openbare besturen of diensten van algemeen belang kunnen worden verzocht hun advies uit te brengen bij de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, telkens als hun advies gepast blijkt.
  De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven wordt voorgezeten door een personaliteit niet behorend tot de administratie noch tot de organisaties die in zijn midden vertegenwoordigd zijn, en die na overleg met de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, bij koninklijk besluit wordt aangewezen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 30-04-2014>

  
Bron: Justel