Artikel XV.13, WER
Art. XV.13. [1 § 1. De ambtenaren hiertoe aangesteld door de in artikel XVII.9 bedoelde ministers zijn bevoegd voor het opsporen en het vaststellen van de inbreuken die het voorwerp kunnen zijn van de vordering bedoeld in artikel XVII.3. De processen-verbaal welke daaromtrent worden opgesteld, hebben bewijskracht tot het tegendeel is bewezen.
§ 2. In de uitoefening van hun ambt beschikken de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren over de bevoegdheden vermeld in artikel XV.3, 1°, 2° en 7°.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
§ 2. In de uitoefening van hun ambt beschikken de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren over de bevoegdheden vermeld in artikel XV.3, 1°, 2° en 7°.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
Bron: Justel
