Artikel XI.248/3, WER
Art. XI.248/3. [1 § 1. Niettegenstaande ieder andersluidend beding, kunnen de statuten, reglementen of overeenkomsten van de vennootschappen een rechthebbende niet beletten het beheer van de rechten die betrekking hebben op een of meer categorieën van rechten, op een of meer categorieën van werken of prestaties van zijn repertoire, of op een of meer grondgebieden, toe te vertrouwen aan een andere vennootschap van zijn keuze of om het beheer zelf uit te oefenen.
Voor zover de rechthebbende een opzegging van zes maanden voor het einde van het boekjaar geeft, tenzij een kortere termijn voorzien wordt in de overeenkomst met de rechthebbende, zal de beëindiging of terugtrekking van de rechten uitwerking hebben de eerste dag van het volgende boekjaar. Indien de opzegging van de beëindiging of terugtrekking minder dan zes maanden voor het einde van het boekjaar wordt gegeven of minder dan de termijn die voorzien wordt in de overeenkomst met de rechthebbende indien deze korter is dan zes maanden, heeft de terugtrekking uitwerking de eerste dag van het boekjaar dat volgt op het daarop volgende boekjaar.
§ 2. De beëindiging of de terugtrekking van de rechten gebeurt zonder afbreuk te doen aan de rechtshandelingen die voordien door de vennootschap zijn gesteld.
Als er aan een rechthebbende inkomsten uit rechten verschuldigd zijn voor exploitatiehandelingen die hebben plaatsgevonden voordat de machtiging is beëindigd of de terugtrekking van rechten van kracht werd, of op grond van een licentie die is verleend voordat de beëindiging of terugtrekking van kracht werd, behoudt de rechthebbende zijn rechten op grond van de artikelen XI.249, § 2, XI.252, XI.254, XI.256, XI.258, XI.267, XI.269, XI.273/1 en XI.273/7.
§ 3. Een beheersvennootschap mag de uitoefening van de in paragraaf 2 en in artikel XI.248/2, § 5, vervatte rechten niet beperken door, als voorwaarde voor de uitoefening van die rechten, te eisen dat het beheer van rechten of rechtencategorieën of soorten werken en prestaties die het voorwerp zijn van de beëindiging of terugtrekking, wordt toevertrouwd aan een andere beheersvennootschap.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-06-08/13, art. 30, 049; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
Voor zover de rechthebbende een opzegging van zes maanden voor het einde van het boekjaar geeft, tenzij een kortere termijn voorzien wordt in de overeenkomst met de rechthebbende, zal de beëindiging of terugtrekking van de rechten uitwerking hebben de eerste dag van het volgende boekjaar. Indien de opzegging van de beëindiging of terugtrekking minder dan zes maanden voor het einde van het boekjaar wordt gegeven of minder dan de termijn die voorzien wordt in de overeenkomst met de rechthebbende indien deze korter is dan zes maanden, heeft de terugtrekking uitwerking de eerste dag van het boekjaar dat volgt op het daarop volgende boekjaar.
§ 2. De beëindiging of de terugtrekking van de rechten gebeurt zonder afbreuk te doen aan de rechtshandelingen die voordien door de vennootschap zijn gesteld.
Als er aan een rechthebbende inkomsten uit rechten verschuldigd zijn voor exploitatiehandelingen die hebben plaatsgevonden voordat de machtiging is beëindigd of de terugtrekking van rechten van kracht werd, of op grond van een licentie die is verleend voordat de beëindiging of terugtrekking van kracht werd, behoudt de rechthebbende zijn rechten op grond van de artikelen XI.249, § 2, XI.252, XI.254, XI.256, XI.258, XI.267, XI.269, XI.273/1 en XI.273/7.
§ 3. Een beheersvennootschap mag de uitoefening van de in paragraaf 2 en in artikel XI.248/2, § 5, vervatte rechten niet beperken door, als voorwaarde voor de uitoefening van die rechten, te eisen dat het beheer van rechten of rechtencategorieën of soorten werken en prestaties die het voorwerp zijn van de beëindiging of terugtrekking, wordt toevertrouwd aan een andere beheersvennootschap.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-06-08/13, art. 30, 049; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
Bron: Justel
