Artikel XVII.14, WER
Art. XVII.14.[1 § 1. De voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 stelt het bestaan vast en beveelt de staking van elke inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht, met uitzondering van het octrooirecht met inbegrip van het recht betreffende aanvullende beschermingscertificaten, het auteursrecht, de naburige rechten en het recht van de producenten van databanken.
§ 2. De voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 te Brussel stelt het bestaan vast en beveelt de staking van elke inbreuk op het octrooirecht met inbegrip van het recht betreffende aanvullende beschermingscertificaten.
§ 3. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg en de voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 stellen, in aangelegenheden die tot de respectieve bevoegdheid van die rechtbanken behoren, het bestaan vast van elke inbreuk op het auteursrecht, op een naburig recht of op een recht van een producent van databanken en bevelen de staking ervan.
§ 4. De voorzitter kan eveneens een bevel tot staking uitvaardigen tegenover tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op een in paragrafen 1 tot 3 bepaald recht te plegen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-10/77, art. 6, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
§ 2. De voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 te Brussel stelt het bestaan vast en beveelt de staking van elke inbreuk op het octrooirecht met inbegrip van het recht betreffende aanvullende beschermingscertificaten.
§ 3. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg en de voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 stellen, in aangelegenheden die tot de respectieve bevoegdheid van die rechtbanken behoren, het bestaan vast van elke inbreuk op het auteursrecht, op een naburig recht of op een recht van een producent van databanken en bevelen de staking ervan.
§ 4. De voorzitter kan eveneens een bevel tot staking uitvaardigen tegenover tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op een in paragrafen 1 tot 3 bepaald recht te plegen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-10/77, art. 6, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
