Artikel XI.218, WER
Art. XI.218.[1 § 1. De uitvoerende kunstenaar en de producent kunnen de uitlening van fonogrammen en van eerste vastleggingen van films niet verbieden, wanneer die uitlening geschiedt met een educatief of cultureel doel door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht.
[2 De uitvoerende kunstenaar en de producent kunnen de uitlening door een in België gevestigde toegelaten entiteit aan een begunstigde of een andere toegelaten entiteit gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, van een exemplaar in toegankelijke vorm niet verbieden, wanneer die uitlening geschiedt zonder winstoogmerk, met het oog op exclusief gebruik door een begunstigde [3 ...]3.]2
§ 2. De uitlening van fonogrammen en van eerste vastleggingen van films kan pas plaatsvinden twee maanden na de eerste verspreiding van het werk onder het publiek.
Na raadpleging van de instellingen en vennootschappen voor het beheer van de rechten, kan de Koning voor alle fonogrammen en eerste vastleggingen van films of voor bepaalde daarvan de in het vorige lid bedoelde termijn verlengen of verkorten.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde instellingen die door de Koning worden aangewezen, mogen fonogrammen of eerste vastleggingen van films invoeren die voor het eerst buiten de Europese Unie rechtmatig zijn verkocht en die op het grondgebied van die Unie niet aan het publiek worden verdeeld, ingeval die invoer geschiedt voor openbare uitleningen met een educatief of cultureel doel en voor zover zulks geen betrekking heeft op meer dan vijf exemplaren van het fonogram of de eerste vastlegging van de film.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2018-11-25/04, art. 9, 068; Inwerkingtreding : 22-12-2018>
(3)<W 2022-06-19/03, art. 44, 113; Inwerkingtreding : 01-08-2022>
[2 De uitvoerende kunstenaar en de producent kunnen de uitlening door een in België gevestigde toegelaten entiteit aan een begunstigde of een andere toegelaten entiteit gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, van een exemplaar in toegankelijke vorm niet verbieden, wanneer die uitlening geschiedt zonder winstoogmerk, met het oog op exclusief gebruik door een begunstigde [3 ...]3.]2
§ 2. De uitlening van fonogrammen en van eerste vastleggingen van films kan pas plaatsvinden twee maanden na de eerste verspreiding van het werk onder het publiek.
Na raadpleging van de instellingen en vennootschappen voor het beheer van de rechten, kan de Koning voor alle fonogrammen en eerste vastleggingen van films of voor bepaalde daarvan de in het vorige lid bedoelde termijn verlengen of verkorten.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde instellingen die door de Koning worden aangewezen, mogen fonogrammen of eerste vastleggingen van films invoeren die voor het eerst buiten de Europese Unie rechtmatig zijn verkocht en die op het grondgebied van die Unie niet aan het publiek worden verdeeld, ingeval die invoer geschiedt voor openbare uitleningen met een educatief of cultureel doel en voor zover zulks geen betrekking heeft op meer dan vijf exemplaren van het fonogram of de eerste vastlegging van de film.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2018-11-25/04, art. 9, 068; Inwerkingtreding : 22-12-2018>
(3)<W 2022-06-19/03, art. 44, 113; Inwerkingtreding : 01-08-2022>
Bron: Justel
