Artikel IV.73, WER

Art. IV.73.[1 § 1. Het Mededingingscollege oordeelt bij gemotiveerde beslissing binnen een termijn van één maand na de zitting. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de termijn wordt het verzoek om voorlopige maatregelen geacht te zijn verworpen.
   Ingeval het Mededingingscollege het noodzakelijk acht om voorlopige maatregelen op te leggen, deelt het de maatregelen mee die het overweegt te nemen. [2 De verzoeker, de auditeur indien de auditeur-generaal niet de verzoeker is, en de ondernemingen of ondernemings-verenigingen]2 jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd krijgen vijf werkdagen, te rekenen vanaf de eerste werkdag na deze mededeling, om hierover schriftelijke opmerkingen in te dienen. De ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd, krijgen een bijkomende termijn van drie werkdagen, te rekenen vanaf de eerste werkdag na de indiening van schriftelijke opmerkingen [2 door de verzoeker en de auditeur]2, om hierop schriftelijk te antwoorden.
   De in het eerste lid bedoelde beslissingstermijn wordt geschorst vanaf de mededeling door het Mededingingscollege van de overwogen voorlopige maatregelen tot de eerste werkdag na het verstrijken van de laatste termijn bedoeld in het tweede lid.
   Het tweede en derde lid vinden geen toepassing ingeval de voorlopige maatregelen die het Mededingingscollege overweegt op te leggen, behoren tot de voorlopige maatregelen die waren vermeld in het verzoekschrift bedoeld in artikel IV.72, § 1.
  [2 De motivering van de beslissing van het Mededingingscollege is uitdrukkelijk en afdoende.]2
   § 2. Het Mededingingscollege kan, gelet op het algemeen belang bij de goede werking van de markt, het ernstig, onmiddellijk en moeilijk herstelbaar nadeel van de verzoeker afwegen tegen het nadeel van de onderneming of ondernemingsvereniging jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd en van belanghebbende derden, in geval naderhand de inbreuk ten gronde niet zou worden vastgesteld.
   § 3. De beslissing van het Mededingingscollege kan niet steunen op documenten en gegevens waarvan de ondernemingen en ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden genomen, geen kennis hebben kunnen nemen.]1
  [2 § 4. De beslissing bedoeld in paragraaf 1 is evenredig en van toepassing hetzij gedurende een bepaalde tijdspanne, die kan worden verlengd voor zover dat nodig en passend is, hetzij totdat de beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in artikel IV.52, § 1, of de beslissing van de auditeur bedoeld in artikel IV.44, § 1, eerste lid, in artikel IV.45, eerste lid, of in artikel IV.59, § 1, niet meer vatbaar is voor beroep op grond van gewone rechtsmiddelen.]2
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
  (2)<W 2022-02-28/02, art. 55, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>

  
Bron: Justel