Parlementaire vraag nr. 299 van de heer Steven Matheï van 31.03.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/018, d.d. 14.05.2020, blz. 119
Aftrekbaarheid van buitenlandse verliezen en de antimisbruikbepaling
VRAAG
Op 1 januari 2020 trad de laatste fase van de hervorming van de vennootschapsbelasting in werking. Deze omvat onder meer een ingrijpende wijziging van de regelgeving inzake de aftrekbaarheid van buitenlandse verliezen. Deze worden voortaan onmogelijk behalve dan voor de definitieve buitenlandse verliezen.
Om te vermijden dat een vennootschap haar activiteiten in een inrichtingsstaat tijdelijk stopzet om vervolgens te hervatten (waardoor "definitieve" verliezen in België kunnen worden afgetrokken), vindt op basis van artikel 185, §3, lid 6 WIB 1992 een recapture plaats in het belastbaar tijdperk van heropstart. Dit gebeurt met name indien de Belgische vennootschap "binnen de drie jaar na de aftrek van het definitieve beroepsverlies" opnieuw activiteiten opstart in de inrichtingsstaat.
De memorie verwijst dan weer naar een termijn van "drie jaar na de stopzetting die aanleiding heeft gegeven tot de aftrek van een definitief beroepsverlies" (zie Parl.St., Kamer, 2017-2018, nr. 54-2864/001, blz. 45).
In de praktijk is het daarom niet duidelijk of dit betekent dat deze termijn aanvangt vanaf het einde van het belastbaar tijdperk van de stopzetting, of vanaf het effectieve ogenblik van stopzetting.
Kunt u verduidelijken vanaf wanneer de termijn van drie jaar juist aanvangt? Is dat volgens u vanaf het einde van de het belastbaar tijdperk van de stopzetting of vanaf het effectieve ogenblik van de stopzetting?
ANTWOORD
Uw vraag heeft betrekking op de antimisbruikbepaling van artikel 185, §3, zesde lid, WIB 92, die van toepassing is bij de aftrek door een binnenlandse vennootschap van definitieve beroepsverliezen geleden binnen een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
Ik kan u bevestigen dat de bedoelde termijn van drie jaar begint te lopen vanaf de eerste dag van het belastbare tijdperk dat volgt op het belastbare tijdperk waarin de verliezen, die als definitief worden beschouwd volgens artikel 185, §3, vierde en vijfde lid, WIB 92, werden afgetrokken, dat wil zeggen in aanmerking werden genomen voor het vaststellen van de belastbare grondslag.
