Parlementaire vraag nr. 154 van de heer Steven Matheï van 23.12.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/037 d.d. 03.02.2021, blz. 62
Belastbaarheid uitkeringen noodfonds cultuur.
VRAAG (van de heer Matheï)
Het decreet van 19 juni 2020 voorziet in het kader van de COVID-19-pandemie in een noodfonds voor de cultuur-, jeugd- en mediasector. Voor de cultuursector gaat het over 65 miljoen euro die in de vorm van verschillende ondersteuningsmaatregelen wordt toegekend. Bepaalde steun wordt rechtstreeks door de Vlaamse overheid uitgekeerd aan kunstenaars, artiesten, enz. Andere steun wordt toegekend via derden. Zo kunnen gesubsidieerde organisaties een overeenkomst afsluiten met artiesten of kunstenaars om afspraken te maken rond de betaling van een annulatie-vergoeding en/of vergoeding voor voorbereidende kosten.
Artikel 6 van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID- 19-pandemie (CORONA I) bepaalt dat vergoedingen die in het kader van de coronacrisis worden toegekend door de gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten, fiscaal vrijgesteld worden. Momenteel wordt het wetsontwerp houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie behandeld in de Kamer. Dit wetsontwerp bevat onder andere een verlenging van deze vrijstelling.
1. Kunt u verduidelijken op welke manier de uitkeringen door het noodfonds cultuur aan de betrokken instellingen en kunstenaars fiscaal behandeld worden? Vallen deze uitkeringen onder het toepassingsgebied van artikel 6 van de wet CORONA I - en bijgevolg ook onder artikel 6 van het wetsontwerp houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen dat voorziet in een verlenging van die vrijstelling – dat vergoedingen toegekend door de gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten fiscaal vrijstelt?
Zo ja, is er ook sprake van deze vrijstelling wanneer de uitkeringen door het noodfonds via de tussenschakel van gesubsidieerde organisaties worden uitgekeerd aan kunstenaars en artiesten?
Zo neen, kunt u verduidelijken of deze uitkeringen in de inkomstenbelasting behandeld worden als divers inkomen of beroepsinkomen/winsten en baten?
2. Mochten de uitkeringen niet onder de fiscale vrijstelling vallen en als winsten en baten worden gekwalificeerd, vallen deze uitkeringen dan onder artikel 171, 4°, b WIB 92 om afzonderlijk getaxeerd te worden aan 16,5 %?
3. Kunt u verduidelijken in welke gevallen er bij een uitkering door het noodfonds via gesubsidieerde organisaties btw beschuldigd is?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
1 en 2. Artikel 6 van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie stelt, in afwijking van de artikelen 24, eerste lid, 1°, 25, 6°, 27, tweede lid, 1° en 4°, 31, tweede lid, 4°, 32, tweede lid, 2°, 183 en 235 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, onder bepaalde voorwaarden de vergoedingen die overeenkomstig gewestelijke, gemeenschaps-, provinciale of gemeentelijke regelgeving worden toegekend voor de economische gevolgen die belastingplichtigen ondervinden naar aanleiding van de COVID-19-pandemie, vrij van inkomstenbelastingen.
Artikel 2 van het decreet van 19 juni 2020 tot het nemen van dringende maatregelen met betrekking tot de noodfondsen voor cultuur, jeugd, sport, media en de lokale besturen, en met betrekking tot de armoedebestrijding naar aanleiding van de COVID-19-pandemie, stelt dat de vergoedingen die ter uitvoering van dit decreet worden uitgekeerd, worden verleend om aan de rechtstreekse of onrechtstreekse economische of sociale gevolgen van de COVID-19-pandemie het hoofd te bieden.
Het besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2020 tot toekenning van steun aan culturele organisaties en kwetsbare kernspelers in het kader van het noodfonds regelt de uitvoering van dit decreet.
De financiële ondersteuning die de Vlaamse regering tussen 15 maart 2020 en 31 maart 2021 vanuit het noodfonds voor cultuur rechtstreeks betaalt of toekent, valt dus principieel binnen het toepassingsgebied van artikel 6 van voormelde wet van 29 mei 2020.
Concreet betekent dit dat dergelijke uitkeringen, die bij de betrokken instellingen en zelfstandige kunstenaars een inkomen in de zin van de hierboven genoemde artikelen zouden uitmaken, alsnog van inkomstenbelastingen zijn vrijgesteld.
Wanneer die financiële ondersteuning daarentegen via de tussenschakel van gesubsidieerde organisaties wordt uitgekeerd aan zelfstandige kunstenaars en artiesten dan moet er een onderscheid worden gemaakt tussen, enerzijds, de annulatie-vergoeding en, anderzijds, de vergoeding voor voorbereidende kosten.
De annulatie-vergoeding betaald of toegekend door de betrokken organisatie aan de zelfstandige kunstenaar of artiest tussen 15 maart 2020 en 31 maart 2021 valt eveneens binnen het toepassingsgebied van artikel 6 van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie. Deze vergoeding is bijgevolg bij hen van inkomstenbelastingen vrijgesteld.
De vergoeding voor voorbereidende kosten betaald of toegekend door de betrokken organisatie aan de zelfstandige kunstenaar of artiest valt evenwel niet binnen het toepassingsgebied van artikel 6 van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie.
Een dergelijke uitkering maakt immers een directe of indirecte vergoeding uit in ruil voor de levering van goederen of het verlenen van diensten. Daardoor is dus niet voldaan aan de in artikel 6, tweede lid, eerste gedachtestreepje van voornoemde wet van 29 mei 2020 gestelde voorwaarde, namelijk dat de vergoeding geen directe of indirecte vergoeding mag uitmaken in ruil voor de levering van goederen of het verlenen van diensten.
Dergelijke vergoedingen voor voorbereidende kosten zijn dan ook bij de zelfstandige kunstenaar of artiest aan te merken als in artikel 24, eerste lid, 1°, of 27, tweede lid, 1°, WIB 92 bedoelde winst of baten die gezamenlijk belastbaar zijn.
3. Inzake btw wordt er een onderscheid gemaakt tussen, enerzijds de vergoeding voor voorbereidende kosten die zijn gemaakt voor activiteiten die werden geschrapt of waarvan nog bepaald moet worden of ze zullen kunnen plaatsvinden en, anderzijds de vergoedingen voor het schrappen van de activiteit uit de planning van de doel-groeporganisatie.
De vergoedingen voor voorbereidende kosten worden aan de btw onderworpen, wanneer blijkt dat er een overeenkomst werd gesloten door de in het decreet beoogde personen zoals kunstenaars of artiesten en wanneer het gaat om kosten die gemaakt werden in uitvoering van de betrokken overeenkomst.
Het ontvangen bedrag vormt een onderdeel van de overeengekomen prijs en wordt bijgevolg niet aangemerkt als compensatie voor geleden schade. De vergoeding is onderworpen aan de btw, maar kan mogelijk vrijgesteld zijn ingevolge een van de bepalingen van artikel 44 van het btw-Wetboek.
Indien nog geen overeenkomst werd gesloten door de beoogde personen of indien het gaat om voorbereidende kosten gemaakt buiten elke overeenkomst, vormt de ontvangen vergoeding geen tegenprestatie voor reeds verrichte diensten.
Er is geen economische relatie tussen de personen als kunstenaars en artiesten en een bepaalde afnemer. Het ontvangen bedrag is een schadevergoeding die niet onderworpen is aan de btw.
Wanneer niet duidelijk is in welke mate de vergoeding betrekking heeft op de compensatie van voorbereidende kosten (bijv. wanneer aan elke derde een vergoeding wordt betaald, ongeacht de voorbereidende kosten die zijn gemaakt en er hiertoe geen contractuele verplichting is), dan zal de administratie niet betwisten dat de betrokken vergoeding eveneens als een schadevergoeding beschouwd kan worden die niet onderworpen is aan de btw.
Bij een annulatie-vergoeding ontvangen de door het decreet beoogde personen zoals kunstenaars of artiesten een vergoeding, omdat de overeengekomen dienst (al of niet reeds geformaliseerd door middel van een ondertekende overeenkomst) niet wordt verricht.
Deze personen kunnen hun geplande diensten in het geheel niet meer uitvoeren en worden hiervoor gecompenseerd. De ontvangen vergoeding is geen tegenprestatie voor een bepaalde handeling door die kunstenaar, artiest en dergelijke. Het gaat om een schadevergoeding die niet onderworpen is aan de btw.
