Parlementaire vraag nr. 619 van de heer Willem-Frederik Schiltz van 18.10.2013

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/138 dd. 02.12.2013, blz. 295

Interesten van leningen die niet fiscaal aftrekbaar zijn. - Intercommunales

VRAAG

Inzake vennootschapsbelasting stelt artikel 198, §1, 11° Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 dat in een aantal situaties betaalde of toegekende interesten van leningen fiscaal niet aftrekbaar zijn, afhankelijk van de positie van de werkelijke verkrijger. Deze maatregel is ingevoerd teneinde te verhinderen dat winsten binnen eenzelfde (meestal multinationale) groep door overdreven leningslasten kunstmatig worden verschoven. De beperking inzake aftrekbaarheid geldt onder meer indien de werkelijke verkrijgers van de interest deel uitmaken van het geheel van verbonden vennootschappen in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen, waartoe (ook) de schuldenaar behoort. Kan uw administratie meedelen of de voornoemde bepaling al dan niet kan toegepast worden indien de werkelijke verkrijger van de interesten een intercommunale is, in de vorm van een opdrachthoudende vereniging die beheerst wordt door het Vlaams decreet van 6 juli 2001 houdende intergemeentelijke samenwerking?

ANTWOORD (van de minister van Financiën)

Artikel 198, § 1, 11°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) kan van toepassing zijn hetzij wanneer de werkelijke verkrijgers van de interesten niet onderworpen zijn aan een inkomstenbelasting of - voor die inkomsten - onderworpen zijn aan een aanzienlijk gunstigere aanslagregeling dan die welke voortvloeit uit de bepalingen van gemeen recht van toepassing in België, hetzij wanneer de werkelijke verkrijgers ervan deel uitmaken van een groep waartoe de schuldenaar behoort. Een opdrachthoudende vereniging die beheerst wordt door het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking is overeenkomstig artikel 220, 2°, WIB 92, onderworpen aan de rechtspersonenbelasting en dus aan de inkomstenbelasting, overeenkomstig artikel 1 van hetzelfde Wetboek. De verstrekte gegevens zijn evenwel ontoereikend om uit te maken of de opdrachthoudende vereniging deel uitmaakt van een groep waartoe de schuldenaar behoort. Indien het geachte lid een concreet geval beoogt, ben ik bereid, indien de identiteit van de betrokken partijen en alle nuttige beoordelingselementen worden meegedeeld, ter zake door mijn administratie een onderzoek te laten instellen.