Parlementaire vraag nr. 230 van mevrouw Pieters van 21.01.2004
VRAAG 04/230
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 26, blz. 4007-4009
Toegang tot particuliere woning of bewoonde lokalen
VRAAG
Overeenkomstig de vraag nr. 16 van 22 oktober 1986, gesteld door senator Valkeniers (Vragen en Antwoorden, Senaat, zitting 1986-1987, nr. 8, blz. 479) kan de administratie met toepassing van artikel 319, WIB 1992 haar recht van toegang tot particuliere woningen of bewoonde lokalen enkel laten gelden met machtiging van de rechter in de politierechtbank.
1. Geldt deze bepaling zowel voor de taxatieambtenaren evenals voor de met de invordering belaste ambtenaren?
2. Wat zijn de mogelijkheden in hoofde van de belastingplichtige/-schuldige om hiertegen te reageren op het ogenblik van de onrechtmatige huiszoeking als naderhand?
3. Wat zijn de sancties voor de ambtenaren die een inbreuk plegen op artikel 319, tweede lid, WIB 1992?
4. Wat gebeurt er met een klacht van de belastingplichtige/schuldige die hij bij de FOD Financiën indient?
5. Wordt hij spontaan van de uitkomst van het interne onderzoek naar aanleiding van een klacht op de hoogte gebracht door Financiën?
ANTWOORD (minister van Financiën, 26.03.2004)
1. Krachtens artikel 319bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), beschikken de invorderingsambtenaren over alle onderzoeksbevoegdheden bepaald in het WIB 1992 om de vermogenssituatie van de schuldenaar te bepalen met het oog op het invorderen van de belasting en de voorheffingen verschuldigd in hoofdsom en opcentiemen, van de belastingverhogingen en administratieve boeten, van de interesten en van de kosten.
Derhalve geldt de bepaling opgenomen in artikel 319, WIB 1992 tevens voor de invorderingsambtenaren.
2 tot 5. De belastingplichtige beschikt over de gebruikelijke verhaalmiddelen (bezwaarschrift, vordering in rechte of verhaal voor de rechtbanken of de hoven). De belastingplichtige kan ook een klacht indienen bij het belastingkantoor waaronder hij ressorteert.
Klachten die bij de FOD Financiën toekomen aangaande het handelen van fiscale ambtenaren worden met de nodige aandacht en op een voldoende hiërarchisch niveau behandeld.
De sancties die kunnen worden getroffen ten aanzien van ambtenaren die bewust de wet(ten) verkeerd toepassen ten overstaan van belastingplichtigen, gaan van het maken van strenge, schriftelijke opmerkingen, het inschrijven van vastgestelde ongunstige feiten tot het opleggen van één van de in het statuut van het rijkspersoneel opgenomen straffen.
Het is de regel dat van een intern onderzoek bepaalde gegevens aan de klachtindiener worden gecommuniceerd.
Bron: FisconetPlus
