Parlementaire vraag nr. 1407 van mevrouw Pieters van 08.09.2006
Parlementaire vraag nr. 1407 van mevrouw Pieters dd. 08.09.2006
Vr. en Antw., Kamer, 2006-2007, nr. 162, blz. 31590 - 31592
Herkwalificatie van verzekeringspremies tot beleggingen - Beroepskosten
VRAAG
In hoofdzaak steunende op het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 december 2003 en op de vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, Brussel en te Antwerpen met betrekking tot taxatie van bedrijfsleidersverzekeringspremies, waarbij de zogenaamde takken "21" en "23" van levensverzekeringen in beleggingscontracten werden geherkwalificeerd, worden door de taxatieambtenaren thans gelijklopend blijkbaar vele andere verzekeringscontracten eveneens geherkwalificeerd tot zuivere beleggingsproducten.
De motivering van zowel dit hof als van die van de rechtbanken, thans verder gevolgd door de onderzoekende belastingambtenaren, is voornamelijk gegrond op de vooropgezette stelling dat een verzekeringscontract een kanscontract is in de zin van artikel 1964 van het Burgerlijk Wetboek en bijgevolg steeds een kans op winst of verlies moet bevatten.
Om reden dat bij het merendeel van de geviseerde levensverzekeringen van het type "groepsverzekering" en van het type "pensioentoezeggingsverzekering" géén minimumkapitaal bij overlijden wordt uitgekeerd en dat elk risico ontbreekt, zijn de belastingambtenaren uit hiërarchische overwegingen blijvend van mening dat er geen sprake kan zijn van een kanscontract, zodat het met andere woorden niet gaat om een verzekeringscontract.
Ter zake rijzen dan ook de volgende algemene praktische vragen.
1. Moet iedere levensverzekering (op heden al dan niet nog geregeld door het zeerecht) voortaan voldoen aan de definitie waarvan sprake in artikel 1964 van het Burgerlijk Wetboek en heeft dit artikel van het gemeen recht al dan niet absolute voorrang op artikel 1A van de huidige jongere en gecoö rdineerde wet op de landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992?
2. Kunnen alle betrokken Belgische administraties de herziene zienswijze van het Franse Hof van Cassatie van 23 december 2004 ( www.courdecassation.fr) bijtreden met betrekking tot de ruimere interpretatie van het artikel van het Franse Burgerlijk Wetboek dat identiek is aan het Belgisch artikel?
3. Op welke wijze, in welke mate en op grond van welke wettelijke en reglementaire bepalingen mogen of moeten die zogezegde brutoof netto-"spaartegoeden " of "spaarreserves" inzake vennootschapsbelasting bij voorkeur desgevallend worden belast:
a) als een "reservebestanddeel" onderschatting actief in de zin van artikel 24, eerste lid, 4°, WIB 1992 en/ of artikel 361 WIB 1992;
b) als een "verworpen uitgave" op te nemen onder de code nr. 31 vak IV van het aangifteformulier?
4. Welke nationaal geldende algemene instructies in verband met de benadering op het vlak van de taxatie en op het vlak van de behandeling van de talrijke bezwaarschriften werden of zullen er weldra worden uitgevaardigd aan het adres van de taxatieambtenaren en van de gewestelijk directeurs van alle belastingadministraties ?
5. Is het voortaan effectief de bedoeling van zowel de Belgische en de Europese wetgever als van de regering om de premies van al dergelijke verzekeringscontracten waarbij geen minimumkapitaal bedongen wordt bij overlijden en geen risico voorhanden is, de netto- of brutospaartegoeden fiscaal onmiddellijk te gaan belasten?
6. Kunt u punt per punt uw huidige algemene ziensen handelwijze meegeven, inzonderheid zowel onder meer in het licht van de artikelen 1104 en 1964 van het Burgerlijk Wetboek ontstaan uit de Code Napoléon (uitgevaardigd op 21 maart 1804 - 30 ventôse jaar XII), het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit, de Europese richtlijnen inzake levensverzekeringen, de artikelen 1.A, 2, 3, 48 en 97 van de wet van 25 juni 1992 op de landsverzekeringsovereenkomst, de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen, het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit ( Belgisch Staatsblad van 15 november 2003 - errata 23 juli 2004), de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact ( Belgisch Staatsblad van 30 december 2005, tweede editie) en de adviezen van alle commissies, raden en werkgroepen van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA), als in het kader van de bepalingen van de artikelen 21, 1e lid, 4°; 38, § 1, 18 en 19; 49; 52, 3°, b); 59; 171, 4°, f); 183; 185; 195, § 1; 340 en 361 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de artikelen 35 en 63-1 KB/WIB 1992?
ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën, 12.04.2007)
Ik heb de eer het geachte lid mee te delen dat ik op de hoogte ben van de problematiek betreffende de kwalificatie van bepaalde levensverzekeringsproducten in beleggingsproducten.
De gestelde problematiek waarover met de betrokken sector reeds verschillende besprekingen zijn gevoerd maakt ten andere het voorwerp uit van een grondig onderzoek dat door de diensten van mijn administratie wordt uitgevoerd en dat momenteel nog niet is beëindigd.
