Parlementaire vraag nr. 18589 van de heer Carl Devlies van 25.06.2013

Kamer, Integraal Verslag - Commissie voor de Financiën, 2012-2013 CRIV 53 COM 783 dd. 25.06.2013, blz. 11

De bijzondere geheimecommissielonenaanslag

VRAAG (van de heer Carl Devlies)

Mijnheer de minister, het wetsontwerp houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling, dat inmiddels door Kamer en Senaat is goedgekeurd, wijzigt ook de wettekst inzake de bijzondere aanslag op geheime commissielonen. De wijziging houdt in dat de bijzondere aanslag niet alleen achterwege blijft wanneer de genieter van de niet op fiches vermelde vergoedingen of voordelen, de vergoedingen of voordelen niettemin tijdig in zijn aangifte in de inkomstenbelasting heeft vermeld, maar ook wanneer de genieter de vergoedingen of voordelen niet spontaan opgenomen heeft in zijn tijdig ingediende aangifte in de inkomstenbelasting, maar hij met zijn akkoord nog op die vergoedingen en voordelen is belast tijdens de driejarige aanslagtermijn. De memorie van toelichting laat verstaan dat de regering de nieuwe uitzondering soepel wenst toe te passen en dat zij ervan uitgaat dat de bijzondere aanslag ook achterwege kan blijven wanneer de voordelen van alle aard die niet gerapporteerd zijn op individuele fiches, zelfs zonder het akkoord van de genieter in zijn hoofde zijn belast binnen de driejarige aanslagtermijn. De memorie van toelichting laat in het midden of het genoten voordeel in een dergelijk geval dan toch nog aan het fiscaal resultaat van de uitkerende vennootschap moet worden toegevoegd. Kunt u dat verduidelijken?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën Koen Geens)

Mijnheer Devlies, ik dank u voor de vraag. In de memorie van toelichting is inderdaad gepreciseerd dat, wanneer het slechts gaat om kleine misrekeningen en foutjes begaan te goeder trouw inzake forfaitaire voordelen van alle aard, of voordelen die voortkomen uit een gemengd gebruik en die door de vennootschap spontaan worden rechtgezet door aanduiding van de verkrijger binnen de normale termijn van drie jaar, en de genieter aldus nog binnen die drie jaar op die voordelen wordt belast, er in hoofde van de vennootschap geen toepassing moet worden gemaakt van de artikelen 57 en 198, § 1, 15, van het wetboek. Concreet betekent het dat in een dergelijk geval niet enkel de bijzondere aanslag achterwege blijft, maar de kosten ook niet verworpen hoeven te worden in hoofde van de vennootschap. In alle andere gevallen waarin de bijzondere aanslag, gelet op hetgeen in de nieuwe wettekst en in de memorie van toelichting te lezen staan, achterwege kan blijven, ondanks het feit dat de genieter de genoten voordelen niet spontaan in zijn tijdig ingediende aangifte in de inkomstenbelasting heeft vermeld, moeten de gemaakte kosten strikt genomen, met uitvoering van de voormelde wetsartikelen, wel aan het fiscaal resultaat van de vennootschap worden toegevoegd, ondanks het feit dat de genieter in al die gevallen wel op het voordeel is belast. Niettemin ben ik van oordeel dat door de belasting, in hoofde van de genieter, aan het normdoel is tegemoetgekomen, zodat economische dubbelbelasting zo veel als mogelijk moet worden vermeden. Bijgevolg ga ik ervan uit dat de toevoeging van de kosten aan het fiscale resultaat van de vennootschap ook in de voormelde gevallen achterwege kan blijven, zeker wanneer de vennootschap kennelijk niet te kwader trouw heeft gehandeld. Eerstdaags zal de aldus aangepaste regeling inzake de bijzondere aanslag het voorwerp uitmaken van een rondzendbrief waarin de toepassing verder zal worden verduidelijkt.

CONCLUSIE (van de heer Carl Devlies)

Mijnheer de minister, dat is een duidelijk antwoord. Het is ook een noodzakelijke verduidelijking van de nieuwe wetgeving. Het lijkt mij eveneens goed dat u ter zake een rondzendbrief zult sturen naar uw administratie.