Parlementaire vraag nr. 1069 van de heer Robby De Caluwé van 07.06.2022
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/091 d.d. 09.09.2022, blz. 179
Cryptowallets
VRAAG (van de heer De Caluwé)
Cryptomunten geraken meer en meer in gebruik. Er is bij Belgische belastingplichtigen echter onduidelijkheid en ongerustheid of hun cryptowallets onder hun meldplicht voor (buitenlandse) bankrekeningen bij de Nationale Bank van België (NBB) en melding in de aangifte personenbelasting vallen. De meldplicht buitenlandse bankrekeningen werd in 1997 ingevoerd, toen van crypto nog geen sprake was. Toen ging het over het vermijden van overtredingen op vlak van roerende voorheffing (couponknippen). Artikel 39 van circulaire AFZ/97-41 van 3 april 1997 luidt "om een betere kennis te verkrijgen van de inkomsten waarop de roerende voorheffing zou moeten geheven worden en die aan de bestaande controlemechanismen ontsnappen". Bij crypto is doorgaans geen sprake van roerende voorheffing, minstens niet waar het gaat om meerwaarde. Daarnaast kwalificeren crypto-exchanges niet als in het buitenland gevestigde bank-, wissel-, krediet- en spaarinstelling. In overeenstemming met het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 17 juli 2013 inzake de werking van het Centraal aanspreekpunt (CAP) werd bepaald dat wegens de onzekerheid van wat de beoogde instellingen zijn die moeten worden meegedeeld, een lijst van soorten instellingen zou worden opgesteld. De administratieve commentaar nr. 322/16 op artikel 322 WIB92 werd daartoe geactualiseerd. Cryptoplatformen of aanbieders van portefeuilles voor opslag van virtuele munten worden niet vermeld op deze lijst. Ook lijken er praktische redenen te zijn om cryptowallets te kunnen meedelen in het kader van het CAP, aangezien er geen IBAN-nummer, noch een ander rekeningnummer voorhanden is voor crypto-exchanges. De zogenaamde publieke sleutel lijkt in deze niet te volstaan.
1. Bent u het ermee eens dat cryptowallets niet onder de meldplicht in het kader van het CAP vallen? Zo neen, zal de administratieve commentaar op artikel 322 WIB92 worden geactualiseerd?
2. Bent u het ermee eens dat er geen alternatieven zijn om de cryptowallets te identificeren?
3. In de memorie van toelichting bij het wetsontwerp van 1 juni 2018 wordt een referentie gemaakt naar de vierde anti-witwasrichtlijn voor de invulling van de begrippen. Een uitbreiding van het begrip naar de vijfde anti-witwasrichtlijn waar ook exchange-platformen van virtuele munten en leveranciers van portefeuilles voor de opslag van virtuele munten ter sprake komen, dient door de Koning gemachtigd te worden na advies te hebben ingewonnen van de Cel voor Financiële Informatieverwerking en de NBB. Klopt het dat dit tot op heden nog niet gebeurd is?
4. Wat is de aanpak naar de toekomst toe en hoe kijkt u naar het verleden? Zal een eventuele regulering retroactief in voege gaan, waarbij investeerders (vaak ter goeder trouw) in een penibele situatie zouden terechtkomen?
ANTWOORD (van de Vice-eersteminister en Minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding)
1. De verplichting tot melding van buitenlandse rekeningen door de belastingplichtige aan het Centraal aanspreekpunt (CAP) is de toepassing van artikel 307, §1/1 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en niet van artikel 322 WIB 92. Artikel 1, 4°, van het koninklijk besluit van 23 juni 2019 tot uitvoering van artikel 307, § 1/1, WIB 92, definieert de "buitenlandse rekening" als "elke in artikel 307, § 1/1, eerste lid, a, van hetzelfde Wetboek bedoelde rekening van elke aard bij een in het buitenland gevestigde bank-, wissel-, krediet- en spaarinstelling". De verklarende nota met betrekking tot de mededeling van buitenlandse rekeningen aan het CAP preciseert hierbij dat dit begrip "rekening van elke aard" een heel brede betekenis heeft. Het dekt onder meer lopende rekeningen, spaarrekeningen, termijnrekeningen, effectenrekeningen, rekeningen gebonden aan een hypothecaire lening of aan elke andere vorm van kredietverlening, enz., voor zover een dergelijke rekening bij een in het buitenland gevestigde bank-, wissel, krediet- of spaarinstelling bestaat of heeft bestaan. Afhankelijk van het statuut van de instelling waarbij de cryptotegoeden worden aangehouden vallen bepaalde cryptowallets momenteel wel degelijk onder de meldingsplicht van het CAP, andere niet. Echter, vaak worden cryptotegoeden aangehouden door cryptowallet-houders die, in het buitenland en beroepshalve, geen financiële diensten verlenen van dezelfde aard als gelijkaardige, in België gevestigde bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen. In zo'n geval vallen de betrokken cryptowallets buiten het toepassingsgebied van voormeld artikel 307, § 1/1, WIB 92 en moeten ze bijgevolg niet aan het CAP worden meegedeeld.
2. In België zijn sinds 1 mei 2022 de activiteiten van bepaalde dienstverleners met betrekking tot virtuele valuta in België gereguleerd. Deze dienstverleners zullen aan een reeks voorwaarden moeten voldoen die met name verband houden met hun professionele integriteit en naleving van de antiwitwaswetgeving. De nieuwe verplichtingen en de procedures voor het toezicht op de naleving ervan worden vermeld op de website van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). Ook het koninklijk besluit van 8 februari 2022 betreffende het statuut van en het toezicht op aanbieders van wisseldiensten tussen virtuele valuta en legale valuta en aanbieders van bewaarportefeuilles is daar beschikbaar. De verificaties en controles die door de FSMA worden uitgevoerd, hebben uitsluitend betrekking op de aspecten die vallen onder de regelgeving zoals hierboven beschreven, dus enkel voor wisseldiensten tussen virtuele valuta en legale valuta en/of bewaarportefeuilles. Aanbieders van wisseldiensten tussen virtuele valuta en legale valuta, evenals aanbieders van in België gevestigde particuliere cryptografische sleutelbewaarportefeuilles (wallet-aanbieders) vallen onder deze regels. De in België geïnstalleerde geldautomaten (ATM's), dit wil zeggen automaten die de uitwisseling tussen virtuele valuta en legale valuta mogelijk maken, zullen ook onderworpen zijn aan de nieuwe verplichtingen. Het is ook reeds verboden voor dienstverleners die ressorteren onder het recht van een Staat buiten de Europese Economische Ruimte om deze diensten aan te bieden op Belgisch grondgebied. De betrokken dienstverleners zullen zich moeten inschrijven bij de FSMA om hun activiteiten voort te zetten of op te starten. Deze registratie impliceert de naleving van een aantal registratie- en uitoefeningsvoorwaarden, waarvan de controle wordt verzekerd door de FSMA.
3. Ja, doch gelieve op te merken dat in de schoot van de Europese Unie wordt onderhandeld over een nieuw pakket aan regelgeving in verband met de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme, waarbij de nodige aandacht wordt besteed aan de risico's betreffende bewaarportefeuilles en virtuele activa. Het lijkt mij nuttiger dit nieuw pakket aan maatregelen af te wachten, en dan te evalueren of bijkomende verplichtingen nodige zijn.
4. Voor wat de toekomst betreft kan worden meegegeven dat de Europese Commissie thans verschillende nieuwe rechtsinstrumenten voorbereidt ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme, alsook een nieuwe verordening die in een reglementair en prudentieel rechtskader voorziet inzake markten in cryptoactiva (met inbegrip van dienstverleners in cryptoactiva). Het betreft meer bepaald de "Markten in Cryptoactiva-verordening" (MiCA-verordening). De timing van de totstandkoming van dit verruimd Europees rechtskader is thans nog onvoorspelbaar, al beoogt de Europese Commissie om deze verordening in 2024 in werking te laten treden. De MiCA-verordening beoogt innovatie en eerlijke concurrentie te ondersteunen door het creëren van een kader voor de uitgifte van en het verlenen van diensten aangaande cryptoactiva. Ze voorziet onder meer in een verhoogd niveau van consumenten- en investeerdersbescherming alsook in een hoger niveau van marktintegriteit op de cryptoactiva markten. Daarnaast wil ze het hoofd bieden aan risico's aangaande de financiële stabiliteit en de monetaire politiek die het gevolg zouden kunnen zijn van het veelvuldig gebruik van cryptoactiva en Distributed Ledger Technologies op de financiële markten.
