Parlementaire vraag nr. 70 van de heer Georges Gilkinet van 09.12.2009

Parlementaire vraag nr. 70 van de heer Georges Gilkinet dd. 09.12.2009

Personenbelasting

Belastingvermindering

Toekenningsvoorwaarden van de belastingvermindering

Energiebesparende uitgave

Toepassingsvoorwaarden van de vermindering voor energiebesparende uitgaven

Vermindering voor energiebesparende uitgaven

VRAAG

Krachtens artikel 145/24 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een belastingvermindering toegekend voor de uitgaven "voor een rationeler energiegebruik in een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is". In artikel 63/11 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2008 wordt nader bepaald dat de belastingplichtige die de belastingvermindering aanvraagt, de facturen met betrekking tot de investeringen én het betalingsbewijs moet voorleggen. Het lijkt me interessant om die maatregel te toetsen aan de nieuwe vormen van solidariteit waaraan familieleden en burgers in hun dagelijkse leven gestalte geven. Zo lijkt het a priori niet echt gebruikelijk dat iemand wil investeren in een gebouw waarvan hij geen eigenaar of huurder is, maar het leven is ingewikkelder dan dat. De controlekantoren van de directe belastingen worden geconfronteerd met nieuwe situaties, waaronder uitingen van solidariteit in de familiekring of zelfs vormen van onderhandse derde-investeerdersregelingen. Er werd me bijvoorbeeld een concreet geval gemeld van een bejaarde persoon met een eigen huis bij wie twee van de kinderen inwonen; die kinderen zouden werk willen maken van energiebesparende herstellingen en investeringen. Een strikte lezing van de in het Wetboek van de inkomstenbelastingen opgenomen bepaling impliceert dat personen die energiebesparende werken laten uitvoeren aan het eigendom van een derde en geen van de in artikel 145/24 opgesomde hoedanigheden bezitten, de facto geen aanspraak kunnen maken op de belastingaftrek.

1. Bevestigt u die interpretatie?

2. Zo ja, kan er worden overwogen de fiscale aftrek onder de in artikel 145/24 neergelegde voorwaarden te verruimen tot energiebesparende investeringen in een onroerend goed die worden uitgevoerd door derden, bijvoorbeeld de kinderen van de begunstigde?

ANTWOORD (van de heer Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)

1. Het antwoord is bevestigend.

2. De Regering overweegt momenteel niet om de belastingvermindering bedoeld in artikel 145/24 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 uit te breiden tot de uitgaven gedaan door derden met het oog op energiebesparing in een woning.