Parlementaire vraag nr. 1947 van de heer Gilles Vanden Burre van 05.12.2017
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2017-2018, QRVA 54/146, d.d. 23.02.2018, blz. 320
Audiovisuele sector. - Taxshelter
VRAAG
De FOD Financiën heeft op 13 september 2017 een lijst met veel gestelde vragen gepubliceerd om meer duidelijkheid te scheppen over de taxshelter voor de audiovisuele sector en meer in het bijzonder over de manier waarop artikel 194ter WIB 92 moet worden geïnterpreteerd.
Zoals blijkt uit de parlementaire werkzaamheden (Kamer 2015-2016, DOC 54 1737/004) hebben we aangedrongen op de mogelijkheid om de uitgaven te controleren en hebben we beklemtoond dat ze rechtstreeks verband moeten houden met de productie, in België gedaan moeten worden en alle werknemers (dus niet alleen de acteurs) ten goede moeten komen. Voorts was het de bedoeling met die FAQ's de productiehuizen en de investeerders nog meer rechtszekerheid te bieden.
Naar verluidt zouden die FAQ's echter zowel over de inhoud als over de ingangsdatum meer (interpretatie) vragen oproepen dan concrete antwoorden bieden.
Zo wordt er bijvoorbeeld in artikel 194ter WIB 92 bepaald dat de uitgaven die worden gedaan binnen 6 maanden voor de ondertekening van de raamovereenkomst als in aanmerking komende uitgaven kunnen worden beschouwd voor zover de volgende drie voorwaarden vervuld zijn:
- de uitgaven worden gedaan binnen zes maanden vóór de ondertekening van de raamovereenkomst;
- de betrokken Gemeenschap moet het werk eerder erkend hebben;
- de productievennootschap moet kunnen verantwoorden waarom het noodzakelijk was dat die uitgaven vóór en niet na de ondertekening van de raamovereenkomst werden gedaan.
Wat dat laatste betreft, werd er in de bovengenoemde parlementaire werkzaamheden op gewezen dat een dergelijke bepaling voornamelijk werd ingevoerd omdat het tijdpad van de fondsenwerving verschilt van dat van de producties.
De belastingadministratie achtte het nodig die laatste voorwaarde te verduidelijken. De administratie heeft er evenwel toepassingsvoorwaarden aan toegevoegd die niet in de tekst van artikel 194ter WIB 92 staan. In de lijst met de FAQ's staat er bijvoorbeeld dat, om in aanmerking te kunnen komen, de uitgaven die worden gedaan vόόr de ondertekening van de raamovereenkomst, niet meer dan 20 % mogen bedragen van het totaalbedrag van de productie- en exploitatie uitgaven die in België werden gedaan. Noch in de parlementaire werkzaamheden noch in de wet zelf wordt er naar een dergelijk plafond verwezen.
In dezelfde FAQ-lijst wordt er niettemin blijkbaar ruimte gelaten voor enige flexibiliteit, doordat de productievennootschappen de mogelijkheid hebben nog andere uitzonderlijke omstandigheden in te roepen waardoor bepaalde uitgaven die worden gedaan binnen een periode van 6 maanden vóór de ondertekening van de raamovereenkomst, als in aanmerking komende kosten kunnen worden beschouwd.
We hebben echter vernomen dat de Algemene Administratie van de Fiscaliteit al aanvragen van producenten voor uitgaven die gedaan werden vóór de ondertekening van de raamovereenkomst heeft afgewezen, omdat de geplande uitgaven meer dan 20 % van het totaalbedrag bedroegen.
Bovendien zijn er in de hele sector regelmatig problemen met de planning van de fondsenwerving enerzijds en de productie anderzijds, en die zijn bijna onvermijdelijk, aangezien driekwart van de fondsen in december wordt opgehaald en de productie over het hele jaar gespreid wordt. Daarom werd de soepelheid die in het verleden gold voor het in aanmerking nemen van eerder gedane uitgaven via de bovengenoemde bepaling formeel verankerd.
1. Is het normaal dat er via een FAQ-lijst van de FOD Financiën specifieke toepassingsvoorwaarden worden ingevoerd die niet in de wettekst staan?
2. Heeft uw administratie hierover veel vragen om opheldering ontvangen?
3. Kunt u afhankelijk van uw antwoord meedelen of de lijst van de veel gestelde vragen op dat punt zal worden aangepast?
ANTWOORD
In tegenstelling tot wat u aanhaalt, worden er door FAQ 3 geen toepassingsvoorwaarden toegevoegd die niet zouden voorzien zijn in de tekst van artikel 194ter, WIB 92.
Om de uitgaven, die zijn gedaan binnen de zes maanden voorafgaand aan de ondertekening van de raamovereenkomst, te aanvaarden, voorziet de wettekst meer bepaald dat de in aanmerking komende productievennootschap moet verantwoorden waarom het noodzakelijk was dat de uitgaven moesten worden gedaan vόόr de ondertekening van die overeenkomst en niet erna.
De voorwaarden zoals opgenomen in FAQ 3 werden door de administratie opgesteld om een safe harbour voor de in aanmerking komende productievennootschap te creëren, die garant staat voor een vereenvoudiging en een grotere rechtszekerheid in het kader van de verantwoording van de anterioriteit van de uitgaven. In die zin wordt de verantwoording van de anterioriteit van de uitgaven geacht voldoende te zijn indien alle voorwaarden zoals opgenomen in FAQ 3 zijn vervuld.
Wanneer die voorwaarden daarentegen niet zijn vervuld, is het overeenkomstig artikel 194ter, §1, vijfde lid, WIB 92, altijd mogelijk dat de in aanmerking komende productievennootschap het uitzonderlijke karakter verantwoordt van de uitgaven die zijn gedaan vόόr de ondertekening van de raamovereenkomst.
Er wordt bovendien benadrukt dat de FAQ voor hun publicatie het voorwerp hebben uitgemaakt van een overleg met de audiovisuele sector en ze zo goed mogelijk het resultaat van dat overleg weerspiegelen. In de huidige stand van zaken is een herziening van FAQ 3 niet gepland.
