Parlementaire vraag nr. 1312 van mevrouw Pieters van 02.06.2006

Parlementaire vraag nr. 1312 van mevrouw Pieters dd. 02.06.2006


Vragen en Antwoorden, Kamer, 2005-2006, nr. 137, blz. 26921-26924

Voordelen van alle aard - Schifting van het kadastraal inkomen - Kosteloze beschikking over onroerende goederen

VRAAG

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen van artikel 36, tweede lid, WIB 1992 en de reglementaire beschikkingen van artikel 18, § 3, 2de punt en artikel 18, § 4, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 moeten de voordelen van alle aard voor gratis of voordelige woonst of huur in principe worden bepaald aan de hand van het (geïndexeerd) kadastraal inkomen zoals het werd betekend door de administratie van het Kadaster (Patrimoniumdocumentatie).

Wanneer slechts een gedeelte van een al dan niet gemeubileerd onroerend goed gratis of tegen een sterk verminderde huurcontract of pachtprijs privatief ter beschikking wordt gesteld, kunnen er bepaalde ramingsproblemen opduiken bij de schifting of de opsplitsing van het kadastraal inkomen.

Terzake rijzen, mede ten gevolge van de diverse herstructureringen binnen de fiscale administraties (onder andere Coperfin) thans onder meer de volgende praktische vragen.

1. Tot al welke precieze fiscale diensten, sectoren of expert-schatters van de AKRED (administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen) en/of van de AOIF (administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit) en de AINV (Administratie van de Invordering) kunnen de tussenkomende belastingambtenaren en/of de eigenaars (al dan niet rechtspersonen) of private gebruikers en genieters voortaan steeds vlot terecht om een officiële of een officieuze « schifting» van het totaal kadastraal inkomen van het bewuste kadastraal perceel binnen een redelijke termijn bekomen ?

2. Wie mag of moet zo'n schriftelijk verzoek tot splitsing al dan niet gelijktijdig aan al die bevoegde en aangestelde fiscale ambtenaren richten :

a) de eigenaar of de vruchtgebruiker;

b) de gebruiker of pachter (dit wil zeggen genieter van het voordeel van alle aard);

c) de onderzoekende belasting- of invorderingsambtenaar ?

3. Op welke wijze moeten al die mogelijke aanvragers hun verzoekschrift staven en motiveren en welke concrete en onmisbare verantwoordingsstukken moeten zij er telkens verplicht allemaal aan toevoegen (schetsen, bouwplannen, grondplannen, verklaringen van architecten, landmeters of erkende experten in onroerende goederen of immobiliënagenten of -makelaars, enzovoort) ?

4. Binnen welke redelijke termijn kunnen alle rechtmatige aanvragers een schriftelijk antwoord op hun verzoekschrift verwachten en tot al welke hogere ambtenaren kunnen zij zich desnoods wenden wanneer na verloop van die gebruikelijke en aanbevolen termijn nog geen afdoende reactie is gekomen ?

5.

a) Gebeurt die schifting of opsplitsing van het kadastraal inkomen op een tegensprekelijke wijze, wordt hiervoor een plaatsbezoek afgelegd door de bevoegde fiscale schatters en kan hiertegen een geldig bezwaarschrift worden ingediend in de zin van artikel 499 en/of van artikel 366 WIB 1992 ?

b) Zo neen, waarom telkens niet ?

6. Hoe interpreteren of definiëren de betrokken fiscale administraties het begrip «beschikking» waarvan sprake in eerdergenoemd artikel 18, § 3, 2de punt, KB/WIB 1992 ?

7. Kunt u via Fisconet de rechtzoekende burgers informeren en de desbetreffende ambtenaren hieromtrent algemeen sensibiliseren en (nieuwe) onderrichtingen uitvaardigen en/of in herinnering brengen en actualiseren ?

ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën, 27.09.2006)

1. De aandacht van het geachte lid wordt erop gevestigd dat alleen de administratie van het Kadaster, die samen met de sector Registratie en Domeinen van de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen evolueert naar de algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie, bevoegd is om tot de bedoelde officieuze schifting van het kadastraal inkomen over te gaan.

2. Zowel de eigenaar als de genieter van het door het geachte lid bedoeld voordeel van alle aard dat aanleiding geeft tot een taxatie met toepassing van artikel van 36 WIB 1992 zijn gerechtigd de schifting aan te vragen van het kadastraal inkomen van een kadastraal perceel met het oog op de aangifte van het verkregen voordeel in de aangifte van de personenbelasting. Overeenkomstig artikel 327 WIB 1992 zijn ook de administratie van de directe belastingen en de administratie van de invordering gerechtigd de bedoelde schifting aan de administratie van het Kadaster te vragen teneinde een rechtmatige taxatie en inning van de belasting te kunnen verzekeren.

3. Het verzoek tot schifting gaat doorgaans uit van de eigenaar en/of de genieter van het voordeel, en strekt in de eerste plaats de belastingplichtige tot nut. Voor de goede gang van zaken wordt dit verzoek gericht aan de territoriaal bevoegde ambtenaar van de administratie van het Kadaster, met nauwkeurige identificatie van het perceel waarvoor de schifting wordt aangevraagd, en precieze opgave en beschrijving van het gedeelte van het perceel dat ter beschikking van de genieter wordt gesteld. De officieuze schifting wordt uitsluitend uitgevoerd met het oog op de noodwendigheden van fiscale aard die door de aanvrager(s) worden nagestreefd. In het algemeen zal de aanvraag geen aanleiding geven tot een plaatsbezoek, aangezien de administratie een vrij gedetailleerde patrimoniale documentatie heeft opgebouwd. Zulks belet niet dat, uitzonderlijk, een plaatsbezoek kan noodzakelijk zijn. Er kan worden aan toegevoegd dat de hoegrootheid van de door de genieter betaalde huur of vergoeding geen rol speelt bij de door de administratie uitgevoerde schifting.

4. De administratie van het Kadaster beoogt een vlotte verwerking van alle aanvragen die haar worden gericht door particulieren, bedrijven en overheidsinstanties. Het is niet mogelijk geval per geval een antwoordtermijn voorop te stellen, doch er mag met zekerheid worden gesteld dat de aanvraag wordt beantwoord binnen een termijn die het de aanvrager mogelijk maakt tijdig te voldoen aan zijn fiscale verplichtingen. De gewestelijke directeur van de administratie van het Kadaster behandelt voor zijn ambtsgebied de eventuele klachten die desondanks over niet tijdige verwerking van de aanvragen zouden kunnen worden geuit.

5. De officieuze schifting is één van de taken die bij uitsluiting aan de ambtenaar van het Kadaster zijn toebedeeld. Deze schifting geeft een zo nauwkeurig mogelijke indicatie aan van de relatie van het beschouwde gedeelte tot het geheel, doch kan geen kadastraal inkomen vervangen noch ermede worden gelijkgesteld, aangezien het gedeelte dat ter beschikking van de genieter wordt gesteld niet los kan worden beschouwd van het volledig onroerend goed.

De opdracht gebeurt ten nutte van de belastingplichtige, en is niet opgenomen in het wettelijk takenpakket van de ambtenaar. Er is bijgevolg geen grond voor tegensprekelijkheid. Evenmin is er een mogelijkheid tot beroep ingeschreven in artikel 499 WIB 1992. Deze is voorbehouden aan het geval waarin een kadastraal inkomen betekend wordt, en aldus een werkelijk belang voor de belastingplichtige ontstaat om zijn rechten te vrijwaren. De schifting geeft geen aanleiding tot dergelijke betekening; zij slaat niet op de minste wijziging aan een onroerend goed, en is evenmin opgenomen in de limitatieve enumeratie van artikel 494, § 1 WIB 1992, waardoor de administratie gehouden is. In tegenstelling tot de schifting is deze betekening een officiële en wettelijk geregelde akte. Zulks doet uiteraard geen afbreuk aan het recht van de belastingplichtige tegen de aanslag een schriftelijk bezwaar in te dienen bij de directeur der belastingen overeenkomstig artikel 366 WIB 1992, en zich desgevallend verder in rechte te voorzien.

6. Onder de notie «beschikking» wordt voor de toepassing van artikel 18, § 3, punt 2, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verstaan dat men een onroerend goed voor persoonlijke doeleinden mag aanwenden, zonder dat dit noodzakelijk aanleiding geeft tot de vestiging van een recht van gebruik of van bewoning in de zin van het Burgerlijk Wetboek.

7. Het lijkt weinig zinvol de burger via Fisconet te informeren over begrippen die geen wettelijke basis hebben doch, zoals het geachte lid zelf aangeeft, zeer vaak hun grond vinden in door de belastingplichtigen aangewende technieken. In het algemeen zijn de fiscale ambtenaren, zowel van de directe belastingen als van het Kadaster, voldoende onderlegd en met de materie van de schifting vertrouwd om de rechtzoekende burger desbetreffend vakbekwaam te woord te staan. Aangezien met betrekking tot deze materie geen wijzigingen werden doorgevoerd, is er geen nood aan een bijzondere actualisering en lijkt een sensibiliseringscampagne overbodig.