Parlementaire vraag nr. 1058 van de heer Ghesquière van 29.04.1994
VRAAG 94/1058
Vraag nr. 1058 van de heer Ghesquière dd. 29.04.1994
Bull. nr. 743, pag. 3146
Bestuurshandelingen. - Motivering.
Uw administratie motiveert geen enkel bericht van wijziging van de belastingaangifte. Het kadaster deelt in geen enkel bericht dat de waarde vaststelt de vergelijkingspunten mee. Het kadaster deelt evenmin de grondslag en de berekening mee om de waarde van de outillering vast te stellen.
Uw administratie deelt evenmin de berekening van de verschuldigde successierechten en de berekening van de verschuldigde successierechten en de berekening en wijze van vaststelling van meerwaarden mee.
1. Waarom leeft uw departement de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet na ?
ANTWOORD
Het geacht lid gelieve hierna het antwoord van de betrokken fiscale administraties te vinden.
Wat de genomen maatregelen betreft, kan ik het geacht lid vooraf al verwijzen naar het antwoord dat ik heb verstrekt op de vraag nr. 19 van 16 januari 1992, gesteld door de heer de Clippele (zie bulletin van Vragen en antwoorden, Kamer, buitengewone zitting 1991-1992, nr. 4, van 30 maart 1992, blz. 140 - Bulletin der belastingen, nr. 720, blz. 2763), waarbij ik ter aanvulling kan opmerken dat de rondzendbrieven van de Administratie der directe belastingen waarvan sprake is in het antwoord, inmiddels gepubliceerd zijn in het Bulletin der belastingen, nr. 715, blz. 1136 en nr. 719, blz. 2187.
Inkomstenbelastingen.
De motivering van berichten van wijziging van aangegeven inkomsten en andere gegevens is een vereiste van de belastingwetgeving die de aanslagprocedure regelt (artikel 346 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992) : de niet-naleving ervan heeft de nietigheid van de onwettig gevestigde aanslag tot gevolg.
Het bericht moet worden gemotiveerd in die zin dat de betrokken belastingplichtige zich voldoende rekenschap moet kunnen geven van de cijfers, feiten en omstandigheden waarop de aanslag berust en aldus in de gelegenheid wordt gesteld ze te weerleggen en ertegen op te komen door tegenbewijs, door aan de hand van bewijskrachtige gegevens, te laten blijken, van de onjuistheid van het als aanslagbasis genomen cijfer en anderdeels van het juiste bedrag van zijn werkelijke inkomsten.
Kadastraal inkomen.
De Administratie heeft bij rondzendbrieven van 7 mei 1992, 11 januari 1993 en 27 april 1994 aan haar ambtenaren commentaren en instructies meegedeeld die nodig zijn om de voorschriften van die wet na te leven.
De door de voornoemde administratie verrichte bestuurshandelingen inzake het kadastraal inkomen situeren zich hoofdzakelijk in het domein van de gebonden bevoegdheid waarvoor het vermelden van de juridische grondslag en de feitelijke toestand die de toepassing van de regel uitlokt volstaan, met andere woorden de aanduiding van het materieel feit, dat het optreden van de Administratie van het kadaster uitlokt, en een verwijzing naar het (de) desbetreffend(e) artikel(s) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in de beslissing welke aan de belastingplichtige wordt gestuurd.
Daarenboven wordt aan de belastingplichtige in een bij het notificatiebulletin gevoegde "Ten geleide" alle nuttige inlichtingen verstrekt in verband met de betekenis van het kadastraal inkomen, het indienen van een bezwaar, de bezwaarprocedure, de onroerende voorheffing, enzovoort, en wordt hij indien hij het niet eens is met het betekend kadastraal inkomen uitgenodigd zich te begeven naar de controle van het kadaster, waarvan het adres, de openingsdagen en -uren worden vermeld op de desbetreffende beslissing, om er de gewenste uitleg te bekomen.
Zo de administratie evenwel een beslissing neemt op grond van haar discretionaire bevoegdheid, hetgeen zelden het geval is, worden bij het formuleren van de motivering alle motieven opgenomen die spontaan zouden worden aangehaald bij het verdedigen van de beslissing wanneer die in twijfel wordt getrokken.
Verkoopwaarde van onroerende goederen (registratie- en successierechten).
Inzake registratie- en successierechten geldt de verkoopwaarde van onroerende goederen als minimum maatstaf van heffing (zie artikelen 45 en 46 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en artikel 19 van het Wetboek der successierechten). Die waarde wordt bepaald door vergelijking met gelijkaardige panden als het te schatten goed die in normale omstandigheden het voorwerp hebben uitgemaakt van een vervreemding.
Op het bericht gericht aan de belastingplichtige naar aanleiding van een vastgestelde ongenoegzaamheid, wordt uitdrukkelijk vermeld dat die voor nadere toelichting in verband met de vooropgestelde verkoopwaarde, contact kan opnemen met het kantoor. Teneinde de zaak in der minne te kunnen afhandelen heeft de ontvanger er trouwens alle belang bij de belastingplichtige in te lichten van alle elementen die hem deden besluiten tot die verkoopwaarde.
De door de ontvanger vooropgestelde verkoopwaarde is derhalve geen absoluut gegeven en brengt als dusdanig geen rechtsgevolgen teweeg. De belastingplichtige kan steeds zijn argumenten laten gelden. Pas wanneer men niet tot een vergelijk komt, zal de ontvanger de verkoopwaarde op een tegensprekelijke wijze laten vaststellen aan de hand van de procedure van de controleschatting (zie de artikelen 189 tot 200 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en de artikelen 111 tot 122 van het Wetboek der successierechten), die echter wel rechtsgevolgen met zich brengt.
Het is voor de ontvanger onbegonnen werk om voor elke ongenoegzaamheid ten behoeve van de belastingplichtige een omstandig en beredeneerd schattingsverslag op te maken, vooraleer zelfs enige betwisting bestaat.
De ambtshalve mededeling van de verkoopprijzen die als vergelijkingspunt werden weerhouden gaat anderzijds in tegen de principes van het beroepsgeheim en de vertrouwelijke aard van die gegevens die zich situeren in de private vermogenssfeer, zeker wanneer het gaat om natuurlijke personen. De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen voorziet in zijn artikel 4 trouwens in een afwijking op de motiveringsplicht wanneer die afbreuk kan doen aan de eerbied voor het privé-leven (3°) of aan de bepalingen inzake de zwijgplicht (4°).
Andere wijzigingen aan de aanslagbasis van successierechten.
De Administratie van de BTW, registratie en domeinen heeft de wet van 29 juli 1991 niet afgewacht om de gewoonte aan te nemen elke eventuele wijziging van de aangegeven belastbare basis aan de belastingplichtige te doen meedelen. Dat is inzonderheid het geval wanneer bepaalde bedragen van het in de aangifte van nalatenschap verklaarde passief worden verworpen en voor andere wijzigingen zoals opwaardering van het actief, verzuimen, devolutie, bewijsvermoedens, fictiebepalingen. Elke wijziging ter zake aan de belastbare basis wordt ter kennis gebracht van de belastingplichtige, met de motieven van de verbetering.
Berekening van de successierechten.
De berekening van de successierechten gebeurt nog op manuele wijze. De systematische opmaak en verzending van een omstandig berekeningsblad zouden heel wat tijd en kosten vergen.
Men mag niet uit het oog verliezen dat het merendeel van de betalingsberichten worden verzonden naar de door de aangevers gevolmachtigde notarissen die de juistheid van de opeisbaar gestelde rechten kunnen controleren en dat, in de overgrote meerderheid van de andere gevallen, de eigenlijke berekening van de rechten neerkomt op een eenvoudige toepassing van het tarief.
Vraag nr. 1058 van de heer Ghesquière dd. 29.04.1994
Bull. nr. 743, pag. 3146
Bestuurshandelingen. - Motivering.
Uw administratie motiveert geen enkel bericht van wijziging van de belastingaangifte. Het kadaster deelt in geen enkel bericht dat de waarde vaststelt de vergelijkingspunten mee. Het kadaster deelt evenmin de grondslag en de berekening mee om de waarde van de outillering vast te stellen.
Uw administratie deelt evenmin de berekening van de verschuldigde successierechten en de berekening van de verschuldigde successierechten en de berekening en wijze van vaststelling van meerwaarden mee.
1. Waarom leeft uw departement de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet na ?
| 2. | Welke maatregelen neemt u ? |
Het geacht lid gelieve hierna het antwoord van de betrokken fiscale administraties te vinden.
Wat de genomen maatregelen betreft, kan ik het geacht lid vooraf al verwijzen naar het antwoord dat ik heb verstrekt op de vraag nr. 19 van 16 januari 1992, gesteld door de heer de Clippele (zie bulletin van Vragen en antwoorden, Kamer, buitengewone zitting 1991-1992, nr. 4, van 30 maart 1992, blz. 140 - Bulletin der belastingen, nr. 720, blz. 2763), waarbij ik ter aanvulling kan opmerken dat de rondzendbrieven van de Administratie der directe belastingen waarvan sprake is in het antwoord, inmiddels gepubliceerd zijn in het Bulletin der belastingen, nr. 715, blz. 1136 en nr. 719, blz. 2187.
Inkomstenbelastingen.
De motivering van berichten van wijziging van aangegeven inkomsten en andere gegevens is een vereiste van de belastingwetgeving die de aanslagprocedure regelt (artikel 346 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992) : de niet-naleving ervan heeft de nietigheid van de onwettig gevestigde aanslag tot gevolg.
Het bericht moet worden gemotiveerd in die zin dat de betrokken belastingplichtige zich voldoende rekenschap moet kunnen geven van de cijfers, feiten en omstandigheden waarop de aanslag berust en aldus in de gelegenheid wordt gesteld ze te weerleggen en ertegen op te komen door tegenbewijs, door aan de hand van bewijskrachtige gegevens, te laten blijken, van de onjuistheid van het als aanslagbasis genomen cijfer en anderdeels van het juiste bedrag van zijn werkelijke inkomsten.
Kadastraal inkomen.
De Administratie heeft bij rondzendbrieven van 7 mei 1992, 11 januari 1993 en 27 april 1994 aan haar ambtenaren commentaren en instructies meegedeeld die nodig zijn om de voorschriften van die wet na te leven.
De door de voornoemde administratie verrichte bestuurshandelingen inzake het kadastraal inkomen situeren zich hoofdzakelijk in het domein van de gebonden bevoegdheid waarvoor het vermelden van de juridische grondslag en de feitelijke toestand die de toepassing van de regel uitlokt volstaan, met andere woorden de aanduiding van het materieel feit, dat het optreden van de Administratie van het kadaster uitlokt, en een verwijzing naar het (de) desbetreffend(e) artikel(s) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in de beslissing welke aan de belastingplichtige wordt gestuurd.
Daarenboven wordt aan de belastingplichtige in een bij het notificatiebulletin gevoegde "Ten geleide" alle nuttige inlichtingen verstrekt in verband met de betekenis van het kadastraal inkomen, het indienen van een bezwaar, de bezwaarprocedure, de onroerende voorheffing, enzovoort, en wordt hij indien hij het niet eens is met het betekend kadastraal inkomen uitgenodigd zich te begeven naar de controle van het kadaster, waarvan het adres, de openingsdagen en -uren worden vermeld op de desbetreffende beslissing, om er de gewenste uitleg te bekomen.
Zo de administratie evenwel een beslissing neemt op grond van haar discretionaire bevoegdheid, hetgeen zelden het geval is, worden bij het formuleren van de motivering alle motieven opgenomen die spontaan zouden worden aangehaald bij het verdedigen van de beslissing wanneer die in twijfel wordt getrokken.
Verkoopwaarde van onroerende goederen (registratie- en successierechten).
Inzake registratie- en successierechten geldt de verkoopwaarde van onroerende goederen als minimum maatstaf van heffing (zie artikelen 45 en 46 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en artikel 19 van het Wetboek der successierechten). Die waarde wordt bepaald door vergelijking met gelijkaardige panden als het te schatten goed die in normale omstandigheden het voorwerp hebben uitgemaakt van een vervreemding.
Op het bericht gericht aan de belastingplichtige naar aanleiding van een vastgestelde ongenoegzaamheid, wordt uitdrukkelijk vermeld dat die voor nadere toelichting in verband met de vooropgestelde verkoopwaarde, contact kan opnemen met het kantoor. Teneinde de zaak in der minne te kunnen afhandelen heeft de ontvanger er trouwens alle belang bij de belastingplichtige in te lichten van alle elementen die hem deden besluiten tot die verkoopwaarde.
De door de ontvanger vooropgestelde verkoopwaarde is derhalve geen absoluut gegeven en brengt als dusdanig geen rechtsgevolgen teweeg. De belastingplichtige kan steeds zijn argumenten laten gelden. Pas wanneer men niet tot een vergelijk komt, zal de ontvanger de verkoopwaarde op een tegensprekelijke wijze laten vaststellen aan de hand van de procedure van de controleschatting (zie de artikelen 189 tot 200 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en de artikelen 111 tot 122 van het Wetboek der successierechten), die echter wel rechtsgevolgen met zich brengt.
Het is voor de ontvanger onbegonnen werk om voor elke ongenoegzaamheid ten behoeve van de belastingplichtige een omstandig en beredeneerd schattingsverslag op te maken, vooraleer zelfs enige betwisting bestaat.
De ambtshalve mededeling van de verkoopprijzen die als vergelijkingspunt werden weerhouden gaat anderzijds in tegen de principes van het beroepsgeheim en de vertrouwelijke aard van die gegevens die zich situeren in de private vermogenssfeer, zeker wanneer het gaat om natuurlijke personen. De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen voorziet in zijn artikel 4 trouwens in een afwijking op de motiveringsplicht wanneer die afbreuk kan doen aan de eerbied voor het privé-leven (3°) of aan de bepalingen inzake de zwijgplicht (4°).
Andere wijzigingen aan de aanslagbasis van successierechten.
De Administratie van de BTW, registratie en domeinen heeft de wet van 29 juli 1991 niet afgewacht om de gewoonte aan te nemen elke eventuele wijziging van de aangegeven belastbare basis aan de belastingplichtige te doen meedelen. Dat is inzonderheid het geval wanneer bepaalde bedragen van het in de aangifte van nalatenschap verklaarde passief worden verworpen en voor andere wijzigingen zoals opwaardering van het actief, verzuimen, devolutie, bewijsvermoedens, fictiebepalingen. Elke wijziging ter zake aan de belastbare basis wordt ter kennis gebracht van de belastingplichtige, met de motieven van de verbetering.
Berekening van de successierechten.
De berekening van de successierechten gebeurt nog op manuele wijze. De systematische opmaak en verzending van een omstandig berekeningsblad zouden heel wat tijd en kosten vergen.
Men mag niet uit het oog verliezen dat het merendeel van de betalingsberichten worden verzonden naar de door de aangevers gevolmachtigde notarissen die de juistheid van de opeisbaar gestelde rechten kunnen controleren en dat, in de overgrote meerderheid van de andere gevallen, de eigenlijke berekening van de rechten neerkomt op een eenvoudige toepassing van het tarief.
Bron: FisconetPlus
