Parlementaire vraag nr. 197 van mevrouw Pieters van 19.01.2000
VRAAG 00/197
Vraag nr. 197 van mevrouw Pieters dd. 19.01.2000
Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr 31, blz. 3640-3644
Bull. nr. 812, pag. 557
Voorafgaande akkoorden
VRAAG
Ingevolge het koninklijk besluit van 3 mei 1999 heeft de regering de mogelijkheid tot het bekomen van "voorafgaande akkoorden" nogmaals uitgebreid met ingang van 14 juni 1999.
Dit reglementair initiatief kan alleen maar zeer sterk worden toegejuicht.
Thans zijn blijkbaar maar de vier onderstaande eerder beperkte mogelijkheden tot het bekomen van enige rechtszekerheid in voege:
A) de klassieke ruling (zie artikel 345 WIB 92);
B) "Info-kap-rulings" voor buitenlandse ondernemingen;
C) gewone uitdrukkelijke akkoorden met de plaatselijke eerstaanwezend inspecteurs-diensthoofden van de Directe Belastingen en/of de AOIF;
D) de individuele en/of stilzwijgende akkoorden, steunende op het vertrouwensbeginsel, waarvan sprake in artikel 50, § 1, van het WIB 92 en artikel 361 WIB 92.
1. Vermits voornoemde afspraken naar verluidt voortaan uitsluitend centraal mogen of moeten worden beslist, rijst meteen de vraag, mede in het kader van de herstructurering van het ministerie van Financiën, tot welke bevoegde belastingambtenaren de belastingplichtigen, al dan niet vertegenwoordigd door hun lasthebbers, zich respectievelijk schriftelijk kunnen wenden tot het bekomen van voorafgaande akkoorden met betrekking tot:
a) afschrijvingspercentages;
b) forfaitaire en andere terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever, al dan niet hoger dan 5.000 frank per maand (zie artikel 57, 3°, WIB 92);
c) de aftrek van sommige werkelijke beroepskosten (zie artikel 49 WIB 92);
d) de principiële belastbaarheid van sommige inkomsten en/of vergoedingen;
e) de vrijstelbaarheid van voorzieningen of provisies waarvan sprake in artikel 48 WIB 92;
f) alle andere al dan niet principiële kwesties ?
2. Tot welke toezichthoudende ambtenaren van het hoofdbestuur en/of de buitendiensten van de Directe Belastingen en de AOIF, federale ombudsmannen en informatie-ambtenaren kunnen de belastingplichtigen zich wenden wanneer de aangeschreven belastingdiensten van de DB of de AOIF de gemotiveerde verzoekschriften zonder meer afwimpelen, niet binnen een redelijke termijn schriftelijk beantwoorden of zelfs helemaal weigeren te reageren ?
3. Op welke precieze website-adressen van het Internet kunnen belastingplichtigen en hun fiscale raadgevers van vennootschappen alle wetteksten, reglementaire bepalingen en circulaires of dienstbrieven inzake directe belastingen en inzake BTW officieel raadplegen?
4. Kan u, punt per punt, met het oog op een volstrekte rechtszekerheid, uw aanvullende richtlijnen en een passende sensibilisering van de belastingambtenaren mede in het licht van het "Handvest van de gebruiker van de openbare diensten" en van de openbaarheid van bestuur meedelen?
ANTWOORD
Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te vinden op de gestelde vragen.
1. Gelet op de uitdrukkelijke bepalingen van artikel 1, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot inrichting van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken kan enkel een voorafgaande beslissing worden getroffen met betrekking tot:
1° de gevolgen op het stuk van de directe en indirecte belastingen van een investering in materiële of immateriële vaste activa, met inbegrip van hun financiering, met uitzondering van de investeringen in financiële vaste activa, waarvan de realisatie voorzien is op het Belgisch grondgebied;
2° de voorwaarden inzake de facturering van de diensten verleend door een binnenlandse vennootschap of een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap, die uitsluitend activiteiten van voorbereidende aard of met het karakter van hulpwerkzaamheden of bepaalde activiteiten inzake niet-commerciële informatieverstrekking aan de klanten uitoefenen ten gunste van verbonden vennootschappen in de zin van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen;
3° de voorwaarden inzake de facturering van de diensten verleend door een binnenlandse vennootschap of een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap, die binnen een afzonderlijke afdeling en ten gunste van verbonden vennootschappen in de zin van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, onder andere de sub 2° vermelde activiteiten of activiteiten inzake administratieve tussenkomst in de verkopen uitoefenen;
4° de fiscale gevolgen op de inkomsten van gespecialiseerde of aan het wetenschappelijk onderzoek verbonden personeelsleden evenals van het kaderpersoneel van een vennootschap dat tijdelijk aangesteld is voor de uitvoering van de sub 1° bedoelde investering of voor de uitoefening van een sub 2° of 3° vermelde activiteit, wanneer zij hun woonplaats of de zetel van hun fortuin niet in België gevestigd hebben;
5° het feit dat een voordeel verleend in de omstandigheden als vermeld in artikel 26 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) niet abnormaal of goedgunstig is, of dat een betaling als vermeld in artikel 54, WIB 92 wel degelijk beantwoordt aan een werkelijke en oprechte verrichting en dat zijn de normale grenzen niet overschrijdt.
Teneinde een voorafgaande beslissing in de zin van het voormelde besluit te bekomen moet de belastingplichtige, al dan niet vertegenwoordigd door een daartoe behoorlijk gemachtigde raadsman of door een advocaat, een bij ter post aangetekende aanvraag indienen bij de Dienst van voorafgaande beslissingen, RAC, Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 57, te 1010 Brussel.
Anderzijds, kunnen de in punt a), b) en c) bedoelde beroepskosten met toepassing van artikel 50, § 1, WIB 92, in voorkomend geval het voorwerp uitmaken van een individueel akkoord afgesloten met de taxatiedienst bevoegd voor het onderzoek van de belastingtoestand van de belastingplichtige. Dergelijke akkoorden kunnen echter niet worden gekwalificeerd als voorafgaande beslissingen in de zin van het voormelde koninklijk besluit van 3 mei 1999. Een voorafgaande beslissing kan immers slechts worden getroffen voor zover de verrichtingen waarvoor of in het kader waarvan de beslissing wordt gevraagd, nog niet hebben plaatsgehad.
Overigens blijft de Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden bevoegd om te beslissen over de aanvragen om een voorafgaand akkoord, ingediend in het kader van artikel 345, WIB 92. Die aanvragen dienen bij voortduur, bij een ter post aangetekend schrijven, te worden gericht aan de voorzitter van de Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden, Rijksadministratief Centrum, Financietoren, Kruidtuinlaan, 50, bus 32 te 1010 Brussel.
De aanvragen voor het bekomen van een zogenaamde infocap-ruling worden daarentegen behandeld door de Cel "Fiscaliteit van de buitenlandse investeringen", Leuvenseweg 38 te 1000 Brussel.
2. De termijnen waarbinnen een voorafgaande beslissing als bedoeld in het voormelde besluit van 3 mei 1999 ter kennis wordt gebracht van de aanvrager zijn uitdrukkelijk vastgelegd in artikel 1, §§ 3 en 4, van dit besluit.
Overeenkomstig § 3 wordt de beslissing ter kennis gebracht van de aanvrager binnen een termijn van drie maanden of, indien de aard van de aanvraag zulks vereist, binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag waarop zijn aanvraag aan de bevoegde dienst is toegezonden. Alhoewel er geen sancties voorzien zijn bij niet-naleving van voormelde termijnen zal de Dienst van voorafgaande beslissingen alles in het werk stellen om de behoogde termijnen strikt na te leven.
Een voorafgaande beslissing met betrekking tot een aanvraag als bedoeld in het antwoord op vraag 1, eerste lid, sub 2°, opgesteld overeenkomstig het door de minister van Financiën bepaalde model, dient gelet op de bepalingen van § 4, binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag waarop de aanvraag aan de bevoegde dienst is toegezonden, ter kennis van de aanvrager te worden gebracht. Het ontbreken van de kennisgeving binnen deze termijn geldt als aanvaarding van de aanvraag. Tot op heden werd het hiervoor bedoelde model evenwel nog niet bij ministerieel besluit vastgelegd.
Met betrekking tot de voorafgaande akkoorden in de zin van artikel 345, WIB 92, beslist de hoger vermelde commissie binnen de termijn bepaald in artikel 4, van het koninklijk besluit van 9 november 1992 tot oprichting van een commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden, zoals laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 1995 met betrekking tot de Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden.
Luidens artikel 345, § 1, tweede lid, WIB 92, wordt ontstentenis van antwoord vanwege de Administratie der Directe Belastingen binnen de voorziene termijn gelijkgesteld met een akkoord.
3. In de loop van het jaar 1999 werd in de schoot van mijn departement een werkgroep opgericht met het oog op de ontwikkeling van de Internet website van het ministerie van Financiën (http:// www.minfin.fgov.be), waarop tot dusver slechts een beperkt aantal documenten zijn opgenomen.
Anderdeels werden door de Administratie van Fiscale Zaken en de fiscale uitvoeringsadministraties twee cd-rom's aangemaakt:
4. De bepalingen van het voormelde koninklijk besluit van 3 mei 1999 zullen binnenkort worden toegelicht in een administratieve circulaire die zal worden gepubliceerd in het Bulletin der Belastingen.
Vraag nr. 197 van mevrouw Pieters dd. 19.01.2000
Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr 31, blz. 3640-3644
Bull. nr. 812, pag. 557
Voorafgaande akkoorden
VRAAG
Ingevolge het koninklijk besluit van 3 mei 1999 heeft de regering de mogelijkheid tot het bekomen van "voorafgaande akkoorden" nogmaals uitgebreid met ingang van 14 juni 1999.
Dit reglementair initiatief kan alleen maar zeer sterk worden toegejuicht.
Thans zijn blijkbaar maar de vier onderstaande eerder beperkte mogelijkheden tot het bekomen van enige rechtszekerheid in voege:
A) de klassieke ruling (zie artikel 345 WIB 92);
B) "Info-kap-rulings" voor buitenlandse ondernemingen;
C) gewone uitdrukkelijke akkoorden met de plaatselijke eerstaanwezend inspecteurs-diensthoofden van de Directe Belastingen en/of de AOIF;
D) de individuele en/of stilzwijgende akkoorden, steunende op het vertrouwensbeginsel, waarvan sprake in artikel 50, § 1, van het WIB 92 en artikel 361 WIB 92.
1. Vermits voornoemde afspraken naar verluidt voortaan uitsluitend centraal mogen of moeten worden beslist, rijst meteen de vraag, mede in het kader van de herstructurering van het ministerie van Financiën, tot welke bevoegde belastingambtenaren de belastingplichtigen, al dan niet vertegenwoordigd door hun lasthebbers, zich respectievelijk schriftelijk kunnen wenden tot het bekomen van voorafgaande akkoorden met betrekking tot:
a) afschrijvingspercentages;
b) forfaitaire en andere terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever, al dan niet hoger dan 5.000 frank per maand (zie artikel 57, 3°, WIB 92);
c) de aftrek van sommige werkelijke beroepskosten (zie artikel 49 WIB 92);
d) de principiële belastbaarheid van sommige inkomsten en/of vergoedingen;
e) de vrijstelbaarheid van voorzieningen of provisies waarvan sprake in artikel 48 WIB 92;
f) alle andere al dan niet principiële kwesties ?
2. Tot welke toezichthoudende ambtenaren van het hoofdbestuur en/of de buitendiensten van de Directe Belastingen en de AOIF, federale ombudsmannen en informatie-ambtenaren kunnen de belastingplichtigen zich wenden wanneer de aangeschreven belastingdiensten van de DB of de AOIF de gemotiveerde verzoekschriften zonder meer afwimpelen, niet binnen een redelijke termijn schriftelijk beantwoorden of zelfs helemaal weigeren te reageren ?
3. Op welke precieze website-adressen van het Internet kunnen belastingplichtigen en hun fiscale raadgevers van vennootschappen alle wetteksten, reglementaire bepalingen en circulaires of dienstbrieven inzake directe belastingen en inzake BTW officieel raadplegen?
4. Kan u, punt per punt, met het oog op een volstrekte rechtszekerheid, uw aanvullende richtlijnen en een passende sensibilisering van de belastingambtenaren mede in het licht van het "Handvest van de gebruiker van de openbare diensten" en van de openbaarheid van bestuur meedelen?
ANTWOORD
Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te vinden op de gestelde vragen.
1. Gelet op de uitdrukkelijke bepalingen van artikel 1, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot inrichting van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken kan enkel een voorafgaande beslissing worden getroffen met betrekking tot:
1° de gevolgen op het stuk van de directe en indirecte belastingen van een investering in materiële of immateriële vaste activa, met inbegrip van hun financiering, met uitzondering van de investeringen in financiële vaste activa, waarvan de realisatie voorzien is op het Belgisch grondgebied;
2° de voorwaarden inzake de facturering van de diensten verleend door een binnenlandse vennootschap of een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap, die uitsluitend activiteiten van voorbereidende aard of met het karakter van hulpwerkzaamheden of bepaalde activiteiten inzake niet-commerciële informatieverstrekking aan de klanten uitoefenen ten gunste van verbonden vennootschappen in de zin van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen;
3° de voorwaarden inzake de facturering van de diensten verleend door een binnenlandse vennootschap of een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap, die binnen een afzonderlijke afdeling en ten gunste van verbonden vennootschappen in de zin van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, onder andere de sub 2° vermelde activiteiten of activiteiten inzake administratieve tussenkomst in de verkopen uitoefenen;
4° de fiscale gevolgen op de inkomsten van gespecialiseerde of aan het wetenschappelijk onderzoek verbonden personeelsleden evenals van het kaderpersoneel van een vennootschap dat tijdelijk aangesteld is voor de uitvoering van de sub 1° bedoelde investering of voor de uitoefening van een sub 2° of 3° vermelde activiteit, wanneer zij hun woonplaats of de zetel van hun fortuin niet in België gevestigd hebben;
5° het feit dat een voordeel verleend in de omstandigheden als vermeld in artikel 26 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) niet abnormaal of goedgunstig is, of dat een betaling als vermeld in artikel 54, WIB 92 wel degelijk beantwoordt aan een werkelijke en oprechte verrichting en dat zijn de normale grenzen niet overschrijdt.
Teneinde een voorafgaande beslissing in de zin van het voormelde besluit te bekomen moet de belastingplichtige, al dan niet vertegenwoordigd door een daartoe behoorlijk gemachtigde raadsman of door een advocaat, een bij ter post aangetekende aanvraag indienen bij de Dienst van voorafgaande beslissingen, RAC, Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 57, te 1010 Brussel.
Anderzijds, kunnen de in punt a), b) en c) bedoelde beroepskosten met toepassing van artikel 50, § 1, WIB 92, in voorkomend geval het voorwerp uitmaken van een individueel akkoord afgesloten met de taxatiedienst bevoegd voor het onderzoek van de belastingtoestand van de belastingplichtige. Dergelijke akkoorden kunnen echter niet worden gekwalificeerd als voorafgaande beslissingen in de zin van het voormelde koninklijk besluit van 3 mei 1999. Een voorafgaande beslissing kan immers slechts worden getroffen voor zover de verrichtingen waarvoor of in het kader waarvan de beslissing wordt gevraagd, nog niet hebben plaatsgehad.
Overigens blijft de Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden bevoegd om te beslissen over de aanvragen om een voorafgaand akkoord, ingediend in het kader van artikel 345, WIB 92. Die aanvragen dienen bij voortduur, bij een ter post aangetekend schrijven, te worden gericht aan de voorzitter van de Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden, Rijksadministratief Centrum, Financietoren, Kruidtuinlaan, 50, bus 32 te 1010 Brussel.
De aanvragen voor het bekomen van een zogenaamde infocap-ruling worden daarentegen behandeld door de Cel "Fiscaliteit van de buitenlandse investeringen", Leuvenseweg 38 te 1000 Brussel.
2. De termijnen waarbinnen een voorafgaande beslissing als bedoeld in het voormelde besluit van 3 mei 1999 ter kennis wordt gebracht van de aanvrager zijn uitdrukkelijk vastgelegd in artikel 1, §§ 3 en 4, van dit besluit.
Overeenkomstig § 3 wordt de beslissing ter kennis gebracht van de aanvrager binnen een termijn van drie maanden of, indien de aard van de aanvraag zulks vereist, binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag waarop zijn aanvraag aan de bevoegde dienst is toegezonden. Alhoewel er geen sancties voorzien zijn bij niet-naleving van voormelde termijnen zal de Dienst van voorafgaande beslissingen alles in het werk stellen om de behoogde termijnen strikt na te leven.
Een voorafgaande beslissing met betrekking tot een aanvraag als bedoeld in het antwoord op vraag 1, eerste lid, sub 2°, opgesteld overeenkomstig het door de minister van Financiën bepaalde model, dient gelet op de bepalingen van § 4, binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag waarop de aanvraag aan de bevoegde dienst is toegezonden, ter kennis van de aanvrager te worden gebracht. Het ontbreken van de kennisgeving binnen deze termijn geldt als aanvaarding van de aanvraag. Tot op heden werd het hiervoor bedoelde model evenwel nog niet bij ministerieel besluit vastgelegd.
Met betrekking tot de voorafgaande akkoorden in de zin van artikel 345, WIB 92, beslist de hoger vermelde commissie binnen de termijn bepaald in artikel 4, van het koninklijk besluit van 9 november 1992 tot oprichting van een commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden, zoals laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 1995 met betrekking tot de Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden.
Luidens artikel 345, § 1, tweede lid, WIB 92, wordt ontstentenis van antwoord vanwege de Administratie der Directe Belastingen binnen de voorziene termijn gelijkgesteld met een akkoord.
3. In de loop van het jaar 1999 werd in de schoot van mijn departement een werkgroep opgericht met het oog op de ontwikkeling van de Internet website van het ministerie van Financiën (http:// www.minfin.fgov.be), waarop tot dusver slechts een beperkt aantal documenten zijn opgenomen.
Anderdeels werden door de Administratie van Fiscale Zaken en de fiscale uitvoeringsadministraties twee cd-rom's aangemaakt:
- Codifisc, waarop wettelijke en reglementaire bepalingen zijn opgenomen, zoals het Wetboek van de Inkomstenbelastingen en het BTW- Wetboek, en
- Docufisc, die naast de voormelde wettelijke en reglementaire bepalingen onder meer de desbetreffende administratieve commentaren, circulaires, parlementaire vragen en rechtspraak bevat.
4. De bepalingen van het voormelde koninklijk besluit van 3 mei 1999 zullen binnenkort worden toegelicht in een administratieve circulaire die zal worden gepubliceerd in het Bulletin der Belastingen.
Bron: FisconetPlus
