Parlementaire vraag nr. 189 van de heer Chabot van 22.12.2003

VRAAG 03/189

Vraag nr. 189 van de heer Chabot dd. 22.12.2003


Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 26, blz. 3991-3994

Feitelijke verenigingen

VRAAG

Een van uw ambtenaren, de heer Pascal Counen, inspecteur bij de administratie der Directe Belastingen, heeft onlangs bij de Nationale School voor fiscaliteit en financiën een verhandeling gehouden over het doorzichtigheidsbeginsel bij de feitelijke verenigingen.

Vermits de feitelijke verenigingen geen rechtspersoonlijkheid hebben kunnen ze niet onderworpen worden aan de vennootschapsbelasting noch aan de rechtspersonenbelasting. De belastingaanslag van de feitelijke verenigingen wordt geregeld door het doorzichtigheidsbeginsel. Artikel 29 van het WIB 1992 bepaalt hoe de winst of baten van burgerlijke vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid moeten worden aangemerkt.

1. Een eerste moeilijkheid bestaat er blijkbaar in dat de inspectiediensten het bestaan van een feitelijke vereniging binnen hun controlegebied moeten kennen. Daarbij hangen ze af van informatie die afkomstig is van andere controlediensten op de personenbelasting, van controlecentra van de administratie van de Ondernemingsen Inkomensfiscaliteit (AOIF), van de BTWof van de belastingplichtigen zelf.

a) Zal uw departement een centrale gegevensbank met al deze feitelijke verenigingen en hun leden oprichten? Zo ja, tegen wanneer?

b) Zal deze centrale gegevensbank steunen op de BTW-bestanden?

2.

a) Klopt het dat via de bestaande programma's binnen de BTW-controle en via de programma's op het intranet niet kan gezocht worden op de rechtsvorm van de belastingplichtigen?

b) Hebben uw diensten ter zake maatregelen getroffen en zo ja, welke?

3. Een andere moeilijkheid betreft de informatieuitwisseling tussen de controleorganen die belast zijn met het onderzoek van de feitelijke vereniging en deze die de belastingaanslag van de leden controleren.

a) Welke maatregelen werden getroffen om het intranet uit te bouwen zodat deze informatieuitwisseling tussen de diensten gemakkelijker en op een meer systematische wijze verloopt?

b) Zullen er geformatteerde elektronische berichten opgesteld worden om de informatie efficiënt te structureren?

4.

a) Hoe luiden de administratieve richtlijnen - zowel voor de belastingaanslag als voor de geschillenbeslechting - voor het geval dat vennoten tot een verschillende categorie behoren (B1 tot B7)?

b) Hoe moeten uw ambtenaren reageren wanneer voor belastingplichtige A een "in orde stelling" geldt terwijl belastingplichtige B aan een grondige controle wordt onderworpen?

c) Wordt het grondwettelijk beginsel dat alle burgers gelijk zijn nageleefd?

5. Tot slot zou er naar verluidt nog een probleem van algemenere aard zijn, namelijk het miskennen van de richtlijnen.

a) Klopt het dat sommige controleorganen niet langer beschikken over een handleiding taxatie en/of controle?

b) Worden de richtlijnen van deze handleidingen geregeld bijgewerkt? Zo ja, om de hoeveel tijd?

c) Zullen deze interessante werkinstrumenten on line ter beschikking worden gesteld en zo ja, tegen wanneer?

ANTWOORD (minister van Financiën, 26.03.2004)

Het geachte lid zal hierna de elementen van antwoord op de gestelde vragen vinden.

1.

a) In het kader van de oprichting van de Kruispuntbank voor ondernemingen zullen zowel de feitelijke vereniging als het nationaal nummer van haar leden opgenomen worden in een centraal bestand.

b) De BTW-bestanden, het signaletisch bestand en zijn historiek, vormen één van de bronnen van dit centraal bestand.

2.

a) Het is juist dat men momenteel niet beschikt over een opzoekmogelijkheid met als specifiek criterium de juridische vorm van de belastingplichtige. De toepassing Websigna wordt echter regelmatig uitgebreid wat betreft mogelijkheden en nieuwe opzoekingscriteria. Mocht dit opzoekingscriterium een prioriteit worden dan zou deze mogelijkheid ontwikkeld worden.

b) Rekening houdend met het in uitbouw zijn van het centrale bestand vermeld onder 1 a), waar deze problematiek ook aan bod zal komen, lijkt het in een eerste opzicht niet opportuun om bijkomend andere overlappende middelen te ontwerpen.

3. Als bestanden op het intranet ter beschikking worden gesteld, worden de mogelijke gebruikers hiervan op de hoogte gebracht, alsook van de werkwijzen voor opzoekingen en van de mogelijkheden voor het verzamelen van gegevens.

Het steeds intensievere gebruik van de elektronische briefwisseling en de voortdurende toename aan gegevens die op het internet ter beschikking worden gesteld, laten een steeds intensere gegevensuitwisseling toe.

Een structurering en standaardisering van de informatie wordt momenteel uitgevoerd via Unilet.

4. Voor wat betreft de inkomstenbelastingen, worden de inkomsten van een feitelijke vereniging belast in de personenbelasting, in de vennootschapsbelasting of in de belasting van niet-inwoners, naargelang de belasting waaraan de vennoten of de leden zelf onderworpen zijn. Inzake BTW-, daarentegen, moeten deze verenigingen als onderscheiden BTW-belastingplichtige worden beschouwd, onafhankelijk van de eventuele BTW-identificatie van haar leden of vennoten. Daarenboven hangt de feitelijke vereniging, als onderscheiden BTW-belastingplichtige, af van het BTW-controlekantoor in wiens ambtsgebied zich de administratieve zetel bevindt, en van waaruit de vereniging effectief geleid en bestuurd wordt.

Rekening houdend met hetgeen voorafgaat, kan, naast het behoren van de leden of de vennoten tot verschillende categorieën (B1/B7), er tevens een verschil bestaan tussen het fiscaal domicilie van de feitelijke vereniging en dat van haar leden, naargelang de aard van de belasting. Verschillende controlecentra kunnen bijgevolg betrokken moeten worden bij de grondige controle van het dossier van de feitelijke vereniging en/of van haar leden of vennoten.

In voorkomend geval voorzien de administratieve instructies dat de controle in nauwe samenwerking tussen de verschillende betrokken controlecentra dient te worden uitgevoerd. Deze methodologie is van toepassing onafhankelijk van de categorie waartoe de leden behoren. Bovendien maak ik er u op attent dat de indeling van de belastingplichtigen in verschillende categorieën een interne maatregel is, die op geen enkele wijze de houding van de administratie tegenover de belastingplichtigen beïnvloedt. Alle belastingplichtigen, zonder uitzondering, kunnen principieel worden geselecteerd voor een grondige controle, tot welke categorie ze ook behoren. Het is weinig denkbaar dat in het kader van voornoemde procedure, de leden van de vereniging ieder op een verschillende manier zouden worden gecontroleerd.

5.

a) De administratie heeft er geen kennis van dat taxatiediensten geen handleidingen taxatie en/of verificatie zouden hebben. Ze voegt er aan toe dat iedere bijwerking van deze werken regelmatig aan al deze diensten overgemaakt wordt.

b) De instructies betreffende de vestiging van de belastingen worden elk jaar bijgewerkt met een instructie uitsluitend bestemd voor de administratie.

Hoe dan ook, houden de centrale diensten van de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit eraan de handleidingen "Taxatie" en "Verificatie" eerlang bij te werken.

c) In de huidige stand van zaken is het on line brengen van de handleidingen "Taxatie" en "Verificatie" niet voorzien.