Parlementaire vraag nr. 900 van de heer Steven Matheï van 25.02.2022

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/082 d.d. 05.04.2022, blz. 105

Giften aan culturele instellingen - Beheerkosten

VRAAG (van de heer Matheï)

Giften aan erkende culturele instellingen geven onder bepaalde voorwaarden recht op een belastingvermindering in de personenbelasting. Bij de aanvraag van organisaties uit het sociaal-cultureel werk hoort een erkenning als culturele instelling. Ik verwijs daarvoor naar de artikelen 145/33, § 1, eerste lid, 1°, d, van het WIB en artikel 63 18/1, § 1, 5° van het koninklijk besluit. Om een erkenning te krijgen, moet een schriftelijke aanvraag ingediend worden bij de minister van Financiën. Bij de aanvraag moeten een aantal documenten gevoegd worden zoals de verbintenisverklaring. In deze verbintenisverklaring verbindt de instelling zich onder andere tot "het dekken van de kosten van algemeen beheer geen hoger bedrag te zullen besteden dan 20 pct. van haar bestaansmiddelen van alle aard, vooraf verminderd met die welke voortkomen van andere erkende instellingen". In circulaire nr. Ci.RH.26/567.400 (AOIF 16/2006) van 11 mei 2006, wordt toegelicht hoe de beheerkosten kunnen worden beoordeeld. De circulaire vermeldt ook volgende: "Daar het WIB 92, het KB/WIB 92, noch de wet op de boekhouding een definitie van de kosten van algemeen beheer bevatten, moet in de praktijk aan de hand van de omstandigheden waarin de instelling haar werkzaamheden verricht, worden uitgemaakt of en in welke mate bepaalde uitgaven als kosten van algemeen beheer moeten worden aangemerkt. Gelet op de verscheidenheid van toestanden gaat het dus essentieel om een feitenkwestie". Vanuit de praktijk vernemen we dat dit heel wat onzekerheid veroorzaakt omdat de concrete toepassing kan verschillen naar gelang de interpretatie van de ambtenaar van de administratie. Hoewel de circulaire duidelijk stelt dat door de fiscale administratie de notie kosten van algemeen beheer "met ruim begrip" zal worden geïnterpreteerd, zijn er in de praktijk meerdere discussiepunten tussen de fiscale administratie en culturele instellingen.

1. Zorgt de circulaire inderdaad voor heel wat onzekerheid bij de betrokken instellingen? Zo ja, worden er initiatieven gepland om hieraan tegemoet te komen? En wanneer worden deze gepland? Zo nee, waarom niet?

2. Erkent u dat er in de praktijk een verschillende interpretatie kan ontstaan over de beheerkosten? Welke maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat er een gelijke behandeling ter zake is?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

De toewijzing van de kosten als kosten van algemeen beheer is afhankelijk van de activiteit van de instelling en de omstandigheden waarin de instelling haar werkzaamheden verricht. De instellingen moeten hier zo nodig, onder controle van de administratie, de gewenste aanwijzingen en gegevens verstrekken om alle uitgaven te kunnen uitsplitsen over de verschillende kosten. Wegens de verscheidenheid van de toestanden die zich in de praktijk kunnen voordoen is het dan ook niet mogelijk om een sluitende inventaris op te stellen van kosten die worden aangemerkt als kosten van algemeen beheer. Bovendien zou zo een lijst de onterechte verwachting wekken dat die kosten in alle omstandigheden worden aangemerkt als kosten van algemeen beheer terwijl andere kosten dan nooit kunnen worden aangemerkt als kosten van algemeen beheer. Dat is niet het geval en wordt beoordeeld aan de hand van de feitelijke en juridische omstandigheden zoals dit in het algemeen geldt in fiscale zaken. Gelet op het voorgaande bevestigt de administratie de richtlijnen inzake de kosten van algemeen beheer zoals uiteengezet in de circulaire nr. Ci.RH.26/567.400 (AOIF 16/ 2006) van 11 mei 2006. Het is dan ook niet opportuun om hierover een circulaire op te stellen.