Parlementaire vraag nr. 0211 van de heer Jean-Marc Nollet van 19.01.2009
Parlementaire vraag nr. 0211 van de heer Jean-Marc Nollet dd. 19.01.2009
Inkomstenbelasting
Overwerktoeslag
Vermindering voor bezoldigingen ingevolge overwerk
Toekenningsvoorwaarden van de belastingvermindering
Vraag
Artikel 154bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB 92) voorziet in een belastingvermindering voor overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag. Wanneer er geen toeslag uitbetaald wordt omdat die volledig omgezet wordt in bijkomende inhaalrust, heeft men geen recht op een belastingvermindering. Uit een administratieve circulaire van 26 september 2008 dienaangaande (Ci.RH.244/573.732) blijkt echter dat de administratie een ander standpunt inneemt. In de FAQ-lijst vermeldt de administratie dat de belastingvermindering ten name van de werknemers ook van toepassing is wanneer de overwerktoeslag omgezet wordt in bijkomende inhaalrust (vraag 25). Ingevolge dat standpunt hebben werknemers die overwerk presteerden waarvoor er bijkomende inhaalrust werd toegekend, evengoed recht op een belastingvermindering, ook al werd er geen belasting ingehouden omdat er geen overwerktoeslag werd betaald.
1. Hoe interpreteert u de wet ter zake?
2. Stemt die interpretatie overeen met de uitleg die in bovenvermelde circulaire gegeven wordt?
3) Zo niet, hoe denkt u die situatie recht te zetten?
Antwoord
Het geachte Lid wenst de regels te vernemen die van toepassing zijn inzake de belastingvermindering voor overuren, verleend aan werknemers die een overwerktoeslag, die voortvloeit uit gepresteerde overuren, hebben omgezet in inhaalrust.
1. Artikel 154bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) stelt dat er een belastingvermindering wordt verleend aan de werknemers : - die onderworpen zijn aan de arbeidswet van 16 maart 1971 en die tewerkgesteld zijn door een werkgever onderworpen aan de wet van 5 december 1968 aangaande de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;- en die gedurende het belastbare tijdperk overwerk hebben gepresteerd dat, overeenkomstig artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteren, recht geeft op een overwerktoeslag. Zo hebben de in voormelde wetten bedoelde werknemers die overuren hebben gepresteerd, onder bepaalde voorwaarden, recht op een belastingvermindering voor zover de gepresteerde overuren recht geven op een wettelijke overwerktoeslag, ongeacht of deze overwerktoeslag daadwerkelijk wordt betaald dan wel onder bepaalde voorwaarden wordt omgezet in inhaalrust. De belastingvermindering is bijgevolg niet afhankelijk van de keuze tussen de omzetting in inhaalrust en de betaling van een overwerktoeslag voor overuren.
2. Het antwoord luidt bevestigend.
3. Gelet op het antwoord op de vragen 1 en 2 is vraag 3 zonder voorwerp geworden.
