Parlementaire vraag nr. 6378 van mevrouw Veerle Wouters van 28.10.2015
Mondelinge parlementaire vraag nr. 6378 van mevrouw Veerle Wouters dd. 28.10.2015
Kamer, Integraal Verslag – Commissie voor de Financiën, 2014-2015, CRIV 54 COM 258 dd. 28.10.2015, blz. 49
De vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen
VRAAG (van mevrouw Wouters)
Mijnheer de minister, dit betreft een eerder pragmatisch probleem. De programmawet van 10 augustus 2015 voorziet in de invoering van een nieuwe vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing ten behoeve van kleine startende ondernemingen. Naargelang de onderneming voldoet aan bepaalde voorwaarden, kan de vrijstelling van 10 % oplopen tot 20 % van de bedrijfsvoorheffing die werd ingehouden op de bezoldigingen van werknemers. Het is een mooie maatregel om onze economie te stimuleren. Ingevolge het artikel 275/10, tweede lid, 3°, WIB 92 geldt de vrijstelling voor alle ondernemingen, zowel eenmanszaken als vennootschappen, die minder dan 48 maanden ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Enkel de datum van inschrijving in de KBO geldt als startpunt voor deze termijn. Pragmatisch zou het veel eenvoudiger zijn om de referteperiode te laten ingaan op de eerste dag van de eerstvolgende maand. Is een dergelijke aanpassing mogelijk?
Antwoord (van de Minister van Financiën)
Mevrouw Wouters, de wet stelt enerzijds dat de werkgever sinds ten hoogste achtenveertig maanden mag ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Anderzijds stelt de wet ook dat wanneer de werkgever een werkzaamheid voortzet die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon, de termijn van achtenveertig maanden aanvangt op het ogenblik van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen door die natuurlijke of rechtspersoon. Ik zal mijn administratie de opdracht geven om te onderzoeken of een aanpassing vanuit praktisch oogpunt aangewezen is, opdat het duidelijk zou zijn vanaf wanneer de telling moet beginnen.
