Parlementaire vraag nr. 603 van de heer Bourgeois van 11.10.1996
VRAAG 96/603
Vr. en Antw., Kamer, nr. 63, 1996-1997, blz. 8396-8398
Bull. nr. 769, pag. 487
Beroepskosten - Extra-wettelijke pensioenen - Belastbaarheid
In antwoord op een parlementaire vraag van 23 augustus 1994 van de heer de Clippele inzake voorzieningen voor pensioenverbintenissen wordt gesteld dat, sinds de wijziging aangebracht door de wet van 19 juli 1991, voorzieningen voor extralegale pensioenen, aangelegd om een aan een bedrijfsleider gedane belofte na te komen, voortaan buiten balans moeten geplaatst worden en dat ze moeten bestaan uit stortingen bij een pensioenfonds of een groepsverzekering (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1994- 1995, nr. 129, blz. 13471). Het aanleggen van voorzieningen op de balans van een vennootschap en de betaling via algemene onkosten is voortaan verboden. Beloften van bovenwettelijke voordelen in geval van leven, overlijden, ongeval of invaliditeit moeten derhalve uitsluitend gefinancierd worden door een groepsverzekering, een pensioenfonds of een individuele verzekering (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1994-1995, nr. 136, blz. 14342).
Anderzijds werd op 23 juli 1996 door de minister van Economische Zaken bevestigd dat de werkgever verplicht is om een pensioenfonds samen te stellen voor het verlenen van extralegale pensioenen hetzij onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, hetzij onder de vorm van een onderlinge verzekeringsmaatschappij. De werkgever kan eveneens een beroep doen op een groepsverzekering of op een bedrijfsleidersverzekering en mag geen interne provisies samenstellen (Vragen en Antwoorden, Senaat, 1995- 1996, nr. 1-24, blz. 1191).
Blijkens dit antwoord wordt een bijkomend pensioen in de zin van de wet van 9 juli 1975 niet gelijkgesteld (geassimileerd) met een voordeel (bedoeld wordt een extralegaal pensioen) dat duidelijk op een occasionele en niet-systematische wijze wordt toegekend aan een welbepaalde persoon om personeelsgebonden redenen, en niet aan de personeelscategorie waartoe deze persoon behoort, voordeel dat wel kan worden gefinancierd uit een fonds dat intern bij de onderneming wordt gefinancierd.
De vraag rijst of dergelijke toekenning van een extralegaal pensioen in het licht van voormelde wetswijzigingen fiscaal aftrekbaar is en via algemene onkosten kan betaald worden zonder tussenkomst van een externe instantie.
Blijkens dit zelfde antwoord wordt bovendien een storting van een geldsom aan een personeelslid op het ogenblik van zijn oppensioenstelling zonder enige voorafgaande verbintenis vanwege de maatschappij evenmin gelijkgesteld met een bijkomend pensioen.
1. Kan dergelijke storting fiscaal in aftrek gebracht worden ?
2. Tegen welk belastingtarief is dergelijke storting belastbaar bij de genieter ?
ANTWOORD
Met betrekking tot de door het geacht lid beoogde extra-wettelijke pensioenen gelden de volgende principes.
De aftrek als beroepskosten van dergelijke pensioenen wordt inzonderheid geregeld door de artikelen 49, 52, 5°, 57, 2° en 60 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).
Welnu, artikel 52, 5°, WIB 92, vermeldt uitdrukkelijk dat slechts de pensioenen en als zodanig geldende toelagen die ter uitvoering van contractuele verbintenis aan gewezen personeelsleden of hun rechtverkrijgenden worden toegekend, als beroepskosten kunnen worden aangemerkt.
Van een contractuele verbintenis kan maar sprake zijn indien de desbetreffende overeenkomst gesloten is op een ogenblik dat het personeelslid nog zijn mandaat of functie in de schoot van de vennootschap bekleedt.
Ten name van de verkrijger zijn dergelijke gratis toegekende pensioenen belastbaar tegen het progressieve tarief (onverminderd de toekenning van de belastingvermindering voor pensioenen als vermeld in de artikelen 146 tot 154, WIB 92), behalve indien het gaat om een als pensioen geldend kapitaal dat wordt uitgekeerd in één van de omstandigheden waarvan sprake is in artikel 171, 4°, g), WIB 92 (onder meer naar aanleiding van de pensionering op de normale datum of in één van de 5 jaren die aan die datum voorafgaan); in dat geval wordt het kapitaal in principe tegen een afzonderlijke aanslagvoet van 16,5 % belast.
Bron: FisconetPlus
