Parlementaire vraag nr. 1130 van de heer Thissen van 15.06.1994
VRAAG 94/1130
Bull. nr. 745, pag. 111
Vennootschapsbelasting - Aangifte - Termijn
Artikel 311 van het WIB 1992 regelt de termijnen binnen welke de aangiften moeten toekomen. In de commentaar (artikel 218/3) staat met name dat het uitstel redelijk moet zijn en dat 30 september (?) de uiterste datum is. In de praktijk nemen de controlevennootschappen dat voorschrift meestal niet letterlijk op om de volgende redenen :
| a) | de vaste datum van 30 september is niet geschikt voor de vennootschapsbelasting omdat veel vennootschappen het boekjaar in de loop van het kalenderjaar sluiten, zodat die datum weinig zin heeft; |
| b) | termijnen die 30 september overschrijden, hebben vooral betrekking op de accountantskantoren die hun werk over een langere periode moeten spreiden wegens vaak door de ambtenaren van Financiën vastgestelde menselijke en technische imperatieven; |
| c) | diezelfde accountantskantoren die aanspraak maken op langere termijnen, hebben meestal de gewoonte spontaan een hele reeks nuttige maar wettelijk niet verplichte inlichtingen bij hun aangiften te voegen. Voor de belastingdiensten betekent dat aanzienlijke tijdwinst, omdat het hen van de verplichting ontslaat een hele reeks vragenlijsten te versturen. Een dwingende administratieve richtlijn heeft de maximumtermijn voor de vennootschapsbelasting echter zopas beperkt tot drie maanden na de voor het opsturen van de aangifte gestelde datum. |
De richtlijn komt weliswaar van de directie van de belastingen van Luik, maar gelet op de huidige evolutie naar meer formele striktheid in de betrekkingen tussen belastingplichtigen en administratie, veronderstel ik dat in de andere gewestelijke directies hetzelfde gebeurt. Kan de termijn voor de erkende accountantskantoren niet worden verlengd tot uiterlijk 31 december?
1. Zij vullen de aangiften meestal correct in en voegen er een reeks niet-verplichte documenten bij, wat het werk van de administratie aanzienlijk verlicht. Verdere samenwerking op dat stuk veronderstelt dat rekening wordt gehouden met de specifieke voorwaarden van de accountantskantoren.
2. Het is voor de administratie materieel onmogelijk alle aangiften binnen de maand volgend op de verzending te onderzoeken : de stukken zullen zich dus ophopen, zodat het werk van de adviesbureaus, die precies in die drukke periode jaarlijkse vakantie moeten toekennen, ernstig wordt verstoord. Ernstig en correct werk sluit het inzetten van tijdelijk of seizoenspersoneel vanzelfsprekend uit.
3. Die bekommernis is geen alleenstaand verschijnsel : veel accountantskantoren vragen ons uw aandacht te vestigen op dat probleem, dat eerder als een hinderlijke maatregel dan als bezorgdheid om het beter beheren van de dossiers dreigt over te komen.
4. Om achterstand of verlies voor de Schatkist te vermijden, kan het verlengen van de termijnen eventueel worden beperkt tot de vennootschappen die voorafbetalingen deden en het voorwerp waren van voldoende voorheffingen of voorheffingen met verlies.
ANTWOORD
De voorwaarden die zijn opgesteld met betrekking tot het indienen van aangiften na de voorgeschreven termijn door personen of organisaties die gespecialiseerd zijn in het invullen van aangiften van derden (zie commentaar op artikel 311 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, nr. 311/3), gelden voor alle aangiften, met inbegrip van die van de vennootschappen die hun boekhouding anders dan per kalenderjaar houden.
Die voorwaarden zijn inderdaad vastgelegd om in de mate van het mogelijke het ongemak te beperken dat het gevolg is van het feit dat het werkplan van de taxatiediensten afhankelijk is van wettelijke, administratieve en budgettaire voorschriften terwijl dat van iedere zaakgelastigde wordt bepaald door de omvang en de belangrijkheid van zijn cliënteel.
Het is dus niet mogelijk toe te laten dat aangiften, zelfs volgens de door het geacht lid gesuggereerde criteria, worden ingediend buiten de termijnen zoals die momenteel kunnen worden verlengd, zonder afbreuk te doen aan het goede verloop van de taxatie- en controlewerkzaamheden aan de aangiften en bijgevolg aan de snelle inning van de belastingen.
Overigens kunnen de zaakgelastigden de voorbereidende werkzaamheden voor het opstellen van de aangiften al aanvatten zonder de verzending van de aangiften af te wachten, wat op zich al toelaat de werkzaamheden met betrekking tot het invullen ervan te spreiden.
Tot slot signaleer ik dat volgens de mij meegedeelde inlichtingen de hogere ambtenaren van de gewestelijke directie der belastingen te Luik geen enkele richtlijn tot wijziging van de desbetreffende reglementering hebben gegeven.
Bron: FisconetPlus
