Parlementaire vraag nr. 1881 van de heer Marco Van Hees van 30.01.2024

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/134 d.d. 24.05.2024, blz. 181

Hervorming van de vennootschapsbelasting in Dubai

VRAAG (van de heer Van Hees)

Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) staat momenteel op de lijst van de belastingparadijzen waarvoor Belgische vennootschappen die aan die landen betalingen doen, een aangifteplicht hebben.

Op 1 juni 2023 is er in Dubai een nieuwe regeling voor de vennootschapsbelasting in voege getreden. Die regeling kan als een territoriaal stelsel beschouwd worden, waarbij de inkomsten uit offshoreactiviteiten vrijgesteld zijn, ongeacht of deze activiteiten plaatsvinden in een vrije zone (waar enkel bepaalde offshoreactiviteiten toegestaan zijn) of buiten een vrije zone (waar de inkomsten uit buitenlandse dividenden, uit intragroepreorganisaties en uit intra-groeptransacties vrijgesteld zijn).

Zoals het Rekenhof in zijn audit ter zake opmerkte, bepalen de wettelijke bepalingen inzake betalingen aan belastingparadijzen dat staten of staatkundige gebieden met een territoriaal belastingstelsel - het Rekenhof verwijst bijvoorbeeld naar Singapore en Hongkong - op de voornoemde lijst moeten worden opgenomen.

1. Zal Dubai na de hervorming van de vennootschapsbelasting in de toekomst op de lijst blijven staan?

2. Zal de lijst uitgebreid worden met andere staten of staatkundige gebieden met een territoriaal belastingstelsel? Zo ja, welke? Zult u landen als Singapore en Hongkong in de lijst opnemen, zoals het Rekenhof aanbeveelt?

ANTWOORD (van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding)

1. Na de inwerkingtreding van de nieuwe vennootschaps-belastingregeling in Dubai en afgezien van de regeling voor de vrijhandelszone waarnaar het geachte Parlementslid verwijst, bedraagt het standaardtarief van de vennootschapsbelasting 9 % van de belastbare winst. Er is geen reden om Dubai niet te handhaven op de lijst van staten zonder of met een laag belastingtarief, aangezien dit tarief nog steeds lager is dan de verschillende tarieven die worden genoemd in artikel 307, § 1/2 van het WIB, dat als referentie wordt gebruikt om via artikel 179 KB/WIB te definiëren wat wordt bedoeld met staten zonder of met een laag belastingtarief.

2. In het kader van het 2e actieplan heb ik mijn administratie verzocht te onderzoeken of het wenselijk is de in artikel 179 KB/WIB bedoelde lijst van staten waar geen of weinig belasting wordt geheven, bij te werken. Met het oog op de uitvoering van de wet van 19 december 2023 betreffende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale groepen en grote nationale groepen, zal de lijst worden bijgewerkt.