Parlementaire vraag nr. 912 van de heer Wouter Vermeersch van 02.03.2022

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/082 d.d. 05.04.2022, blz. 109

Giften aan vzw's - Begrip winstoogmerk

VRAAG (van de heer Vermeersch)

Giften aan erkende instellingen geven onder bepaalde voorwaarden recht op een belastingvermindering in de personenbelasting. In de wet zijn de voorwaarden bepaald welke instellingen een fiscaal attest kunnen afleveren voor giften. Op basis van het attest kan de belastingplichtige genieten van een belastingvermindering van 45 % op de gedane giften. De instellingen die voor erkenning in aanmerking komen, zijn opgenomen in artikel 145 (33), § 1, 1° tot 4° WIB92 en artikel 63 (18/1) tot 63 (18/7) KB/WIB92. Artikel 63 (18/1), § 3, 2° van het KB/WIB92 bepaalt dat de in paragraaf 1 vermelde instellingen in generlei gewin mogen bejagen, noch voor zichzelf, noch voor hun leden. Sinds de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek vennootschappen en verenigingen (WVV) kunnen vzw's onbeperkt economische activiteiten stellen. Deze economische activiteiten moeten niet langer bijkomstig zijn. Wel is er voor vzw's een verbod op winstuitkering, tenzij het vermogensvoordeel kadert in het belangeloos doel van de vzw. Artikel 1:2 van het WVV stelt dat "een vereniging wordt opgericht bij een overeenkomst tussen twee of meer personen, leden genaamd. Zij streeft een belangeloos doel na in het kader van één of meer welbepaalde activiteiten die zij tot voorwerp heeft. Zij mag rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de oprichters, de leden, de bestuurders of enig andere persoon behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel. Elke verrichting in strijd met dit verbod is nietig". Kan u bevestigen dat een vereniging die voldoet aan de voorwaarde zoals bepaald in artikel 1:2 van het WVV en gelet op het nastreven van een belangeloos doel, steeds voldoet aan de voorwaarden zoals beschreven in artikel 63 (18/1), § 3, 2° KB/WIB92?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Volgens artikel 63(18/1), § 3, 2°, KB/WIB 92 mogen de instellingen generlei gewin bejagen, noch voor zichzelf, noch voor hun organen, noch voor hun leden als zodanig. De beoordeling hiervan gebeurt op basis van het geheel van de feitelijke en juridische omstandigheden. Het KB/WIB 92 bepaalt autonoom de erkenningsvoorwaarden in het kader van de belastingvermindering voor giften. Er wordt daarbij niet verwezen naar artikel 1:2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De bepalingen van het vennootschapsrecht werken dan ook niet door voor de toepassing van artikel 63(18/ 1), § 3, 2°, KB/WIB 92. Het is dus niet zo dat een vereniging die voldoet aan de voorwaarde zoals bepaald in artikel 1:2 van het WVV steeds voldoet aan de voorwaarden zoals beschreven in artikel 63(18/1), § 3, 2°, KB/WIB 92.