Parlementaire vraag nr. 270 van de heer Hatry van 27.06.1997
VRAAG 97/270
Vraag nr. 270 van de heer Hatry dd. 27.06.1997
Bull. nr. 781, pag. 764
Vr. en Antw., Senaat, nr. 1-55, 1996-1997, blz. 2792
Voorlegging boeken. - Boete.
VRAAG
Een aantal controlediensten van de belastingen hebben besloten de belastingplichtigen systematisch een aangetekende brief te sturen, waarin ze:
Het legaliteitsbeginsel dat voortvloeit uit artikel 170 van de Grondwet, heeft tot gevolg dat bestuurlijke omzendbrieven geen kracht van wet bezitten en dus noch voor de belastingplichtige, noch voor de rechtbank, noch voor de administratie zelf bindend zijn.
Toch wordt algemeen aanvaard dat ze een interpretatieve draagwijdte bezitten voornamelijk ten behoeve van de ambtenaren van de administratie, behalve wanneer ze een reglementaire bestuurlijke handeling vormen, waartegen eventueel beroep kan worden aangetekend bij de Raad van State.
Kan de geachte minister verduidelijken:
ANTWOORD
Ik heb geen kennis van de door het geachte lid aangehaalde handelingen. Ik zal ter zake een onderzoek laten instellen indien mij de nodige gegevens worden meegedeeld.
Ik benadruk dat artikel 445 van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 geen specifieke toepassing vindt in het geval van inbreuk op artikel 315 van hetzelfde wetboek.
Vraag nr. 270 van de heer Hatry dd. 27.06.1997
Bull. nr. 781, pag. 764
Vr. en Antw., Senaat, nr. 1-55, 1996-1997, blz. 2792
Voorlegging boeken. - Boete.
VRAAG
Een aantal controlediensten van de belastingen hebben besloten de belastingplichtigen systematisch een aangetekende brief te sturen, waarin ze:
- voornamelijk wijzen op de inhoud van het Commentaar bij het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992 aangaande de plichten van de belastingplichtige met betrekking tot het voorleggen van boeken en bescheiden en met name op de inhoud van COM IB 315/2:
- te kennen geven dat een administratieve boete zal worden opgelegd bij elke overtreding van artikel 315 WIB 92.
Het legaliteitsbeginsel dat voortvloeit uit artikel 170 van de Grondwet, heeft tot gevolg dat bestuurlijke omzendbrieven geen kracht van wet bezitten en dus noch voor de belastingplichtige, noch voor de rechtbank, noch voor de administratie zelf bindend zijn.
Toch wordt algemeen aanvaard dat ze een interpretatieve draagwijdte bezitten voornamelijk ten behoeve van de ambtenaren van de administratie, behalve wanneer ze een reglementaire bestuurlijke handeling vormen, waartegen eventueel beroep kan worden aangetekend bij de Raad van State.
Kan de geachte minister verduidelijken:
- of hij het Commentaar bij het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 geheel of gedeeltelijk tot reglement wil maken, waardoor ze voor alle belastingplichtigen dwingend worden;
- of hij de aangetekende kennisgeving van uittreksels uit het commentaar wil uitbreiden tot alle belastingplichtigen van het rijk;
- of artikel 445 WIB 92 op een specifieke manier wordt toegepast bij overtreding van artikel 315 WIB 92?
ANTWOORD
Ik heb geen kennis van de door het geachte lid aangehaalde handelingen. Ik zal ter zake een onderzoek laten instellen indien mij de nodige gegevens worden meegedeeld.
Ik benadruk dat artikel 445 van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 geen specifieke toepassing vindt in het geval van inbreuk op artikel 315 van hetzelfde wetboek.
Bron: FisconetPlus
