Parlementaire vraag nr. 1815 van de heer Frédéric Daerden van 12.09.2017

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/137 dd. 28.11.2017, blz. 405

Gevolgen van de taxshift voor de gepensioneerden

VRAAG (van de heer Daerden)

De regering had aangekondigd dat de taxshift tot een stijging van de pensioenen zou leiden. Die stelling heeft mijn fractie steeds verwonderd, en ik heb u meermaals meegedeeld dat ik dit betwijfelde. De feiten lijken mij gelijk te geven. 128.000 gepensioneerden, met een maandelijks pensioen van 1.200 tot 1.300 euro, hebben moeten vaststellen dat hun pensioen niet gestegen is, zoals was aangekondigd. Het is bij sommigen zelfs gedaald. Minister Peeters en uzelf hebben trouwens aangekondigd dat er een wetsontwerp wordt voorbereid om dit probleem op te lossen.

1. Kunt u uitleggen hoe het komt dat het pensioenbedrag van die 128.000 gepensioneerden gelijk gebleven of gedaald is? Met welk bedrag had hun pensioen ondertussen moeten zijn verhoogd?

2. Hoeveel van de 128.000 betrokken gepensioneerden krijgen nu een lager pensioen, en voor hoeveel veranderde er niets?

3. Welke oplossingen zult u aanreiken voor deze categorieën van gepensioneerden en hoe zult u die financieren? U maakt gewag van een globaal plan voor belastingvermindering voor gepensioneerden. Kunt u dat plan toelichten?

4. Hebt u daarover overlegd met de ministers van Pensioenen en van Economie en wat was het resultaat van dat overleg? Wanneer mogen we een concrete oplossing voor de gepensioneerden verwachten?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Tot en met aanslagjaar 2007, inkomsten van 2006, werden pensioenen en vervangingsinkomsten volledig vrijgesteld van belastingen als het totale netto inkomen van de belastingplichtige (en desgevallend zijn echtgenoot) uitsluitend bestond uit pensioenen en vervangingsinkomsten en een bepaald referentie-inkomen niet overschreed. Bij een minieme overschrijding van dat referentie-inkomen, was de belastingplichtige ettelijke honderden euro's inkomstenbelasting verschuldigd. Om dat tegen te gaan, werd de feitelijke belastingvrijstelling vanaf aanslagjaar 2008, inkomsten van 2007, vervangen door een bijkomende vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten. In het stelsel van de bijkomende vermindering wordt aan belastingplichtigen met een inkomen boven het referentieinkomen, een bijkomende belastingvermindering verleend, bovenop de gewone vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten, zodat de nog verschuldigde inkomstenbelasting niet hoger is dan het verschil tussen zijn totale netto-inkomen en het referentie-inkomen. Hierbij werd aanvankelijk geen rekening gehouden met eventuele gemeentelijke en agglomerationele opcentiemen die nog bovenop de verschuldigde inkomstenbelasting komen. Een verhoging van het pensioen, kon op die manier nog altijd leiden tot een verlaging van het netto inkomen na belasting. Om rekening te houden met die gemeentelijke en agglomerationele opcentiemen, werd de berekening van de bijkomende vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten vanaf aanslagjaar 2016, inkomsten van 2015, gewijzigd: de bijkomende vermindering wordt sinds dat aanslagjaar vermenigvuldigd met een factor 1,09 als het referentie-inkomen wordt overschreden. Die gewijzigde berekening bereikt haar doel echter niet: voor belastingplichtigen met een belastbaar pensioen op jaarbasis tussen net boven het referentie-inkomen en ca. 16.400 euro, leidt een verhoging het pensioen nog steeds tot een lichte verlaging van het netto inkomen na belasting. Die verlaging bedraagt iets meer dan 6 euro per 50 euro bijkomend pensioen op jaarbasis. Het aantal belastingplichtigen met een totaal netto-inkomen binnen de voormelde inkomensgrenzen, wordt door mijn administratie geraamd op iets meer dan 70.000. Dit aantal omvat echter niet enkel gepensioneerden, maar ook belastingplichtigen die uitsluitend een ander type vervangingsinkomsten dan pensioenen, werkloosheidsuitkeringen of wettelijke ziekte en invaliditeitsuitkeringen verkrijgen en belastingplichtigen met verschillende types vervangingsinkomsten. Bovendien wens ik te benadrukken dat het netto inkomen na belasting van deze belastingplichtigen wel altijd hoger is dan wanneer de bijkomende vermindering zou berekend zijn volgens die regels die golden voor de aanslagjaren 2008 tot en met 2015, dus zonder de wijziging van artikel 154 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 door de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen. Om de fiscale pensioenval die hierboven werd beschreven op te lossen, heeft de regering in het wetsontwerp houdende diverse fiscale bepalingen I een wijziging van de berekening van de bijkomende vermindering voor pensioenen of vervangingskomsten voorgesteld. (Parl. St. 54 - 2639/001). Dit wetsontwerp werd op 20 september jl. in de Commissie van Financiën en Begroting aangenomen. Het inkomen na belasting van belastingplichtigen van wie het inkomen uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten of uitsluitend bestaat uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, zal door die nieuwe berekening van de bijkomende vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten niet langer kunnen dalen wanneer hun inkomen stijgt. Wat uw vraag inzake een globaal plan voor de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten betreft, is het zo dat ik, na overleg binnen de regering, aan mijn administratie heb gevraagd om te onderzoeken of er oplossing ten gronde kan worden gevonden voor de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten.