Parlementaire vraag nr. 342 van de heer Thierry van 29.04.1997

VRAAG 97/342
Bull. nr. 777, pag. 2864
Vrijgesteld inkomen - Personeel voor wetenschappelijk onderzoek - Vrijstelling voor bijkomend personeel - Toepassingsvoorwaarde
VRAAG
In de pers werd onlangs aangekondigd dat de ondernemingen, krachtens het koninklijk besluit van 22 december 1995 (V 2429 - Bull. 758), een belastingvrijstelling van 440.000 frank zullen kunnen genieten bij de aanstelling van een personeelslid als diensthoofd van de afdeling integrale kwaliteitszorg. Ondernemingen met minstens 60 werknemers moeten bij hun aangifte in de inkomstenbelastingen een attest voegen, dat door het Ministerie van Economische Zaken zal worden opgemaakt.
De wetsbepalingen inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk omvatten de oprichting van een dienst die met de veiligheid en de gezondheid op de werkplaats is belast en die door een preventie-adviseur wordt geleid.
1. Waarom worden, om de inspanningen van de ondernemingen op het gebied van veiligheid en gezondheid van de werknemers aan te moedigen, geen fiscale bepalingen genomen naar analogie van de fiscale bepalingen voor de integrale kwaliteitszorg?
2.
Wordt een dergelijk plan bestudeerd?
3. Zijn de diensthoofden van de afdeling integrale kwaliteitszorg gemachtigd veiligheidsproblemen te behandelen?
4. Valt niet te vrezen dat dergelijke bepalingen de bedrijven ertoe aanzetten in kwaliteit te investeren, ten koste van hun inspanningen op het gebied van de veiligheid?
5. Zou het aangewezen zijn een dergelijke belastingvrijstelling toe te kennen aan de ondernemingen die een preventie-adviseur aanstellen?
ANTWOORD
1. Het koninklijk besluit van 22 december 1995 waaraan het geacht Lid refereert houdt een fiscale vrijstelling in voor bijkomend personeel dat in België voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld. Onder "bijkomend personeel dat voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld" worden de personeelsleden gerekend voor wie de onderneming bewijst dat ze tewerkgesteld zijn als diensthoofd voor de afdeling Integrale kwaliteitszorg. Deze fiscale maatregel is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1997.
Het nemen van fiscale maatregelen behoort niet tot de doelstellingen van het Ministerie van tewerkstelling en Arbeid en behoort bijgevolg ook niet tot de bevoegdheden van de minister van tewerkstelling en Arbeid.
2. Rekening houdend met het antwoord op de eerste vraag wordt er binnen het departement van Tewerkstelling en Arbeid geen ontwerp van koninklijk besluit uitgewerkt in de zin van de door het geacht Lid gestelde vraag.
3. De diensthoofden VGV moeten voldoen aan een aantal wettelijke voorwaarden, onder meer wat hun aanvullende vorming betreft.
Het diensthoofd Integrale kwaliteitszorg voldoet in principe niet aan deze voorwaarden en kan bijgevolg de opdrachten die de wet toekent aan een diensthoofd VGV niet uitvoeren. Hij zal slechts als diensthoofd VGV kunnen optreden en de aan die functie verbonden opdrachten kunnen uitvoeren wanneer hij voldoet aan de specifieke wettelijke voorwaarden gesteld voor die functie.
4. Het door het geacht Lid gestelde probleem is inderdaad niet denkbeeldig. Men mag evenwel niet vergeten dat een werkgever zich om geen enkele reden kan onttrekken aan zijn verplichtingen op het gebied van arbeidsveiligheid en dat hij terzake strafrechtelijk verantwoordelijk is.
5. Iedere werkgever, zodra hij 20 werknemers tewerkstelt, is verplicht een preventieadviseur te hebben. Tot en met 19 werknemers mag de werkgever zelf de functie van preventie-adviseur waarnemen. Het is niet denkbaar om een belastingvrijstelling toe te kennen aan praktisch iedereen die werknemers tewerkstelt.