Parlementaire vraag nr. 892 van de heer Olivier van 03.03.1998

VRAAG 98/892

Vraag nr. 892 van de heer Olivier dd. 03.03.1998


Vr. en Antw., Senaat, 1997-1998, nr. 1-72, blz. 3766-3767

Bull. nr. 785, pag. 1968

Winsten - Belastbaar tijdstip

VRAAG

Uit de belastingreglementering vloeit in een aantal gevallen voort dat belastingen moeten worden betaald op niet-ontvangen inkomsten.

Het komt voor dat belastingplichtigen inkomsten mogen verwachten, bijvoorbeeld uit een verkoop, en zij op dit ogenblik worden belast. Wanneer om uitzonderlijke redenen de betaling nooit plaatsvindt en de inkomsten niet worden verworven zijn de belastingen toch verschuldigd.

Het betreft hier geen fout van het fiscaal bestuur aangezien deze regeling voorgeschreven zou zijn.

Voor de betrokken belastingplichtige komt dit echter voor als een grote onrechtvaardigheid en vanuit het standpunt van de billijkheid kan men hier inderdaad vragen bij stellen.

Graag had ik van de geachte minister een antwoord op de volgende vragen:

1. Welke bepalingen uit de fiscale wetgeving liggen aan de grondslag van deze onbillijke situatie?

2. Zijn er nog andere gevallen bekend, naast het hogervernoemde, waarbij een belasting kan verschuldigd zijn op niet-ontvangen inkomsten?

3. Is in deze gevallen een terugvordering van de betaalde belasting mogelijk? Zo ja, welke procedure moet daarvoor worden doorlopen?

4. Is de geachte minister van oordeel dat het financieel voordeel van deze reglementering opweegt tegen het negatieve effect dat eruit voortvloeit voor de overheidsorganisatie als dusdanig? Wordt terzake een wijziging van de reglementering overwogen?

ANTWOORD

Het geachte lid beoogt blijkbaar het geval van een handelaar die een winst verwezenlijkt ter gelegenheid van een verkoop waarbij werd overeengekomen dat de verkoopprijs op een later tijdstip zal worden betaald, maar waarbij die prijs in werkelijkheid slechts gedeeltelijk of helemaal niet wordt vereffend.

Welnu, volgens een vaste rechtspraak (zie dienaangaande de diverse in het nr. 24/6 van de administratieve commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 aangehaalde arresten) is de winst die bestaat in een schuldvordering in beginsel belastbaar van zodra die vordering is ontstaan en een zeker en vaststaand karakter heeft verkregen, en dit ongeacht de datum van inning.

Het verkochte goed is immers uit het vermogen van de cedent getreden en vervangen door de overeengekomen prijs op de dag van de cessie; die vervanging is voltrokken op het ogenblik van de overeenkomst en door de uitwerking ervan.

Indien naderhand evenwel wordt vastgesteld dat die schuldvordering oninbaar is geworden, kan ze in principe tijdens het jaar of boekjaar waarin ze het karakter van een zeker en vaststaand verlies heeft verkregen als beroepskost in mindering worden gebracht onder de algemene voorwaarden van artikel 49 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

Bovendien kunnen de waardeverminderingen die door ondernemingen worden geboekt om het hoofd te bieden aan scherp omschreven verliezen die volgens de aan de gang zijnde gebeurtenissen waarschijnlijk zijn, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, reeds uit de belastbare winst worden geweerd vooraleer die verliezen op vorderingen waarop de geboekte waardeverminderingen betrekking hebben, uit fiscaal oogpunt definitief aanneembaar worden (cf. artikel 48, WIB 92).

Een wetgevend initiatief tot wijziging van de ter zake bestaande wettelijke bepalingen wordt niet in overweging genomen.