Parlementaire vraag nr. 30 van de heer Georges Gilkinet van 10.04.2008

Energiebesparende investering

Energiebesparende uitgave

Vermindering voor energiebesparende uitgaven

Toepassingsvoorwaarden van de vermindering voor energiebesparende uitgaven

Fiscale tegemoetkoming in verband met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand

VRAAG

Sinds 1 januari 2003 komen bepaalde energiebesparende uitgaven in woningen in aanmerking voor belastingvermindering. In de wet van 10 augustus 2001, aangevuld door het koninklijk besluit van 20 december 2002, worden de werken waarvoor die maatregel geldt omschreven, evenals de voorwaarden waaraan ze moeten voldoen. Wat de plaatsing van fotovoltaïsche zonnepanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie betreft, bedraagt de belastingvermindering vijftien procent van het geïnvesteerde bedrag, met een maximum van vijfhonderd euro (niet-geïndexeerd bedrag) per belastbaar tijdperk en per woning. Sinds de maatregel voor het eerst werd toegepast tijdens het aanslagjaar 2004, zijn er echter tal van problemen gerezen op het stuk van de billijkheid en de voorlichting van de burgers. Energiebesparende maatregelen moeten inderdaad worden aangemoedigd, maar de eraan verbonden fiscale voordelen moeten ook toegankelijk zijn voor gezinnen met een bescheiden of gering inkomen. In tegenstelling tot een premie die alle categorieën van personen ten goede zou komen, geldt de belastingvermindering echter alleen voor personen die belasting betalen. Daardoor worden de gezinnen met de laagste inkomens de facto uitgesloten. Bovendien bepaalt artikel 33 van de wet van 10 augustus 2001 dat de belastingvermindering evenredig wordt verdeeld afhankelijk van het aandeel van elk der echtgenoten in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken zijn uitgevoerd. Als men die laatste twee elementen naast elkaar legt, stelt men vast dat voor gezinnen waarin een van de echtgenoten geen belastingen betaalt maar mede-eigenaar is van de woning, de belastingvermindering met dat gedeelte, meestal de helft, wordt verminderd! Bovendien geniet de informatie met betrekking tot die verdeling van de belastingvermindering over de echtgenoten te weinig bekendheid.

1. Welke statistieken zijn er inzake de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven of investeringen in duurzame energieproductie voor de aanslagjaren 2004 tot 2007?

2. Welk percentage van de rechthebbende gezinnen kan krachtens de bepaling van voornoemd artikel 33 van de wet van 10 augustus 2001 slechts een gedeelte van die belastingvermindering genieten?

3. Zal u het systeem bijsturen door het principe van het belastingkrediet uit te breiden tot de investeerders met de laagste inkomens (alleenstaanden of echtgenoten)?

4.

a) Wat ondernemen uw diensten om de burgers over de inhoud van artikel 33 van de wet van 10 augustus 2001 te informeren?

b) Staat die fiscale bepaling vermeld in de brochures en andere informatietools voor het publiek?

ANTWOORD (van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen van 8 september 2008, op de vraag nr. 30 van de heer Georges Gilkinet van 10 april 2008 (Fr.)) :

Allereerst wil ik de aandacht van het geachte lid vestigen op het feit dat het percentage van de uitgaven voor de berekening van de belastingvermindering bepaald in artikel 145/24, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, sedert aanslagjaar 2006, 40% bedraagt voor alle uitgaven beoogd in dit artikel.

Het maximumbedrag van de belastingvermindering dat aldus in aanmerking wordt genomen, werd voor aanslagjaar 2007 gebracht op 1 000 euro en op 2 000 euro vanaf aanslagjaar 2008 (te indexeren basisbedragen).

Het bovenvermelde grensbedrag wordt vanaf aanslagjaar 2008 verhoogd met 600 euro (te indexeren basisbedrag), voor zover deze verhoging althans uitsluitend betrekking heeft op de volgende uitgaven :

- de uitgaven voor de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie;

- de uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in élektrische energie.

Dit gezegd zijnde, vindt het geachte lid hierna de antwoorden op de verschillende vragen.

1. Wat betreft de statistieken inzake de belastingvermindering voor de energiebesparende investeringen, verwijs ik naar de onderstaande tabel. Voor de aanslagjaren 2004 tot 2006, is zowel het aantal belastingplichtigen dat op deze belastingvermindering aanspraak maakte alsook het totaalbedrag van de vermindering in kwestie, weergegeven.

Voor de aanslagjaren 2004 en 2005 betreft het definitieve cijfers afgesloten op respectievelijk 31 december 2006 en 31 december 2007. Voor aanslagjaar 2006 gaat het om voorlopige cijfers, vastgesteld op 30 juni 2007.

De gegevens voor het aanslagjaar 2007 zijn nog niet beschikbaar.

Energiebesparende uitgaven

aangevraagde belastingvermindering

Eigenaar - Propriétaire

Huurder

Locataire

Aanslag-

Jaar

Exercice

D'imposition

Belastingplichtige

Contribuable

Partner

Conjoint

Aantal

Nombre

Bedrag

(in euro)

Montant

(en euros)

Aantal

Nombre

Bedrag

(in euro)

Montant

(en euros)

Aantal

Nombre

Bedrag

(in euro)

Montant

(en euros)

2004

72 839

32 947 299

24 576

7 480 445

2005

86 914

41 354 699

37 605

12 123 897

2006

124 756

66 152 648

53 207

20 172 734

1 608

1 085 912

2. Voor het aanslagjaar 2006 kan, inzake de in de aanhef van dit antwoord bedoelde uitgaven voor een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is, 10% van de fiscale gezinnen slechts van een gedeelte van de aangevraagde belastingvermindering genieten.

De overige 90 % genieten dus integraal van de maatregel in kwestie.

Voor dezelfde uitgaven voor een woning waarvan de belastingplichtige huurder is, kunnen 14% slechts gedeeltelijk van de belastingvermindering genieten.

3. Vooreerst wens ik het geachte lid er aan te herinneren dat energiebesparing een materie is die voornamelijk onder de bevoegdheid van de Gewesten valt en dat de federale maatregelen hierop slechts een aanvulling vormen.

In dit kader beoogt de federale regering niet om momenteel het bestaande stelsel van belastingvermindering te vervangen door een systeem van belastingkrediet.

Ik ben niettemin bereid hierover in de commissie te discussie¨ren aan de hand van de wetsvoorstellen die over dit onderwerp zouden worden ingediend.

4. De inlichtingen met betrekking tot de belastingvermindering voor de betaalde energiebesparende uitgaven worden met name via volgende kanalen verspreid :

- de brochure, die ertoe strekt de nieuwe fiscale maatregelen toe te lichten en die bij elke belastingaangifte is gevoegd die aan de belastingplichtige wordt toegestuurd, alsook de toelichting bij deze aangifte;

- persberichten;

- circulaires van de fiscale administratie;

- lijst van de meest gestelde vragen («FAQ») beschikbaar via de portaalsite van de Federale Overheidsdienst Financie¨n (www.minfin.fgov.be);

- de fiscale gegevensbank «Fisconet» eveneens toegankelijk via dezelfde link;

- de folders en brochures die op de portaalsite van de Federale Overheidsdienst Financien kunnen worden gedownload door op «Publicaties» te klikken;

- deze folders en brochures worden eveneens aan het onthaal van sommige gebouwen van de Federale Overheidsdienst Financien aangeboden.