Parlementaire vraag nr. 154 van de heer Peter Dedecker en vraag nr. 198 van de mevrouw Griet Smaers d.d. van 19.11.2014

Mondelinge parlementaire vragen nr. 154 van de heer Peter Dedecker en nr. 198 van de mevrouw Griet Smaers dd. 19.11.2014

Kamer, Integraal Verslag - Commissie voor de Financiën en de Begroting, 2014-2015 CRIV 54 COM 21 dd. 19.11.2014, blz. 23

Fiscale behandeling van auteursrechten

VRAAG (van de heer Dedecker)

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, begin september 2014 publiceerde de fiscus een omzendbrief over de fiscale behandeling van auteursrechten. Een paar dagen later werd deze echter ingetrokken. Dat was nog voor uw aanstelling. Neem het dus zeker niet persoonlijk. Eind oktober 2014 werd de omzendbrief opnieuw en opmerkelijk genoeg ongewijzigd gepubliceerd op vraag van uw kabinet om op korte termijn fiscale rechtszekerheid en duidelijkheid te bieden. De fiscale behandeling van auteursrechten wordt op verschillende manieren beoordeeld, naargelang de fiscale inspecteur die de belastingplichtige over de vloer krijgt. Dat is op zich al een probleem. De omzendbrief zou duidelijkheid moeten brengen. De circulaire bepaalt dat ook werknemers een vergoeding voor auteursrechten kunnen ontvangen en dat die auteursrechtelijke vergoeding als roerende inkomsten wordt belast. Veel discussies met de fiscus komen ook voor bij zelfstandigen die een auteursrechtelijk werk creëren. Ik denk aan journalisten en fotografen; zij creëren zelf hun werk en exploiteren dat door het te verkopen aan hun werkgever. De fiscale behandeling van vergoedingen voor de cessie of concessie van auteursrechten kan in de praktijk leiden tot een verschillende interpretatie tussen een belastingplichtige en de fiscus. Een zelfstandige of een werknemer die niet akkoord gaat met de BBI van Gent krijgt meteen een boete van 50 % wegens fraude. Wij weten dat dit wel eens kan verschillen per regio. Mijnheer de minister, geldt de omzendbrief voor alle inspectiediensten, dus ook voor de Bijzondere Belastinginspectie, die weliswaar onder de bevoegdheid valt van uw collega, mevrouw Sleurs ? Als er een discussie is tussen de belastingplichtige en de fiscus over de kwalificatie van het inkomen uit de cessie of concessie van geldelijke rechten op een beschermd werk, kan er dan meteen sprake zijn van fraude als het klaarblijkelijk gaat om een belastingplichtige die professioneel auteursrechtelijk beschermde werken creëert, zoals het schrijven van teksten of het maken van foto's ? Ten derde, zal de omzendbrief van 4 september nog worden aangevuld ? Er bestaan namelijk ook veel geschillen over de hoogte van een vergoeding die in de ogen van de fiscus als inkomsten uit de cessie of de concessie van auteursrechten mag worden aangemerkt. Of zal het stelsel van de auteursrechten voor de belastingplichtigen enkel werkbaar zijn nadat zij allemaal individueel een ruling aanvragen ? De rulingdienst zal daar waarschijnlijk niet happig op zijn. Ten vierde, in het regeerakkoord staat dat het btw-boetesysteem zal worden aangepast. Zal tevens de schaal van de administratieve geldboetes en hun toepassingsmodaliteiten in de inkomstenbelasting worden aangepast, in het bijzonder bij een eerste overtreding ? Zal de aanpassing van de huidige boeteschaal ook van toepassing zijn op alle hangende geschillen? Zoals u weet, zijn dat er wellicht redelijk wat.

VRAAG (van mevrouw Smaers)

Mijn vragen, mijnheer de minister, hebben betrekking op ongeveer hetzelfde thema. Voor de inkomsten uit de overdracht of concessie van auteursrechten en naburige rechten geldt een bijzonder fiscaal stelsel. Aan Vlaamse kant werd in 2010 een protocol afgesloten tussen de Vlaamse Nieuwsmedia, de Vlaamse Vereniging van Journalisten en het kabinet van de minister van Financiën. In dat protocol werd toen een regeling overeengekomen die inhield dat voor de freelancejournalisten in hoofdberoep als basisregel 30 % van de inkomsten beschouwd dient te worden als inkomsten uit de concessie van auteursrechten en voor freelancejournalisten in bijberoep 100 % van de inkomsten. Dat protocol werd ook bekrachtigd door het kabinet van de minister van Financiën. Na de uitvoering van de recente circulaire waarnaar ook collega Dedecker al verwees, is er op het terrein zeer veel verwarring en ongerustheid. Er zijn ook zeer veel verschillende interpretaties van de huidige circulaire. Blijkbaar zijn er heel diverse toepassingen en invullingen ervan op het terrein, in heel België. Ik heb de volgende vragen. Het is onduidelijk hoeveel procent van de vergoeding die onder andere journalisten krijgen, beschouwd mag worden als inkomsten uit de concessie van auteursrechten en bijgevolg het bijzonder fiscaal stelsel kan genieten. Kunt u daarover meer duidelijkheid geven ?

Welke verdeelsleutel van de vergoeding die onder andere journalisten ontvangen voor hun werk moet worden gehanteerd ? Gaat het om een vergoedingspercentage voor geleverde prestaties of een vergoedingspercentage naar aanleiding van de concessie van de auteursrechten en naburige rechten ? Hoeveel bedraagt het percentage voor freelancejournalisten ? Geldt dat zowel voor freelancejournalisten in hoofdberoep als voor freelancejournalisten in bijberoep ? Geldt er voor journalisten die in vast dienstverband werken een andere regeling ? Welke gevolgen heeft omzendbrief nr. 36/2014 voor de lopende onderzoeken van de BBI ? Tot slot, bij zijn voorafgaande beslissing hanteerde de Dienst Voorafgaande Beslissingen vaak strengere criteria dan in de nieuwe omzendbrief. Het is bijgevolg mogelijk dat een aanvraag die in overeenstemming is met de omzendbrief, niet wordt toegelaten door de DVB. Dat is natuurlijk zeer problematisch. Hoe zal dit probleem worden opgelost ?

ANTWOORD (van de minister)

Mijnheer de voorzitter, de administratieve omzendbrief betreffende de fiscale behandeling van inkomsten uit auteursrechten heeft uiteraard tot doel de fiscale zekerheid en duidelijkheid te versterken. Deze omzendbrief moet worden toegepast door alle diensten die belast zijn met de vestiging van de inkomstenbelastingen, uiteraard met inbegrip van de diensten van de algemene administratie van de BBI. Er is slechts sprake van fraude wanneer inbreuken met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden worden vastgesteld. Dit kan uiteraard slechts geval per geval worden beoordeeld. De omzendbrief bespreekt de algemene principes die van toepassing zijn. De fiscale kwalificatie van inkomsten uit auteursrechten moet geval per geval worden onderzocht aan de hand van de juridische en feitelijke omstandigheden. Er is geen enkele wettelijke bepaling in het gemeenrecht noch in het fiscaal recht die in een vergoedingspercentage voorziet met betrekking tot de inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten. De bepalingen van de overeenkomst tussen de auteur en zijn uitgever moeten voor elk geval afzonderlijk worden onderzocht. De partijen zijn evenwel vrij om onder elkaar een bepaalde overeenkomst te sluiten. Indien voor een welbepaald beroep tussen de betrokkenen een akkoord wordt gesloten door middel van een collectieve overeenkomst of op een andere wijze, met betrekking tot een bepaalde verhouding tussen de inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten en andere inkomsten, dan wordt die overeenkomst door de administratie aanvaard voor zover die overeenkomst overeenstemt met de werkelijkheid. Het fiscaal recht is immers gebaseerd op die werkelijkheid en er moet ter zake worden nagegaan of het werkelijk gaat om inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten. Hetzelfde principe geldt trouwens voor de beslissingen van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken, de rulingcommissie. Indien een aanvrager een voorafgaande beslissing wenst te verkrijgen over, bijvoorbeeld, een verdeelsleutel van 80/20 of 50/50 die door de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken wordt aanvaard, dan wordt door die dienst enkel rechtszekerheid verleend ten opzichte van die individuele aanvraag. De belastingplichtige is vrij om al dan niet van die procedure gebruik te maken. Het spreekt evenwel voor zich dat alle belastingplichtigen die zich in een zelfde situatie bevinden, aanspraak maken op een identieke fiscale behandeling bij de rulingcommissie of de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken. Ik zal samen met collega Sleurs, staatssecretaris bevoegd voor onder meer fraudebestrijding, bekijken of een nieuwe opdeling in de aard van de fiscale overtredingen ook moet resulteren in een aanpassing van de wetgeving inzake boetes en mogelijke belastingverhogingen.

CONCLUSIE (van de heer Dedecker)

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Uw intenties zijn inderdaad duidelijk, namelijk rechtszekerheid creëren met die omzendbrief. Uiteraard kan dit alleen maar worden toegejuicht. Het gaat dan ook om rechtszekerheid omtrent de toepassing van de wet door de BBI. Ik onthoud ook uw bevestiging dat er alleen sprake is van fraude als er een effectief oogmerk was tot het toebrengen van schade, tot het effectief en doelbewust niet betalen van de belastingen die men zou moeten betalen. In dat opzicht sluit dit natuurlijk mooi aan bij de beleidsverklaring van staatssecretaris Sleurs, die hier in het Parlement werd behandeld. Men moet niet altijd per definitie uitgaan van de slechtste intenties van de belastingplichtige. Dat lijkt mij ook correct en een menselijke manier van werken. Dat lijkt mij logisch. Het blijft natuurlijk zeer ingewikkeld om dergelijke verhoudingen toe te passen. Het is iets wat veelal individueel zal gebeuren en dat maakt het enigszins lastig, maar het is nu eenmaal ook een zeer ingewikkelde manier van werken. Het kan een zeer verschillende situatie betekenen voor mensen die in loondienst werken als men moet bepalen wat effectief loondienstwerk is en wat auteurswerk is. Dat is te begrijpen.

CONCLUSIE (van mevrouw Smaers)

Mijnheer de minister, omzendbrieven zouden inderdaad meer duidelijkheid en zekerheid moeten brengen op het terrein. Helaas weten wij uit de praktijk dat dit niet altijd en in elk geval zo is. Ik hoop dus dat uw antwoord op zijn minst wat meer zekerheid kan bieden op het terrein, dat het iets duidelijker kan zijn en tot meer uniformiteit kan leiden wat de behandeling van de diverse dossiers betreft. Althans dat hoop ik.