Parlementaire vraag nr. 11155 van de heer Benoît Dispa van 18.05.2016

Mondelinge parlementaire vraag nr. 11155 van de heer Benoît Dispa dd. 18.05.2016

Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2015-2016, CRIV 54 COM 421 dd. 18.05.2016, blz. 31

De afzonderlijke aanslag voor de beroepsinkomsten van scheidsrechters

VRAAG (van de heer Dispa)

Volgens de bepalingen van artikel 171 van het WIB zullen de beroepsinkomsten van een scheidsrechter in bijberoep belast worden tegen een aanslagvoet van 33 procent voor een maximumbedrag van 18.780 euro in 2016. Daartegenover zullen de inkomsten van een scheidsrechter die dat beroep in hoofdberoep uitoefent en zijn inkomsten uit een bijberoep gezamenlijk belast worden. Is het niet discriminerend om mensen met eenzelfde beroep en eenzelfde inkomen volgens de hoogte van hun andere beroepsinkomsten op een verschillende manier te belasten? Bent u voorstander van een wijziging in de wet om deze situatie recht te zetten?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

In dit geval zullen de twee personen op precies dezelfde manier belast worden als ze aan de in de eerste alinea van artikel 171 vermelde voorwaarden voldoen. De eerste schijf van 12.300 euro zal dus belast worden tegen 33 procent. Boven dat bedrag wordt het globale belastingtarief toegepast. Het bedrag van 12.300 euro komt na indexering op 18.890 euro voor aanslagjaar 2017. Wanneer iemand de voorwaarden niet vervult, is er geen sprake meer van een aanvullende activiteit en is het globale tarief dus van toepassing. De bedoeling van die afzonderlijke belasting tegen 33 procent voor de begeleiders, trainers en scheidsrechters was dat de vergoedingen van de vrijwilligers niet langer globaal zouden worden belast; de scheidsrechters die de voorwaarden niet vervullen, zijn echter geen vrijwilligers. Ik ben dus niet van plan de wetgeving ter zake te wijzigen.