Parlementaire vraag nr. 291 van de heer Leterme van 05.03.2004
VRAAG 04/291
Vraag nr. 291 van de heer Leterme dd. 05.03.2004
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 30, blz. 4633-4635
Bezwaarschriften - Verplichting zich te begeven naar het kantoor van de gewestelijke directeur
VRAAG
Het ligt niet in mijn bedoeling een bijzonder geval op te lossen maar een principe dat werd vastgesteld om de burger te beschermen te doen naleven, met name geen fiscaliteit zonder uitdrukkelijke wet.
In een rechtsstaat is de overheid gebonden aan rechtsregels. De rechtszekerheid, behoorlijk bestuur, het opgewekt vertrouwen en de motiveringsplicht, openbaarheid van bestuur en al de verordeningen van openbare orde die de belastingwetten doorkruisen zijn principes die ook gelden voor de fiscale administraties.
1. Bent u van mening dat er geen fiscaliteit is zonder uitdrukkelijke wet?
2. Bent u van mening dat de uitvoering van de wet belangrijker is dan het maken ervan, met andere woorden "the execution of the laws is more important than the making of them" (Thomas Jefferson)?
3. Bent u de mening toegedaan dat de gewestelijke directeur die de bezwaarschriften behandelt geen rechterlijke bevoegdheid bezit?
4. Bent u van mening dat de gewestelijke directeur bijgevolg optreedt als een gewone ambtenaar die onderworpen is aan de wetten van WIB 1992 (openbare orde, strikte toepassing) en aan al de verordeningen van openbare orde die de belastingwetten doorkruisen?
5. Bent u van mening dat de directeur die de bezwaarschriften behandelt zich moet voegen naar artikel 315 WIB 1992?
6. Bent u van mening dat de gewestelijke directeur in overtreding is indien hij beveelt dat de bezwaarindiener zich dient te begeven naar zijn administratief kantoor?
7. Bent u van mening dat zelfs indien de belastingplichtige in zijn of haar bezwaarschrift niet aanvraagt gehoord te worden, de gewestelijke directeur - gezien zijn huidige status - verplicht is zich te voegen naar de wetten van openbare orde en een dialoog dient aan te gaan zoals bepaald door de wetten bij aanslagen met de belastingplichtige?
ANTWOORD (minister van Financiën, 29.04.2004)
1 en 2. Ik verwijs naar het antwoord op de parlementaire vraag nr. 290 van 5 maart 2004 van het geachte lid (Vragen en Antwoorden, Kamer, 20032004, nr. 30, blz. 4631).
3 en 4. Binnen het administratief beroep treedt de directeur der belastingen op als administratieve overheid (artikel 375, WIB 1992). De gewestelijke directeur bezit bijgevolg geen rechterlijke bevoegdheid.
5. Artikel 374, 1e lid, WIB 1992, somt de bewijsmiddelen en de bevoegdheden op waarover de gewestelijke directeur beschikt bij de behandeling van bezwaarschriften. Voormeld artikel verwijst expliciet naar artikel 315, WIB 1992.
6. De toepassing van artikel 315, WIB 1992, gebeurt steeds in onderling overleg met de belastingplichtige. Er zijn mij geen gevallen bekend waar een belastingplichtige, zonder een dergelijk voorafgaande afspraak, werd verplicht zich te begeven naar het belastingkantoor.
7. Op het gebied van het administratief beroep wordt het hoorrecht geconcretiseerd in artikel 374, derde lid, WIB 1992. Wanneer de belastingplichtige in zijn bezwaarschriften niet heeft gevraagd om te worden gehoord, is de directeur der belastingen bijgevolg niet verplicht de belastingplichtige te horen en dient de belastingplichtige niet ambtshalve door de directeur der belastingen te worden uitgenodigd om te worden gehoord.
Vraag nr. 291 van de heer Leterme dd. 05.03.2004
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 30, blz. 4633-4635
Bezwaarschriften - Verplichting zich te begeven naar het kantoor van de gewestelijke directeur
VRAAG
Het ligt niet in mijn bedoeling een bijzonder geval op te lossen maar een principe dat werd vastgesteld om de burger te beschermen te doen naleven, met name geen fiscaliteit zonder uitdrukkelijke wet.
In een rechtsstaat is de overheid gebonden aan rechtsregels. De rechtszekerheid, behoorlijk bestuur, het opgewekt vertrouwen en de motiveringsplicht, openbaarheid van bestuur en al de verordeningen van openbare orde die de belastingwetten doorkruisen zijn principes die ook gelden voor de fiscale administraties.
1. Bent u van mening dat er geen fiscaliteit is zonder uitdrukkelijke wet?
2. Bent u van mening dat de uitvoering van de wet belangrijker is dan het maken ervan, met andere woorden "the execution of the laws is more important than the making of them" (Thomas Jefferson)?
3. Bent u de mening toegedaan dat de gewestelijke directeur die de bezwaarschriften behandelt geen rechterlijke bevoegdheid bezit?
4. Bent u van mening dat de gewestelijke directeur bijgevolg optreedt als een gewone ambtenaar die onderworpen is aan de wetten van WIB 1992 (openbare orde, strikte toepassing) en aan al de verordeningen van openbare orde die de belastingwetten doorkruisen?
5. Bent u van mening dat de directeur die de bezwaarschriften behandelt zich moet voegen naar artikel 315 WIB 1992?
6. Bent u van mening dat de gewestelijke directeur in overtreding is indien hij beveelt dat de bezwaarindiener zich dient te begeven naar zijn administratief kantoor?
7. Bent u van mening dat zelfs indien de belastingplichtige in zijn of haar bezwaarschrift niet aanvraagt gehoord te worden, de gewestelijke directeur - gezien zijn huidige status - verplicht is zich te voegen naar de wetten van openbare orde en een dialoog dient aan te gaan zoals bepaald door de wetten bij aanslagen met de belastingplichtige?
ANTWOORD (minister van Financiën, 29.04.2004)
1 en 2. Ik verwijs naar het antwoord op de parlementaire vraag nr. 290 van 5 maart 2004 van het geachte lid (Vragen en Antwoorden, Kamer, 20032004, nr. 30, blz. 4631).
3 en 4. Binnen het administratief beroep treedt de directeur der belastingen op als administratieve overheid (artikel 375, WIB 1992). De gewestelijke directeur bezit bijgevolg geen rechterlijke bevoegdheid.
5. Artikel 374, 1e lid, WIB 1992, somt de bewijsmiddelen en de bevoegdheden op waarover de gewestelijke directeur beschikt bij de behandeling van bezwaarschriften. Voormeld artikel verwijst expliciet naar artikel 315, WIB 1992.
6. De toepassing van artikel 315, WIB 1992, gebeurt steeds in onderling overleg met de belastingplichtige. Er zijn mij geen gevallen bekend waar een belastingplichtige, zonder een dergelijk voorafgaande afspraak, werd verplicht zich te begeven naar het belastingkantoor.
7. Op het gebied van het administratief beroep wordt het hoorrecht geconcretiseerd in artikel 374, derde lid, WIB 1992. Wanneer de belastingplichtige in zijn bezwaarschriften niet heeft gevraagd om te worden gehoord, is de directeur der belastingen bijgevolg niet verplicht de belastingplichtige te horen en dient de belastingplichtige niet ambtshalve door de directeur der belastingen te worden uitgenodigd om te worden gehoord.
Bron: FisconetPlus
