Parlementaire vraag nr. 228 van mevrouw Sophie Wilmès van 16.03.2015
Parlementaire vraag nr. 228 van mevrouw Sophie Wilmès dd. 16.03.2015
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/029 dd. 15.06.2015, blz. 57
Verplichte aangifte van rekeningen in het buitenland
VRAAG (van mevrouw Wilmès)
Mijn vraag gaat over de verplichting van de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de personenbelasting om in hun aangifte in de personenbelasting te melden of ze houder zijn van een bankrekening in het buitenland (artikel 307 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992). In antwoord op de mondelinge vragen van de heer Mathot nr. 20369 van 19 november 2013 (Integraal Verslag, Kamer, 2013-2014, commissie voor de Financiën en de Begroting, 19 november 2013, CRIV 53 COM 861, blz. 10) en nr. 142 van 16 december 2014 (Integraal Verslag, Kamer, 2014-2015, commissie voor de Financiën en de Begroting, 16 december 2014, CRIV 54 COM 039, blz. 12) hebben uw voorganger en vervolgens uzelf gesteld dat de vraag of een Paypalrekening als een buitenlandse bankrekening dient te worden aangegeven nog steeds door de administratie bestudeerd werd en dat u derhalve ter zake nog geen definitief antwoord kon geven. Dezelfde vraag kan worden gesteld met betrekking tot andere rekeningen, zoals een bankrekening die gebruikt wordt voor betalingen in het kader van diverse internettoepassingen, zoals Facebook, vooral als het rekeningen van verkopers zijn (hetzij via 'pay per click' op een naam, hetzij via directe onlineverkoop). Over enkele maanden zullen de belastingplichtigen eens te meer hun aangifte in de personenbelasting moeten indienen.
1. Zal u ze tegen dan een duidelijk antwoord kunnen verschaffen?
2. Zal de administratie, in de wetenschap dat die verplichting enkele jaren geleden werd ingevoerd en er ten aanzien van de belastingplichtige een nultolerantiebeleid wordt gevoerd, in staat zijn de exacte draagwijdte van die wettelijke bepaling toe te lichten ?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
De aangifteplicht bepaald in artikel 307, §1, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), betreft de rekeningen van elke aard, waarvan de belastingplichtige, zijn echtgenoot, en zijn kinderen, waarvan de inkomsten bij die van de ouders worden gevoegd, op enigerlei ogenblik tijdens het belastbaar tijdperk titularis of co-titularis zijn geweest bij een financiële instelling gelegen in het buitenland. De definitie van "buitenlandse rekening" is dus ruimer dan die van "rekening" zoals bedoeld in het kader van de mededeling van bankrekeningen die door de in België gevestigde financiële instellingen dient te gebeuren aan het Centraal aanspreekpunt bedoeld in artikel 322, §3, WIB 92 (CAP). Worden dus niet alleen de zichtrekeningen, spaarrekeningen, termijnrekeningen bedoeld maar ook de effectenrekeningen, kredietopeningen enz. Gelet op het voorafgaande, beantwoorden de online rekeningen zoals "Paypal", "Google", "Facebook", enz. aan de bovenvermelde definitie van "buitenlandse rekening", vermits de financiële instelling waar zij werden geopend in het buitenland gevestigd is, behoudens wanneer de verrichting slechts aanleiding geeft tot een zeer tijdelijke en vluchtige "bewaring" door de buitenlandse instelling van tegoeden voor rekening van de belastingplichtige. Indien de transacties echter, die via deze buitenlandse rekeningen worden uitgevoerd, een beroepsactiviteit betreffen, zal het bestaan van deze rekeningen altijd moeten worden vermeld in de aangifte personenbelasting van de betrokken belastingplichtige, zelfs indien deze transacties van vluchtige aard zijn. Dit is ook het geval wanneer tegoeden daadwerkelijk op deze rekeningen worden bewaard voor rekening van de belastingplichtige voor een langere tijdspanne dan het geen strikt noodzakelijk is vanuit een technisch oogpunt voor de uitvoering van het geldtransfer van of naar België: ook dan zal door de belastingplichtige het bestaan van deze rekeningen in zijn aangifte personenbelasting dienen te worden aangegeven en aan het Centraal aanspreekpunt te worden gemeld.
