Parlementaire vraag nr. 531 van de heer Leterme van 08.12.2000

VRAAG 00/531
Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 80, blz. 9063-9064
Bull. nr. 822, pag. 418-419
Buitenlandse rekeningen
VRAAG
In de belastingaangifte moet het bestaan worden vermeld van de rekeningen die bij een in het buitenland gelegen bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling geopend zijn geweest.
Hoeveel aangiften van buitenlandse rekeningen gebeurden er in de aanslagjaren 1997, 1998, 1999 en 2000?
ANTWOORD
Overeenkomstig artikel 307, § 1, tweede lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 moet de jaarlijkse aangifte in de personenbelasting het bestaan vermelden van rekeningen van elke aard, waarvan de belastingplichtige, zijn echtgen°ot alsmede de kinderen waarvan, overeenkomstig artikel 126, tweede lid, van het hetzelfde wetboek, de inkomsten bij die van de ouders worden gevoegd, op enigerlei ogenblik tijdens het belastbaar tijdperk, titularis zijn geweest bij een in het buitenland gelegen bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling.
Deze bepaling is in werking getreden met ingang van het aanslagjaar 1997. De voor dit aanslagjaar in de aangifte in de personenbelasting te vermelden rekeningen van alle aard waren die waarvan de aangever, met ingang van 27 september 1996, op enigerlei ogenblik titularis is geweest.
De hiernavolgende tabel geeft, voor de aanslagjaren 1997, 1998 en 1999, het aantal aangiften weer waarin, met toepassing van het bovenvermelde artikel 307, § 1, tweede lid, het bestaan van buitenlandse rekeningen wordt opgegeven. Voor het aanslagjaar 2000 beschikt de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit op dit ogenblik nog niet over de desbetreffende gegevens, vermits de inkohiering voor dit aanslagjaar nog volop bezig is.
Aanslagjaar199719981999
Toestand op31.12.199931.12.200030.06.2000
Aantal17.02424.19725.941