Parlementaire vraag nr. 472 van mevrouw Veerle Wouters van 16.07.2015
Parlementaire vraag nr. 472 van mevrouw Veerle Wouters dd. 16.07.2015
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/044 dd. 28.09.2015, blz. 100
De vastklikdividenden en de tax shelter (MV 5495).
VRAAG
De verhoging van het tarief van de roerende voorheffing op liquidatieboni ging in eerste instantie gepaard met een overgangsregeling, voorzien in artikel 537 WIB, voor de tot dan toe opgebouwde reserves. Een vraag die zich hierbij stelde is in welke mate deze overgangsregel een invloed zou hebben op het bedrag van de belastbare winst dat kan worden vrijgesteld in het kader van de tax shelter voor audiovisuele werken, in het belastbaar tijdperk waarvoor zogenaamde vastklikdividenden worden uitgekeerd. De voormalige minister van Financiën stelde, in antwoord op een parlementaire vraag, dat de dividenduitkering in het kader van artikel 537 WIB niet per definitie aangerekend hoeft te worden op de winsten van het belastbaar tijdperk waarin het dividend wordt uitgekeerd (Vraag nr. 610 van 3 oktober 2013, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2013-14, nr. 138, blz. 292). Het voor de tax shelter in aanmerking komende bedrag zou voor het betreffende jaar dus niet automatisch beperkt worden. Ook de fiscale administratie bevestigde dit standpunt. De FAQ die door de fiscale administratie werden gepubliceerd omtrent de liquidatieboni (van 28 december 2013), stelden dat de tax shelter voor het betreffende belastbaar tijdperk niet beperkt wordt, indien de aanrekening van de vastklikdividenden niet gebeurt op de belastbare gereserveerde winst van dat belastbaar tijdperk.
1. Kan u bevestigen dat de uitkering van een dividend overeenkomstig art. 537 WIB geen invloed heeft op de aanleg, voor datzelfde belastbaar tijdperk, van een vrijgestelde reserve in het kader van de tax shelter, in de mate dat het dividend niet wordt aangerekend op de winst van het betreffende belastbaar tijdperk ?
ANTWOORD
Er kan in herinnering worden gebracht dat de tax shelter vrijstelling per belastbaar tijdperk wordt verleend voor een bedrag dat beperkt is tot 50 %, met een maximum van 750.000 euro, van de belastbare gereserveerde winst in het belastbare tijdperk vastgesteld vóór de samenstelling van die vrijstelling. Het begrip "belastbare gereserveerde winst" werd duidelijk gepreciseerd in de parlementaire documenten met betrekking tot artikel 291 van de programmawet van 22 december 2003. Enerzijds stel ik vast dat de parlementaire vraag waarnaar u verwijst, preciseert dat artikel 537, WIB 92, geenszins verplicht om in het kader van een dividenduitkering met toepassing van artikel 537, WIB 92, ook de winsten van het betreffende belastbaar tijdperk uit te keren. Indien de belastingplichtige dan ook de maximale vrijstelling in het kader van de tax shelter wenst te genieten voor het belastbaar tijdperk waarin het vastklikdividend werd uitgekeerd, kan de dividenduitkering (mits respect van de andere wetsbepalingen) navenant worden georganiseerd. Anderzijds bepaalt punt 50 van de administratieve FAQ ter zake, dat : "Als de dividenduitkering in het kader van de besproken overgangsmaatregel aangerekend wordt op de "belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk" [...], dan valt het niet uit te sluiten dat de vrijstelling inzake de tax shelter beperkt wordt. Als er daarentegen geen aanrekening is op de "belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk", is er geen invloed op de vrijstelling die in het kader van de tax shelter genoten kan worden. Dat er in voorkomend geval geen aanrekening is op de "belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk" zal moeten blijken uit de boekingen ter zake. Daarvoor wordt verwezen naar het CBN-advies 2013/17 [...]." Ik ben er van bewust dat zowel het antwoord verstrekt door mijn voorganger, als de communicatie van mijn administratie, tot enige verwarring hebben kunnen leiden en een aantal belastingplichtigen hieruit hebben kunnen afleiden dat de toepassing van artikel 537, WIB 92, geen invloed had op het bedrag van de vrijstelling inzake de tax shelter. Om deze belastingplichtigen niet te benadelen en aangezien de investerende vennootschap in elk geval nog steeds over een recht op overdracht van de vrijstelling blijft beschikken, indien de vrijstelling voor een bepaald belastbaar tijdperk niet volledig kon worden toegepast, ben ik bereid om uitzonderlijk toe te staan dat voor de berekening van de grens van 50 %, bedoeld in artikel 194ter, § 3, eerste lid, WIB 92, geen rekening moet worden gehouden met de impact van een vermindering van de belaste reserves door de toepassing van artikel 537, WIB 92 op de bepaling van belastbare gereserveerde winst van het belastbare tijdperk.
