Parlementaire vraag nr. 2206 van de heer Roel Deseyn van 20.04.2018
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2018-2019, QRVA 54/176, d.d. 06.12.2018, blz. 346
Podiumkunsten en de vzw als co-producent.
VRAAG
De uitbreiding van de taksshelter naar de podiumkunsten bestaat nu al meer dan één jaar. Vanuit de praktijk hebben we dan ook al enige vragen en probleemstellingen mogen ontvangen hierover. Er werden ook al uitvoerig vragen over gesteld in het Vlaams Parlement. De sector vraagt immers rechtszekerheid en het is onze job om hen die te bieden.
Ik zou hierbij graag willen stilstaan bij de mogelijkheid om als vzw coproducent te zijn bij de productie van een podiumwerk. Artikel 194ter/1, §2, 1° stelt héél duidelijk dat de beoordeling van de kwalificerende uitgaven moet gebeuren op niveau van het werk en dus niet op het niveau van de producent. Diezelfde logica wordt gehanteerd bij het beoordelen van het maximumbedrag aan taxshelterattesten. De memorie van toelichting stelt verder op blz. 9 heel duidelijk het volgende:
"De uitgaven worden steeds op het niveau van het werk bekeken. Dit betekent dat zowel de uitgaven gedaan door de hoofdproducent, als de uitgaven gedaan door de coproducenten in aanmerking worden genomen als kwalificerende uitgaven, indien ze aan alle voorwaarden en termijnen opgenomen in de wet voldoen. De coproducenten moeten met andere woorden hun uitgaven niet opnieuw factureren aan de hoofdproducent opdat deze uitgaven in aanmerking zouden komen. Dit laatste impliceert overigens niet dat de betrokken coproducenten hierdoor eveneens zullen worden onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Op deze manier wordt naar transparantie gestreefd, bijvoorbeeld met betrekking tot de datum van de uitgaven.".
De Cel Tax Shelter van de FOD Financiën stelt echter, mijns inziens ten onrechte, dat alle vereiste productie- en exploitatie-uitgaven in België uitsluitend door de erkende productievennootschap kunnen gebeuren. Op basis van die houding kan alleen maar besloten worden dat een vzwcoproducent, die niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, niet kan optreden als coproducent van een taksshelter-productie.
Die houding is op twee vlakken problematisch:
- enerzijds omdat hierbij wordt aangegeven dat uitgaven niet op niveau van het werk (in tegenstelling tot wat de wet en de memorie van toelichting duidelijk aangeven) maar op niveau van de producent worden beoordeeld;
- anderzijds omdat de administratie stelt dat Belgische coproducenten (in tegenstelling tot Europese coproducenten) hun uitgaven moeten doorfactureren aan de erkende productievennootschap. Deze laatste gevolgtrekking lijkt ook in strijd te zijn met de doelstelling van de wet en de eerdere maatregelen die we genomen hebben bij de audiovisuele werken om de problematiek van doorfactureren of herfactureren aan te pakken.
Op basis van deze logica kan een gewone vzw-coproducent dus nooit kwalificerende uitgaven doen aangezien de vzw onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting en geen kwalificerende facturen kan opmaken.
1. Is het volgens u zo dat de kwalificerende uitgaven beoordeeld moeten worden op het niveau van het in aanmerking komende werk?
Zo ja, is het volgens u dan zo dat in het verlengde hiervan een vzw, onderworpen aan de rechtspersonenbelasting, als coproducent kwalificerende uitgaven kan doen?
2. a) Indien bevestigend op 1. bent u dan bekend met bovenstaande houding van de FOD Financiën?
Zo ja, zal u uw administratie hierover aanspreken?
3. Kan u verduidelijken of de nodige precisering en rechtszekerheid zal worden voorzien in de langverwachte FAQ Tax Shelter Podiumkunsten?
ANTWOORD
Ik kan u vooreerst verwijzen naar de antwoorden die ik heb verstrekt op de samengevoegde mondelinge vragen nrs. 15326 en 15931 van de heer Calomne en nr. 15756 van mevrouw Smaers (Integraal Verslag, Kamercommissie Financiën, 2016-2017, CRIV 54 COM 570, blz. 6-10) en op de schriftelijke vraag nr. 1457 van de heer Calomne van 3 februari 2017 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2016-2017, nr. 130, blz. 308-311).
Daarbij wordt verduidelijkt dat de erkende productievennootschap verplicht is om de Belgische kwalificerende productie- en exploitatie-uitgaven te doen. Evenwel kan, in tegenstelling tot wat u meent, een vzw-coproducent wel degelijk mee instaan voor de productie van een podiumwerk in het kader van het taks shelter stelsel aangezien ze de andere kwalificerende productie- en exploitatie-uitgaven in de Europese Economische Ruimte kan verrichten.
Daarnaast wil ik u erop wijzen dat de herfacturaties van uitgaven tussen de vzw-coproducent en de erkende productievennootschap in principe niet in aanmerking komen voor het taks shelter stelsel. Omwille van praktische redenen wordt op die bepaling door mijn administratie een uitzondering voorzien voor de loonkosten die door de vzwcoproducent worden gefactureerd aan de erkende productievennootschap voor de prestaties van het statutair of contractueel personeel van de vzw-coproducent, met uitzondering van uitzendkrachten.
Ik kan u in dat verband verwijzen naar de FAQ betreffende het taks shelter stelsel voor podiumwerken van 27 april 2018, meer bepaald FAQ 5 en 6. Ik meen dat zij ter zake duidelijk zijn en voldoende rechtszekerheid bieden.
