Parlementaire vraag nr. 746 van de heer Olivier Destrebecq van 29.01.2014
Parlementaire vraag nr. 746 van de heer Olivier Destrebecq dd. 29.01.2014
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/158 dd. 25.04.2014, blz. 99
Aangifte van roerende inkomsten
VRAAG (van de heer Destrebecq)
Ik ben verheugd dat u in uw antwoorden op parlementaire vragen opnieuw naar de wet- en regelgeving verwijst wanneer dat voor een goed begrip van het onderwerp nodig blijkt. De instructies die uw voorganger op 5 juni 2012 via de diensten van de voorzitter van het directiecomité heeft gegeven aan de diensten van de FOD die hem voorstellen van antwoorden op parlementaire vragen moesten bezorgen (waarin elke verwijzing van die strekking verboden was en alleen vulgariserend taalgebruik toegelaten was), werden duidelijk op een verstandige manier overgebracht. Het antwoord dat u op 7 maart 2013 hebt gegeven op vraag nr. 62 van parlementslid Veerle Wouters (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2013-2014, nr. 141, p. 282) roept bij mij echter vragen op. Die vraag had betrekking op de verplichting van de aangifte van roerende inkomsten in de personenbelasting ingevolge een bijzonder belastingstelsel dat werd ingevoerd bij de wet van 28 december 2011, gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012 en van 22 juni 2012, maar vernietigd bij de wet van 27 december 2012. Sindsdien is er niets meer veranderd.
1. Waarom duurde het zo lang voor er een antwoord kwam op de voornoemde vraag (namelijk pas op 20 december 2013 hoewel de vraag op 7 maart 2013 werd gesteld)?
2. Kunt u de vijfde paragraaf van uw antwoord verduidelijken, te weten "De roerende inkomsten waarop roerende voorheffing werd ingehouden, moeten in principe niet meer worden aangegeven. De roerende voorheffing werkt opnieuw bevrijdend."?
3. Moeten de woorden "in principe" in de juridische zin van het woord worden begrepen, namelijk als "dat is de regel of zo hoort het" (fiscaliteit behoort immers tot het recht, zoals u weet) of gaat het hier over het gewone, vulgarisende taalgebruik zoals uw voorganger het wilde en betekent het dus "normaliter is het zo, maar...", waarbij men laat verstaan dat er ook uitzonderingen mogelijk zijn?
4. a) Gelden de antwoorden die u geeft op parlementaire vragen als richtlijn voor uw ambtenaren of mogen die ambtenaren van uw antwoord afwijken als zij vinden dat de inhoud ervan niet strookt met de wetgeving?
b) Wanneer mogen wij een antwoord verwachten op vraag nr. 502 die parlementslid Marie-Christine Marghem op 11 juli 2013 stelde (QRVA 53 124 van 19 augustus 2013, p. 290)?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
1. tot 3. Er kan bevestigd worden dat in de nieuwe regeling "de roerende inkomsten waarop roerende voorheffing werd ingehouden, in principe niet meer moeten worden aangegeven" op het aangifteformulier in de personenbelasting. En, dat "de roerende voorheffing opnieuw bevrijdend werkt". De woorden "in principe" willen zeggen, dat dit de algemene regel is, en dat er dus in de personenbelasting geen aangifteplicht meer is voor zover het gaat om inkomsten waarvoor art. 313 WIB 92 in het bevrijdend karakter van de roerende voorheffing voorziet, en voor zover voldaan is aan de voorwaarden waaraan hetzelfde artikel dit bevrijdend karakter onderwerpt.
4. Ik verwijs naar het antwoord op de parlementaire vraag nr. 502 van Kamerlid Marie- Christine Marghem van 19 augustus 2013.
