Parlementaire vraag nr. 1101 van de heer Daems van 27.10.1997

VRAAG 97/1101

Vraag nr. 1101 van de heer Daems dd. 27.10.1997


Bull. nr. 784, pag. 1586

Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 112, blz. 15257-15258

Kostenforfait onthaalmoeders.

VRAAG

Kind en Gezin betaalt aan opvanggezinnen aangesloten bij een "dienst voor opvanggezinnen" subsidies voor de betaling van opvanggezinnen ter aanvulling van de ouderbijdragen. Deze aanvullende subsidie vult de door de diensten geïnde ouderbijdragen aan tot 493 frank per kind en per dag. Dit bedrag acht zij nodig om een kind in goede omstandigheden op te vangen. Daarnaast voorziet zij bovenop in een forfaitaire tegemoetkoming van 246 frank per kind per dag voor de opvang van gehandicapte kinderen die een bijzondere verzorging vereisen. Omdat zelfstandige onthaalouders geen beroep kunnen doen op subsidies van Kind en Gezin wordt voor deze groep - voor zover zij onder toezicht staan van Kind en Gezin - voorzien in een bijzonder kostenforfait van 430 frank.

Dit betekent voor de opvang van een gewoon kind een verschil van 63 frank per kind en per dag. Bij de opvang van een gehandicapt kind dat bijzondere zorgen vereist loopt het verschil op tot 309 frank per dag per kind.

1. Is u bereid om het bijzonder kostenforfait voor zelfstandige onthaalmoeders te verhogen tot het niveau van de aanvullende subsidie die Kind en Gezin toekent aan opvanggezinnen aangesloten bij een dienst voor opvanggezinnen teneinde de discriminatie tussen zelfstandige onthaalmoeders en opvanggezinnen aangesloten bij een dienst weg te werken?

2. Is u bereid te voorzien in een bijkomend bijzonder kostenforfait voor zelfstandige onthaalmoeders voor de opvang van een gehandicapt kind dat bijzondere verzorging eist naar analogie van de forfaitaire tegemoetkoming van 246 frank die Kind en Gezin per kind per dag toekent aan opvanggezinnen aangesloten bij een dienst voor opvanggezinnen voor de opvang van gehandicapte kinderen?

ANTWOORD

De discriminatie van zelfstandige opvangmoeders ten opzichte van de bij een erkende en gesubsidieerde dienst aangesloten opvanggezinnen heeft geen fiscale oorsprong. De inkomsten van de laatstgenoemde opvanggezinnen ondergaan een bijzonder fiscaal regime in die zin dat de vergoeding per plaatsingsdag die aan dergelijke gezinnen wordt verleend, krachtens een niet-fiscale beschikking uitsluitend de uitgaven voor onderhoud, voeding en behandeling van de kinderen vertegenwoordigt voor zover het opvanggezin voldoet aan welbepaalde voorwaarden. Een dergelijke tussenkomst vormt dus geen belastbaar inkomen. Bij gebrek aan een gelijkaardige beschikking voor de zelfstandige opvangmoeders is het niet toegestaan de door hen ontvangen sommen geheel of gedeeltelijk fiscaal op dezelfde wijze te behandelen.

Het sluiten van een akkoord inzake een kostenforfait voor zelfstandige opvangmoeders dat zonder meer zou worden geraamd op het bedrag van de genoemde vergoeding per plaatsingsdag, zou verder gaan dan wat de Administratie der directe belastingen gemachtigd is te doen krachtens artikel 342, § 1, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende de collectieve akkoorden inzake beroepskosten.

De administratie heeft echter geen enkel bezwaar om op grond van met stukken gestaafde voorstellen het gesloten akkoord te herzien voor zover dit gerechtvaardigd is.