Parlementaire vraag nr. 1251 van de heer Didden van 17.02.1998
VRAAG 98/1251
Bull. nr. 786, pag. 2244
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 134, blz. 18586-18587
Vraag om inlichtingen - Bericht van wijziging
VRAAG
Artikel 316 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bepaalt dat de inlichtingen verstrekt moeten worden binnen 30 dagen na datum van verzending. Vaak is de datum van verzending niet dezelfde als de datum van vermelding op de brief verstuurd door de administratie.
1. Betekent de datum van verzending onherroepelijk hetzelfde als de datum vermeld op de briefwisseling?
2. Kan u beamen dat de behandeling van de administratie zodanig versneld is dat al de brieven van de administratie altijd verzonden worden op de datum van vermelding op de briefwisseling?
3. Waarom bent u de mening toegedaan dat de datumstempel van de post of de datum van de effectieve ontvangst door de belastingplichtige niet geldig is voor de berekening van de termijn in casu zoals kan verstaan worden in uw antwoord op mijn vraag nr. 876 van 2 mei 1997 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1997-1998, nr. 106, blz. 14398)?
| 4. | Worden de stukken door de administratie aangetekend verzonden? |
5. Is de datumstelling verricht door de postdiensten voor de minister van Financiën een onbetrouwbare aanduiding?
6. Heeft u deze onbetrouwbaarheid van de datumstelling door de post reeds bij de directie van De Post aangeklaagd?
7. Ligt de bewijslast van de datum van verzending bij de belastingbetaler of bij de administratie?
ANTWOORD
In de veronderstelling dat de vragen van het geacht lid betrekking hebben op de bepalingen van artikel 316, en niet artikel 332, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, kan ik bevestigen dat het genoemde artikel 316 bepaalt dat iedere belastingplichtige ertoe gehouden is binnen een maand na de datum van verzending van de aanvraag, welke termijn wegens wettelijke redenen kan worden verlengd, schriftelijk alle inlichtingen te verstrekken die van hem worden gevorderd met het oog op het onderzoek van zijn fiscale toestand.
Uit die wettekst kan worden opgemaakt dat:
- de administratie niet wettelijk verplicht is de schriftelijke aanvragen aangetekend te verzenden;
- de termijn van een maand moet worden berekend vanaf de dag na de datum van de verzending. Die datum van verzending is de datum die vermeld is op het formulier waarmee de inlichtingen worden gevraagd. De bewijslast van de juistheid van die datum berust bij de administratie. Aangezien de wet de in aanmerking te nemen datum vastlegt, is iedere andere datum, zoals bijvoorbeeld de datum die blijkt uit de datumstempel van de post, niet geldig.
Bron: FisconetPlus
